Rijckheyt - Centrum voor regionale geschiedenis
A A A

Nieuws

9-3-2010 In Memoriam Jo Jamar (Algemeen)
In memoriam Jo Jamar
oud-stadsarchivaris van Heerlen / directeur Thermenmuseum en rijksarchivaris van Limburg en Utrecht.
 
Altijd joviaal, opgewekt en optimistisch, met hart en onverdroten ijver voor de geschiedenis van de streek en voor klassieke talen. Zo kun je het leven van Jo Jamar in het kort samenvatten. Hij overleed in de nacht van zaterdag op zondag 7 maart na een periode van strijd tegen de kanker met al de diepten en dalen van dien.
 
‘Drs. J.T.J. Jamar’ – zo ondertekende hij zijn vele publicaties - was wetenschapper in hart en nieren. Tot het laatst toe zette hij zich in voor de geschiedenis van de regio, had op dat gebied na zijn pensionering nog vele plannen en onderzoek op stapel staan. Afronden kon hij alleen nog de eindredactie en artikelen voor het boek over de Vroedvrouwenschool, 100 jaar vroedvrouwenschool in Limburg (november 2009).
 
Joseph Toussaint Johannes Jamar werd geboren op 13 juli 1944 in Sittard, studeerde klassieke archeologie met als bijvakken de klassieke talen en middeleeuwse kunstgeschiedenis aan de Katholieke Universiteit in Nijmegen (doctoraal 1968) en rondde in 1973 de opleiding tot Hoger Archiefambtenaar aan de Rijksarchiefschool af.
 
Na zijn doctoraal gaf hij een periode les in de klassieke talen aan het St. Jan­scollege Hoensbroek en het Clara­college Heerlen 1968-1973. In 1974 werd hij waarnemend directeur, in 1977 directeur van de Gemeentelijke Oudheidkundige Dienst, een dienst die na de gemeentelijke herindeling werd opgesplitst in Archiefdienst en Thermenmuseum. Van beide diensten bleef hij tot april 1991 directeur, vanaf dat tijdstip was hij directeur van de Archiefdienst van de Gemeente Heerlen. Meteen na zijn aanstelling in Heerlen werd hij belast met de voorbereidingen voor de bouw van het Thermenmuseum, dat in november 1977 door prins Claus werd geopend.
 
Op 15 september 1991 werd hij Rijksarchivaris in Limburg in Maastricht. Onder zijn leiding voltooide men de renovatie en verbouwing van het voormalig minderbroederklooster, toen al de huisvesting van het Rijksarchief Limburg. Het Rijksarchief kreeg daarmee een modern en functioneel gebouw dat is toegerust voor de publieksfuncties van onze tijd en het was terecht dat kroonprins Willem Alexander in november 1996 de opening ervan kwam verrichten. Door zijn ervaring met bouwen werd hij op 1 december 1997 tot Rijksarchivaris in Utrecht en gemeentearchivaris te Utrecht benoemd. Beide instellingen fuseerden per 1 mei 1998 tot Het Utrechts Archief. Vanaf die datum tot 1 december 2005 was hij directeur van de gefuseerde instelling Het Utrechts Archief. In Utrecht managede hij de voorbereiding van de publiekslocatie van de beide instellingen aan de Hamburgerstraat. Hij bleef echter in Heerlen wonen.
 
Vanaf 1968 publiceerde Jo Jamar een kleine honderd bijdragen over archeo­logi­sche en historische onder­werpen. Zijn belangrijkste werken betreffen de uit­gave van de Anna­les Roden­ses in 1995 (sam­en met L. Augustus), een transcriptie van de La­tijnse tekst van de kroniek van de abdij Kloosterrade 1104-1157, voorzien van de Neder­landse vertaling met histo­risch commen­taar en de uitgave van de Catalogus episcoporum ultrajectinorum in 2005 (samen met Kees van Kalveen), ook nu weer een transcriptie, vertaling uit het Latijn en inleiding met historisch commentaar van een bisschoppenkroniek over de jaren 395 tot 1378.
 
Jo Jamar was be­stuurs­lid van vele (meest historische) verenigingen, waaronder bijvoorbeeld de Federatie van Limburgse Musea (voorzitter van 1974-1986) of de Historische Kring Het Land van Herle (1974-1991). Ook was hij bestuurlijk actief bui­ten die wereld bijv. in de toeris­tische sector als secretaris bij de VVV Heerlen of als voorzitter van de stichting kas­teelruïne annex Fluwee­len Grot te Valken­burg en de Katakombenstichting, eveneens in Valkenburg.
Bestuurslid en voorzitter geweest van de Koninklijke Vereniging van Archivarissen in Nederland; bestuurslid van de SPA (section on professional associations van de International Council of Archives), van het Provinciaal Utrechts Genootschap, secretaris/penningmeester van ABS-Archeion, bestuurslid van Stichting Stichtse Geschiedenis, secretaris stichting Provinciaal-Romeinse Archeologie te Nijmegen, nog tot zijn overlijden was hij voorzitter van de Kring Parkstad van het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap, voorzitter van de Prof. Dr. Timmersstichting in Sittard, actief lid en webredacteur van Rotaryclub Heerlen en redactielid van het historisch tijdschrift ‘Het Land van Herle’.
De uitvaardienst vindt plaats op vrijdag 12 maart 2010 in de Annakerk aan het Bekkerveld in Heerlen gevolgd door de crematie in het Crematorium Heerlen, Imstenraderweg 10.
 
Laatst gewijzigd op 26-5-2010 12:19 door Astrid Massen

Terug naar nieuwsoverzicht




(laatst gewijzigd op 30 November 2006)
print