Rijckheyt - Centrum voor regionale geschiedenis
A A A

Methodiek van het stamboomonderzoek
  •  Onderzoek in de periode omstreek 1930 tot heden
Stamboomonderzoek begint altijd in de eigen papieren. In verband met wetten en regels rond privacy zijn de akten van de burgerlijke stand pas na lange tijd openbaar. Overlijdensakten na 50 jaar, huwelijksakten na 75 jaar en geboorteakten zelfs pas na 100 jaar. Deze eerste periode moet je zelf overbruggen. Een trouwboekje van (groot)ouders is in de meeste gevallen een goed uitgangspunt voor stamboomonderzoekMeestal zijn een trouwboekje of andere familiepapieren al voldoende. Daarnaast kan navraag worden gedaan bij oudere familieleden. Zij weten soms meer dan je denkt. Door gebruik te maken van bidprentjes, die niet gebonden zijn aan wettelijke beperkingen, zijn vaak voldoende gegevens te achterhalen voor een goede start. Voordat je een bezoek brengt aan het archief is het goed het volgende te doen:
-          probeer een huwelijk van vóór 1925 te achterhalen.
-          of probeer een overlijden van vóór 1950 te achterhalen.
-          of probeer een geboorte van vóór 1905 te achterhalen.
Als je één of meer van deze gegevens in je familie hebt gevonden, kun je bij Rijckheyt en andere archieven in Nederland terecht om je stamboomonderzoek te beginnen.
  •   Onderzoek in de periode 1798 tot omstreeks 1930.
     Directe voorouders zoeken.
Om onderzoek in de negentiende en twintigste eeuw te doen, zijn de registers van de Burgerlijke Stand het meest van belang. Indien je wilt weten hoe de Burgerlijke Stand is ontstaan en hoe deze functioneert klik je hier.
De belangrijkste akte is de huwelijksakte. In de huwelijksakte wordt zowel de bruid als de bruidegom uitvoerig omschreven. Hun voornamen, achternaam, geboorteplaats, geboortedatum en beroep worden erin vermeld. Daarnaast worden ook hun ouders met voor- en achternaam in de huwelijksakte genoemd. Om een generatie terug te kunnen gaan, moeten de huwelijken en de bijbehorende akten van de ouders van bruid en bruidegom worden gevonden. Dit kan op twee manieren. 
  • De eerste manier is vrij gemakkelijk. De meeste gegevens uit de huwelijksakten van de Burgerlijke Stand zijn in de afgelopen jaren in databases geplaatst. Deze databases zijn meestal via internet te raadplegen. Ze bieden het grote voordeel dat de zoektocht niet wordt gehinderd door gemeentegrenzen, provinciegrenzen of tijdvakken. Een groot aantal huwelijksakten (waaronder alle huwelijksakten van de provincie Limburg) zijn te vinden op http://www.genlias.nl. Het nadeel van deze database-methode is dat er in de indexen en databases wel eens fouten zitten. Het is daarom van belang dat de gevonden gegevens worden gecontroleerd aan de hand van de echte akte. Verder moet de onderzoeker er niet vanuit gaan dat “er geen huwelijk is gesloten ” als er in de database niets is gevonden. Immers, de akte kan per ongeluk foutief zijn opgenomen of zelfs helemaal niet voorkomen in de database. Als er in de database geen gegevens worden gevonden moet de tweede zoekmethode worden gevolgd.
  • De tweede methode werkt met de 10-jarige tafels waarin alle huwelijksakten per gemeente zijn opgesomd. Begin bij de gemeente waar het huwelijk van de kinderen is gesloten. De ouders kunnen echter ook elders zijn getrouwd. Kijk dan eerst naar de gemeenten waar de kinderen zijn geboren. Als dat geen uitkomst biedt, zullen stelselmatig de 10-jarige tafels van verscheidende aangrenzende gemeenten nagekeken moeten worden. NIet alleen is de plaats een probleem, ook het huwelijksjaar is onbekend. Om te bepalen in welk tijdvak van 10 jaar gezocht moet worden, levert de leeftijd van de huwelijkskandidaten een belangrijke aanwijzing. Meestal is het huwelijk van de ouders gesloten vóór de geboorte van het eerste kind. Uit de huwelijksakte is echter niet op te maken of de bruid dan wel bruidegom eerste kind is, maar het geeft op z'n minst een richting waarin gezocht kan worden.  
     Gezinssamenstelling.
Om een gezins-samenstelling te reconstrueren, kan gebruik gemaakt worden van de geboorteregisters en de bevolkingsregisters of beter nog; van een combinatie van beide registers.Familie Roosen (1888). Vlnr: Maria Roosen, Maria Roosen-Lemmens, Arthur Roosen, Maximiliaan Roosen en Henriëtte Roosen, Maximiliaan was wethouder in Heerlen.
Door de geboorteregisters stelselmatig na te lopen, kunnen per gezin vrij gemakkelijk alle kinderen worden gevonden. Nadeel van deze methode is dat er bij een verhuizing, de geboorte van kinderen natuurlijk in de nieuwe gemeente ingeschreven werden. In dat geval moeten er registers van andere gemeenten worden nagekeken. Overigens zijn er al heel wat gemeente’s waarvan de geboorteakten in een online databases zijn geplaatst. Hierin kan men in meerdere gemeenten tegelijk zoeken, zodat het probleem van verhuizingen omzeild wordt. Zie hiervoor onder andere: www.genlias.nl.
Een andere methode om de gezinssamenstelling te vinden is via de bevolkingsregisters. In deze registers staat per adres wie er woonachtig was. Naast gezinsleden werden ook andere inwonende personen opgesomd zoals kostgangers, dienstboden of knechten. Het kwam ook voor dat er gezinsleden verhuisden om elders weer als kostganger, dienstbode of knecht te gaan wonen. Het bevolkingsregister laat dus geen exacte gezinssamenstelling zien, maar geeft wel een idee daarvan. Voordeel van de bevolkingsregistratie is dat als gezinsleden verhuizen, in de meeste gevallen, erbij wordt vermeld waar naar toe.
 
  • Onderzoek in de periode vóór 1798.
De belangrijkste bron voor genealogisch onderzoek in de periode voor 1798 zijn de kerkregisters, vooral de doop- en huwelijksregisters. Vrijwel alle registers zijn voorzien van alfabetische indexen, die in sommige gevallen ook digitaal voorhanden zijn. Deze indexen, ook wel klappers genoemd zijn destijds niet door de pastoor zelf gemaakt maar zijn veel tijd later tot stand gekomen. Hoewel de klappers een handig hulpmiddel lijken is het verstandig ze niet te gebruiken, omdat:
-          één achternaam op verschillend geschreven manieren in het registers kan voorkomen, ook al betreft het dezelfde familie of persoon.
-          klappers veel fouten en onvolkomenheden kennen.
De klapper kan wel gebruikt worden om te bepalen of een familienaam in een bepaalde periode en parochie voorkomt. Staat een familienaam in de klapper vermeld, dan kun je met die kennis besluiten de registers stuk voor stuk door te nemen.
 
Soms gingen de parochianen naar de kerk van de buurparochie. Dat gebeurde als de grenzen van de parochie grillig waren waardoor de kerk van de eigen parochie verder weg lag dan die van de aangrenzende parochie. Vooral als een baby in de winter was geboren, koos men voor de dichtbij gelegen kerk. Daarom moeten niet alleen de registers van één parochie worden doorgenomen, maar ook de registers van de aangrenzende parochies.
 
     Latijn en Paleografie.
De kerkregisters zijn altijd in het Latijn opgesteld. De inschrijvingen zijn met een beetje basiskennis van het Latijn vrij snel te begrijpen, omdat er standaardformules werden gebruikt. Enkele online woordenlijsten Latijn zijn handig bij het lezen van de kerkregisters.
Naast het Latijn moet je er rekening mee houden dat het handschrift van de pastoor in de zeventiende en achtiende eeuw wezenlijk anders was dan tegenwoordig. Om de geschreven tekst te kunnen lezen is enige kennis van paleografie raadzaam.
 
     Werkwijze.
De werkwijze van het stamboomonderzoek in deze periode bestaat uit drie stappen:
  • Verzamel gegevens van het ouderpaar. Denk hierbij aan de doop-, huwelijks- en overlijdensdatum en woonplaats.
  • Verzamel gegevens van alle kinderen uit dit huwelijk (de doopdatum, de volledige namen van de getuigen en indien mogelijk ook de namen van de aanstaande echtgenoten). Hier spelen dus ook de huwelijksregisters een belangrijke rol.
  • Identificeer de doopgetuigen van ieder kind.
De laatste is uiteraard het moeilijkste, maar vormt de belangrijkste stap. Men moet achterhalen wat de relatie tussen de dopeling en de Peter en Meter is. Je kunt er vanuit gaan dat dit vrijwel altijd een familierelatie is. Het achterhalen van deze familieband kan op twee manieren:
  • Stel eerst, indien mogelijk, de twee gezinnen van de ouders samen. Vaak zijn peters en meters broers en/of zussen van beide ouders.
  • Maak gebruik van de methode van naamgeving. Het geven van voornamen aan de kinderen gebeurde volgens een vrij strikt toegepaste methode. De eerste zoon kreeg de voornaam van de grootvader aan vaderszijde, een tweede zoon kreeg de voornaam van de grootvader aan moederszijde. De eerste geboren dochter kreeg de voornaam van de grootmoeder aan moederszijde enzovoort. Zie onderstaand schema voor verduidelijking.
 

Systematiek van voornaam-geving in zuid-Limburg

Afbeelding 1: voorbeeld van systematiek voornamen. 

Er is een aantal uitzonderingen op deze regel, waarvan de belangrijkste zijn:
  • Als een kind vroegtijdig kwam te overlijden werd de voornaam opnieuw gebruikt.
  • Een kind dat werd geboren na de dood van zijn vader kreeg de naam van zijn vader.
  • Een eerste zoon of dochter uit een tweede huwelijk werd vernoemd naar de overleden partner.
Het gaat hier in alle gevallen om de eerste voornaam. Vanaf de zeventiende eeuw kwam het gebruik van een tweede voornaam steeds vaker voor. Het betrof dan meestal een zogenaamd patroniem of vadersnaam. Deze methode van het geven van voornamen is van de zeventiende tot in het begin van de twintigste eeuw zo algemeen dat het voorkomen van dezelfde voornaam in de regel een hard bewijs is voor een afstamming.
Om sterfdata van de ouders te achterhalen, zal men de begraafregisters van de pastoor moeten raadplegen.
 
     De stamboom aankleden.
Wanneer je van alle voorouders de geboortedata, geboorteplaats, huwelijksdata en overlijdensgegevens informatie hebt verzameld, is de stamboom eigenlijk “af”. Helaas weet je dan eigenlijk nog maar weinig over het daglijkse leven van je voorouders. Wat hebben ze gedaan ? Waar woonden ze en hoe woonden ze? In tal van andere archieven zijn documenten te vinden die iets over je voorouders vertellen. Wanneer bijvoorbeeld de overlijdensdatum bekend is, zou je in de parochiearchieven of de notariële archieven een testament kunnen vinden. In het archief van de schepenbank is te vinden of een voorouder een stuk grond in pacht had. Ook in vele rechtszaken hebben voorouders hun sporen nagelaten. Op deze website wordt uitgelegd hoe onderzoek gedaan kan worden in een aantal archieven :
  • Notariaat – onder andere testamenten, boedelscheidingen, geldleningen en huwelijkse voorwaarden.
  • Schepenbank – onder andere strafrechterlijke en civiele processtukken en onroerend goed registratie.
  • Parochiearchieven – onder andere testamenten, fundaties en stichtingen van jaardiensten.

Naast archieven en documenten zijn er uiteraard ook nog andere bronnen die informatie kunnen geven over voorouders. Zo kun je ook gebruik maken van de in steen gebeitelde informatie op de vele grafstenen die nog op begraafplaatsen te vinden zijn. Op www.graftombe.nl is een substantieel deel van deze informatie afkomstig van grafstenen in een database geplaatst.

Wanneer is mijn stamboom klaar?
Wanneer de Burgerlijke Stand en alle beschikbare DTB registers zijn doorgespit, is het voor veel genealogen “klaar”. Er zijn immers geen standaard registers voorhanden waarin gebeurtenissen als geboorte, huwelijk en overlijden worden vermeld. Dit is echter slechts gedeeltelijk waar. De meeste DTB-registers beginnen inderdaad ergens in de zeventiende eeuw . Vóór die tijd zijn er echter wel andere archieven waarin het stamboomonderzoek kan worden voortgezet. De moeilijkheidsgraad stijgt wel naarmate men verder teruggaat in de tijd. Problemen zijn de vreemde talen, onbekende termen en moeilijk oud schrift. Een goede voorbereiding door het volgen van een cursus of het goed lezen van handleidingen is dan ook noodzakelijk. Zomaar een zeventiende eeuws archief induiken is meestal zinloos. Als je je goed hebt voorbereid, bieden vooral de archieven van de schepenbanken uitkomst. 

Literatuur.



(laatst gewijzigd op 28 Oktober 2009)
print