Rijckheyt - Centrum voor regionale geschiedenis
A A A

Terworm, kasteel

Kasteel Terworm kort na de verbouwing van 1890.

Het goed Terworm was een leengoed van de het bisdom Keulen en werd verheven in de Keur-Keulse Mankamer gezeteld in het Manhuis ook wel Mannes genoemd, gelegen in het centrum van Heerlen. Naar alle waarschijnlijkheid dateert het kasteel van omstreeks 1400. Het kasteel had geen echte of althans slechte defensieve functie. De torens stonden bijvoorbeeld aan de minst bedreigde zijde en de binnenplaats kon makkelijk vanaf een nabije heuvel bestookt worden.
De eerste bekende bezitters van het kasteel Terworm was het geslacht van Gitsbach (voor het eerst vermeld in 1421), dat tevens eigenaar was van het gelijknamige goed Gitsbach. In 1498 is de Heerlense schout Dirk van Palland de eigenaar. Later komt het goed in handen van het geslacht Van Wijlre die het tot 1738 in bezit hielden.
Ergens halverwege de zestiende eeuw is het kasteel vrijwel volledige afgebrand. Alleen de eerste vier meter van het kasteel bleven in het oorspronkelijke mergel en Kunradersteen bestaan. De herbouw, uitgevoerd door de familie Van Wijlre, geschiedde in baksteen en om het verschil tussen de mergel en de baksteen te verhullen werd het gebouw witgeschilderd. Begin achttiende eeuw moderniseerde deze familie eveneens de meeste bijgebouwen door deze grotendeels uit vakwerk opgetrokken bouwwerken te verstenen. Halverwege de 18e eeuw komt het kasteel in handen van het geslacht van Heyden genaamd van Belderbusch. Maximiliaan Willem van Belderbusch verbouwde het slot. Hij brengt de hardstenen omlijsting aan en de brug aan de oostzijde van het kasteel. Hij laat tevens de siertuin in Franse stijl aanleggen door L. Fuchs uit Brussel. In het begin van de 19e eeuw komt het kasteel in handen van de baronnen De Loë. Het is vooral deze familie die veel nabijgelegen goederen en boerderijen aankoopt, waarmee het goed Terworm flink wordt uitgebreid. Tot de aankopen behoren Douvenrade, de Dries, het Geleenhofen Prickenis. De baronnen De Loë lieten het kasteel in 1890 flink verbouwen, waarbij het merendeels zijn huidige neogotische vorm verkreeg. Architect L. de Fisenne. De trapgevels werden aangebracht en het kasteel werd beklampt met baksteen aan de buitenkant. Aan de zuidkant van het kasteel werd een arkeltorentje gemaakt en de brug tussen het kasteel en de tuin werd gebouwd.
In 1917 werd het landgoed verkocht aan de Oranje Nassau Mijnen te Heerlen die het als kantoorgebouw gebruikte. Na de tweede wereldoorlog is het kasteelgebouw slecht onderhouden en daardoor in verval geraakt.
In het najaar van 1997 is een omvangrijke restauratie gestart, waarbij het gehele kasteel met voorburcht in gebruik is genomen als hotel-restaurant. De reeds in 1890 bedoelde symmetrie, die nooit afgemaakt was, werd nu wel uitgevoerd. De uitbreiding aan de noordzijde met arkeltorentje is gedurende deze restauratie aangebracht.
Momenteel is de Franse tuin, origineel aangelegd door Maximiliaan Willem van Belderbusch, met Oranjerie en leifruitmuur weer in volle glorie hersteld.
Literatuur: 


(laatst gewijzigd op 23 Augustus 2011)
print