Reijmersbeek, kasteel (Nuth)

Het Kasteel Reijmersbeek is opgebouwd in de stijl die we in het noordoosten van Zuid-Limburg vaker tegenkomen, een combinatie van een voorhof met het feitelijke kasteel. Naar alle waarschijnlijkheid bevond zich reeds in de 13e eeuw al een kasteel op deze plek. Catharina van Nythuijsen en haar echtgenoot Bartholomeus van Reijmersbeek worden als eerste bewoners vermeld.

In 1450 kwam het complex in handen van het geslacht Eynatten. Het was ook onder dit geslacht dat de heerlijkheid Nuth ontstond, losgemaakt uit de schepenbank Klimmen, door een verpanding van de Spaanse koning aan Steven van Eynatten. De vergaderingen van de schepenbank Nuth vonden voornamelijk plaats op dit kasteel.

Foto: Jos SiemersHet huidige huis stamt grotendeels uit de 16e eeuw, met ingrijpende verbouwingen uit de 17e en 18e eeuw. In het begin van de 19e eeuw, toen het kasteel in handen kwam van de familie Michiels van Kessenich, werd een deel van het huis afgebroken. De ophaalbrug en één der torens werden verwijderd en de grachten werden grotendeels gedempt.

In de 20e eeuw is het kasteel in gebruik genomen als klooster en is dat ook tot voor kort gebleven. Tengevolge van dit gebruik zijn er forse ingrepen gedaan, zoals het verwijderen van de oorspronkelijke spiltrap en het opdelen van de binnenruimtes. Gelukkig is de centrale kamer met zijn Lodewijk XV-stuc- en snijwerk in tact gebleven. De Oostenrijkse spits op het overgebleven torentje werd pas in 1970 aangebracht. De Hoeve en het poortgebouw dateren van de tweede helft van de 17e eeuw. Foto: Jos Siemers

Nadere bronnen en literatuur: