Rijckheyt - Centrum voor regionale geschiedenis
A A A

Cortenbach, kasteel (Voerendaal)
Kasteel Cortenbach dateert uit de 14e eeuw, maar de bewoningsgeschiedenis van Kasteel Cortenbachhet goed gaat waarschijnlijk terug tot de Romeinse tijd. In 1381 kreeg Gerard van Cortenbach het goed in leen van hertog van Wenceslaus van Brabant. Deze Gerard, gehuwd met Lysa van Carthils, liggen begraven in een grafkelder in de sacristie van de Laurentiuskerk te Voerendaal. Zijn zoon Goswijn van Cortenbach en zijn vrouw Agnes Huyn die later het kasteel bewonen, zijn ook daar begraven. De familie van Cortenbach raakt het huis in de loop van de 15e eeuw tijdelijk kwijt aan de familie van Berlo die het in 1588 verkocht aan Walter van Draeck. In de 17e eeuw komt het goed echter weer in handen van de familie van Cortenbach om het in 1638 weer te verkopen. Het goed wordt nu verkocht aan Caspar von Schnetter, voor 30.000 kronen. Deze Caspar von Schnetter laat de thans nog bestaande boerderij rond het goed bouwen. Het leengoed werd verheven voor het leenhof van Valkenburg, maar sedert 1646 voor de Keurkeulse mankamer die gezeteld was in het Manshuis te Heerlen.
In 1682 werd het kasteel verkocht aan de Akense wolhandelaar, Herman Lamberts, die het gebouw ingrijpend liet verbouwen. Het enige wat overeind blijft staan, zijn twee ronde torens. De linkertoren is gemaakt van Kunradersteen en heeft nog kleine schietgaten. De laat-middeleeuwse burcht werd dus vrijwel geheel gesloopt en het herenhuis werd in 1713 zoals het er nu staat opgebouwd. Tussen 1695 en 1772 wordt de Heilige Mis op het kasteel opgedragen. In 1776 wordt het herenhuis nog eens grondig verbouwd. In 1936 werd het huis verkocht aan het Beambtenfonds der Staatsmijnen en sinds 1939 is het in gebruik als hotel-restaurant.
 
 
Literatuur:


(laatst gewijzigd op 3 December 2009)
print