Mariarade (Hoensbroek, gemeente Heerlen)

Uitgave: Gebr. Simons, Ubach over Worms. Geschiedenisschets

Mariarade was tot aan het eind van de 19e eeuw niet meer dan een agrarische vlakte dat doorkruist werd door een aantal onverharde landwegen en voetpaden. Deze landwegen waren de latere Hommerterweg, het Hommerterpad, de Amstenraderweg, het Brunssumervoetpad en de Grubweg. Het gebied behoorde vanaf de 14e eeuw tot de Heerlijkheid Hoensbroek.

Het was in de 18e eeuw al bekend dat er steenkool vrij dicht aan de oppervlakte was te vinden, maar pas begin 20e eeuw kwam het tot daadwerkelijke exploitatie. De staatsmijn Emma werd vanaf 1908 aangelegd en in 1914 gingen de poorten open. Personeel werd van heinde en ver aangetrokken en er moesten snel nieuwe woningen komen. Er werden vanaf 1907 eerst woningen bij de Kastanjelaan gebouwd en in 1912 werd de mijnwerkerskolonie “De Eerste Stap” aangelegd.

Na de Tweede Wereldoorlog werd er te Hoensbroek een groot stedenbouwkundig plan uitgevoerd naar een ontwerp van architect B. Salemans. Het huidige Mariarade vindt hierin zijn oorsprong.

Herkomst naam

Aanvankelijk heette de omgeving “Kloosterkolonie” naar het in 1914 gestichte klooster in die wijk. In 1930 werd door datzelfde klooster een Lourdesgrot gebouwd die een volksdevotie rond de Heilige Marie teweeg bracht. De grot trok al snel bedevaartgangers uit de wijde omgeving en er gingen al snel stemmen op om de wijk niet Kloosterkolonie maar Mariarade te noemen. Pas in 1949 werd deze naam officieel door het gemeentebestuur van Hoensbroek erkend.

Nadere bronnen en literatuur: