Omgang met het mijnverleden

Na de mijnsluitingen werd het mijnverleden grotendeels 'weggestopt', 'vergeten'. De mijnen, en alles wat daaraan herinnerde, moest zo snel mogelijk verdwijnen. De voormalige Limburgse mijngebieden moesten omgevormd worden en een nieuwe functie krijgen. Na de mijnsluitingen bestond geen behoefte voor het behoud van mijnerfgoed. Later kwam daar verandering in. Duidelijk werd dat met de sloop van veel mijnobjecten historisch belangrijk erfgoed verloren ging. Regionale geschiedenis kon door het reactiveren van het mijnverleden gestimuleerd worden.

Wetenschapper Ad Knotter heeft veel geschreven over de mijnbouw in Limburg. Knotter stelt in één van zijn boeken (2013): ‘Overal in West-Europa wordt het mijnverleden ingezet om zowel de culturele identiteit als de toeristische aantrekkingskracht van oude mijngebieden te versterken’. De behoefte om het mijnverleden ‘terug te halen’ is vrij recent, aldus Knotter. In eerste instantie werd ‘herdenken’ door ex-mijnwerkers niet als behoefte beschouwd. Knotter stelt dat in 1979 een plan gelanceerd werd een nationaal mijnwerkersmonument in Kerkrade op te richten. Dit plan zorgde voor veel negatieve reacties omdat veel mijnwerkers zich in hun eer gekrenkt voelden. Veel mijnwerkers hadden stoflongen en voelden zich door de Nederlandse overheid afgedankt. De voormalige mijnstreek wordt tegenwoordig gekenmerkt door een gebrek aan grote aantallen mijnobjecten. Het mijnverleden was een soort ‘trauma’: doelbewust vergeten of wegstoppen speelde een grote rol. De wil om het mijnverleden te behouden, te bewaren, was niet of nauwelijks aanwezig in de mijnstreek. Zo werd in Heerlen schoorsteen ‘Lange Jan’, een markeringspunt van de mijnindustrie, al in 1976 opgeblazen. ‘Lange Jan’ was meer dan honderd meter hoog en verbonden aan de elektriciteitscentrale van de mijn Oranje-Nassau I. Geen actie werd destijds uitgevoerd de schoorsteen te behouden.

Alle mijnobjecten moesten zo snel mogelijk verdwijnen. Achteraf jammer gezien hun historische en educatieve waarde. Bron: Rijckheyt, 519 Dia's sloop Oranje Nassau Mijnen, ca. 1975. 299 Oranje-Nassaumijn I. Zoals gezegd zorgden de mijnsluitingen voor een trauma. Het trauma van het mijnverleden werkte tot de jaren negentig door. In diezelfde tijd kwam een kentering op gang vanuit de behoefte slachtoffers van mijnarbeid te herdenken, aldus Knotter. Tegenwoordig blijkt grote behoefte te bestaan het mijnverleden te behouden en te herinneren. Mijnkoloniën zijn tot rijksmonument verklaard, bijvoorbeeld Lauradorp te Eygelshoven. Verschillende initiatieven zijn in Heerlen geïnitieerd om het mijnverleden levend te houden. Ook websites zijn gestart en Heemkundeverenigingen publiceren over de mijnbouw. Omdat tegenwoordig veel mijnwerkers overleden zijn, ooggetuigen van de mijnbouw, bestaat behoefte aan ‘herinneringsarbeid’.

 

 

 

Nadere bronnen en literatuur:

Knotter, A., Langeweg, S., Nijhof, E., Peet, J., & Rutten, W. (2013). Mijnwerkers in Limburg, een sociale geschiedenis. Nijmegen: Vantilt.

Onze archieven en collecties