Hoensbroek centrum (gemeente Heerlen)

Geschiedenisschets

Het dorp Hoensbroek ontstond in de 13e eeuw in een broekbosgebied rond het, in dezelfde periode gebouwde, kasteel Hoensbroek. Iets hoger gelegen, op enkele honderden meters van het kasteel, wordt in de 13e eeuw de Parochiekerk St. Jan gesticht. Het dorp zal een bescheiden rol blijven spelen.

Hoensbroek werd in 1388 door Joanna, hertogin van Brabant afgescheiden van het gebied der schepenbank Heerlen en in leen gegeven aan Herman Hoen. Hoensbroek kreeg toen een eigen schepenbank (gerecht) met hoge, middelbare en lage rechtspraak en Herman Hoen werd de eerste heer van het dorp "Ingenbroek". Tegen de vonnissen, uitgesproken door de schepenen van Hoensbroek, kon men in beroep gaan bij het leenhof van het Land van Valkenburg.

In 1661, wanneer de Landen van Overmaas werden verdeeld tussen Spanje en de Republiek der Verenigde Nederlanden, kwam Hoensbroek onder Spaans bewind te vallen en werd het bestuurd vanuit Brussel. Vanaf 1713 tot 1785 viel het, net als alle andere Spaanse gebieden in de regio, onder Oostenrijks bewind. Op 25 februari 1795 had Hoensbroek 1127 inwoners.

Aan het begin van de 20e eeuw groeit Hoensbroek flink door de vestiging van de Staatsmijn Emma (1911), de Oranje-Nassaumijn III (1914) met als gevolgd de bouw van diverse mijnkoloniën zoals Lotbroek, Mariagewanden en Mariarade. In 1973 werden de mijnen gesloten.

Ingevolgde de herindelingswet Zuid-Limburg van 1981 werd Hoensbroek met ingang van 1982 opgeheven als zelfstandige gemeente en samengevoegd met de gemeente Heerlen.

Herkomst naam

Aanvankelijk heette het dorp "Ingenbroek". Een broek is een aanduiding voor drassig of moerasachtig gebied en de naam betekende niet meer dan "in het broek, in het moerasachtige land". Later werd daar dus het kasteel van de familie Hoen gebouwd, het huidige kasteel Hoensbroek. De naam Hoensbroek betekent dus letterlijk "het moerasachtige gebied van Hoen".

Nadere bronnen en literatuur: