Wever, Frans de (arts)
Dokter, 29 januari 1869 - 9 september 1940
Frans de Wever werd op 29 januari 1869 te Nuth geboren als zoon van de plaatselijke apotheker. Hij doorliep het gymnasium in Rolduc en studeerde vervolgens medicijnen in Amsterdam. Na zijn artsexamen op 20 april 1897 vestigde hij zich tien dagen later als arts te Heerlen. Hij kwam naar Heerlen op aandringen van burgemeester De Hesselle, die tevens apotheker was en derhalve een collega van De Wevers vader.
De jonge arts van 28 jaar zat spoedig tot over zijn oren in het werk en was gedwongen om dag en nacht te werken. In de wijde omgeving was hij de enige dokter. Hij was daardoor meer tijd kwijt aan reizen dan aan de behandeling van patiënten. Overdag verplaatste hij zich in de sjees. 's Nachts ging hij te paard. Er was in die tijd een groot gebrek aan vroedvrouwen. Dokter de Wever moest dus ook bij bevallingen helpen. Hij reed bijvoorbeeld in een nacht eerst in Heerlen, daarna moest hij naar Simpelveld en vandaar ging het in een keer door naar Brunssum.
De eerste Oranje Nassaumijn werd in 1897 geopend. De Wever werd nu ook mijnarts. De mijnwerkers die tijdens hun werk gewond raakten, werden naar zijn huis gebracht en daar behandeld. Hij opereerde zelfs op de keukentafel. Hij was tevens gemeente- en spoorwegarts. Het aantal ongevallen in de mijn en bij de pas geopende spoorlijn Sittard-Heerlen-Herzogenrath nam geweldig toe. De ernstig gewonden moesten met paard en wagen naar Maastricht, waar het dichtstbijzijnde ziekenhuis was. Het werd dus dringend noodzakelijk dat er een ziekenhuis in de buurt kwam.
De dokter ging daarom eens praten met mgr. Savelberg, de stichter van de congregaties der Kleine Zusters en Broeders van de H. Joseph. Mgr. Savelberg stemde in met het voorstel van dokter de Wever en stelde zijn zusters ter beschikking voor de verpleging en het huishouden in het nieuwe ziekenhuis. Het "Maria Hilfspital" werd in 1904 in gebruik genomen, een ziekenhuisje van twintig bedden, gelegen aan de huidige Putgraaf. De Wever werd nu ook nog geneesheer-directeur van het ziekenhuis.
's Zaterdags kwam dokter Hustinx op de fiets uit Maastricht om operaties uit te voeren. Twee zusters assisteerden de beide dokters hierbij. Een van de zusters had het diploma ziekenverpleging en kreeg dus de praktische leiding van de verpleging in het ziekenhuis. Het moederhuis van de zusters sprong ook bij. De bejaarden schilden aardappels voor het ziekenhuis. De groenten uit de kloostertuin waren eveneens voor de zieken bestemd. De novicen ondersteunden de zusters bij het `s nachts waken. De zusters kregen als salaris kost en inwoning.
Het ziekenvervoer ging in het begin per fietsbrancard, voortbewogen door Hubert Dautzenberg. Vier jaar na de opening, in 1908, werd besloten tot uitbreiding van het inmiddels St. Joseph-Hospitaal geheten ziekenhuis. Na de verbouwing, in 1909, kwam Hustinx als chirurg in vaste dienst. De mijnen hadden aan deze uitbreiding een flinke financiële bijdrage geleverd. Het was namelijk voor de mijnindustrie van groot belang, dat er een goed ziekenhuis in de buurt was voor de vele gewonden van mijnongevallen.
In 1912 werd het ziekenhuis opnieuw uitgebreid. Voortaan had men de beschikking over 280 bedden. Het Nederlandse Rode Kruis stelde in 1914 een ziekenauto ter beschikking. Er kwam ook een "Zanderinrichting", de voorloper van de huidige revalidatieafdeling. Deze afdeling was vooral van belang voor de patiënten uit de mijnen. Het aantal patiënten, dat door de ongevallen in de mijn in het ziekenhuis moest worden opgenomen, werd steeds groter. {er jaar waren dit ongeveer 120 patiënten. Van rijkswege kwamen er stringente eisen voor het beheer van ziekenhuizen. Er werd nu een nieuwe geneesheer-directeur benoemd. Ook kwam er een coördinerend mijnarts en een opleiding voor leken-verpleegsters, want de zusters konden niet nog meer religieuzen-verpleegsters ter beschikking stellen.
De Wever bleef als huisarts aan het ziekenhuis verbonden. Zijn specialisme was verloskunde en hij was belast met de röntgenafdeling.
Naast zijn werk in het ziekenhuis had de dokter ook nog een drukke praktijk aan huis. Hij had het zo druk, omdat hij voor zijn patiënten veel geduld en hulpvaardigheid kon opbrengen. Zijn ijzeren gestel maakte het hem mogelijk dag en nacht te werken. Hij was vol zorg voor zijn patiënten. Als een patiënt in levensgevaar verkeerde, ging hij midden in de nacht nog even naar hem kijken om zich ervan te vergewissen, dat alles wat gedaan kon worden, ook gedaan werd.
Ook buiten zijn praktijk verrichtte De Wever vele werkzaamheden. Hij was voorzitter van de Gezondheidscommissie en wist te voorkomen, dat de onder mijnwerkers heersende ankylostomiasis (mijnwormziekte) een epidemie zou worden. In 1910 was hij betrokken bij de oprichting van de Limburgse afdeling van het Groene Kruis. Hij had als bestuurslid tot taak het contact met de artsen te onderhouden. Op het terrein van de ziekenfondsen heersten vele misstanden. Dokter de Wever zorgde er voor, dat er in Heerlen een afdeling van de Nederlandse Maatschappij tot Bevordering van de Geneeskunde kwam (1917). Jarenlang was hij voorzitter van deze afdeling.
Zijn veertigjarig jubileum als arts in Heerlen werd gevierd in 1937. De Wever ontving bij die gelegenheid uit handen van burgemeester van Grunsven de gouden medaille van de stad Heerlen. Al eerder had hij de pauselijke onderscheiding Pro Ecclesia et Pontifice ontvangen en was hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.
In hetzelfde jaar (1937) openbaarden zich de eerste verschijnselen van kanker. Het jarenlange werk op de röntgenafdeling was niet zonder gevolgen gebleven. Hij had te veel straling opgelopen, hetgeen hem uiteindelijk fataal geworden is. Op 9 september 1940 is De Wever op 71-jarige leeftijd overleden. Als eerbetoon voor zijn nooit aflatende inzet voor de gezondheidszorg in Heerlen en omgeving werd het nieuwe ziekenhuis, dat in 1968 aan de rand van Heerlen werd geopend, het De Weverziekenhuis genoemd.
Literatuur:
Persberichtencollectie, persoonsdossier dokter F.W.J. de Wever
Tijdschriften:
- F. de Wever, Medische en hygiënische verzorging in het mijngebied, Heerlen, jrg 1936. – pag.: 173-177
- J.M.M. Krüll, Dokter Frans de Wever, in: LvH 47 (1997). – pag.: 128-130
- Redactie, De nagedachtenis van dokter De Wever zal steeds in dankbaarheid bewaard blijven, 1967 In: Hospi Taal jaargang 4 volume 2. – pag.: 10-11
- 40 Jaren Spoor en Mijnen 1896-1936. - pag.: 157-161
- Redactie, Posthume hulde voor drie doktoren, 1965, in: Hospi Taal jaargang 2 volume 3. – pag.: 1
- Magazine : periodiek van en voor Ziekenhuis De Wever en Gregorius, Verpleeghuis Schuttershof, (Verzorgingshuizen Aan de Bleek en Bronnenhof en Elvira) = Mediamiek = De Wever magazine = Papieren Prikbord, Stichting Gezondheidszorg Oostelijk Zuid-Limburg.
Boeken:
- J. Hendriks, S. Brun, Schering en inslag : 75 jaar De Wever-ziekenhuis Heerlen, Heerlen : s.n., 1979
- H.H. Lindeboom, J.G.Y. de Jong, A.A.J.J. van der Eerden, Wenckebach-bundel : uitg. ter gelegenheid van de opening van het De Wever-ziekenhuis te Heerlen, 14 juni 1968, Heerlen : Limb. Dagbl., 1968
Brochures:
Met dank aan leerlingen van het Sintermeertencollege: Monique Dormans en Nicolle Muyrers.
|