Logistiek in de Tweede Wereldoorlog: het falen van ‘Operatie Barbarossa’

Logistiek betreft de integrale besturing van de goederenstroom. Pas vanaf de jaren zestig ontwikkelde logistiek zich als een aparte bedrijfstak. De voordelen van de integrale besturing van goederenstromen werd toentertijd langzaam erkend. De logistiek en de daarmee gepaard gaande logistieke processen heeft militaire wortels. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd duidelijk dat grootschalige militaire operaties niet uitgevoerd konden worden zonder te letten op de massale aanvoer en afvoer van militaire middelen zoals munitie, wapens en voertuigen, voedingsmiddelen, brandstof, kledij en andere benodigdheden. Die middelen moesten op tijd arriveren om het slagen van militaire operaties mogelijk te maken. Om gemechaniseerde oorlogsvoering mogelijk te maken moest brandstof in grote hoeveelheden beschikbaar zijn. Zowel aan het Westfront (West-Europa), aan het Oostfront (Sovjet-Unie) en in de Pacific (Azië) speelden genoemde factoren een rol. Dit korte artikel tracht een samenvattend overzicht te geven van de belangrijkste logistieke factoren die een rol speelden bij de nederlaag van de Duitse Wehrmacht aan het Oostfront tijdens en na ‘Unternehmen Barbarossa’ in de Sovjet-Unie.

‘Operatie Barbarossa’: de invasie van de Sovjet-Unie

Op 22 juni 1941 viel de Duitse Wehrmacht de Sovjet-Unie binnen. Het invasieplan had de naam ‘Unternehmen Barbarossa’ (naar de Duitse keizer en één van de leiders van de Derde Kruistocht). Hitler en staf dachten dat het Duitse leger superieur was aan het Rode Leger. Een snelle en beslissende overwinning zou mogelijk zijn.

Legermateriaal

Tijdens de Duitse operatie werden verschillende Duitse legers ingezet. Drie aanvalsgroepen moesten Leningrad, Kiev en Moskou veroveren. Legergroep Noord bestond uit het 16de leger, het 18de leger en het 4de pantserleger, Legergroep Midden bestond uit het 4de leger, het 9de leger, het 2de pantserleger, het 3de pantserleger en het 2de leger en Legergroep Zuid bestond uit het 6de leger, het 11de leger, het 17de leger en het eerste pantserleger. Naast genoemde Duitse legereenheden werden Roemeense (3de en 4de leger), Italiaanse en Finse legeronderdelen ingezet. In totaal ging het om plusminus 3.8 miljoen soldaten en militair personeel, 3350 tanks, 2770 vliegtuigen en 7200 artilleriestukken. De Sovjets zetten ongeveer 2.9 miljoen soldaten en militair personeel in, 11.000 tot 20.000 tanks en 9100 vliegtuigen. Duizenden liters brandstof, duizenden kilo’s voedingsmiddelen, kledij en andere middelen waren nodig om die immense legers operationeel te houden.

Logistieke factoren bij Operatie Barbarossa

Hitler en Duitse legerstaf dachten aan een snelle Blitzkrieg, zoals dat het geval was in West-Europa. Anders dan vaak wordt gedacht bestond het Duitse leger voor een groot deel uit paarden. Tanks en andere pantservoertuigen waren aanwezig, maar niet in zeer grote aantallen. Omdat de Duitse legerstaf niet voldoende had gedacht aan mogelijke infrastructurele problemen in de Sovjet-Unie (omdat de campagne snel over zou zijn), werd ook niet voldoende gekeken naar eventuele problemen met aan- en afvoer van materiaal en soldaten. De Sovjet-Unie had op veel plekken geen modern spoorwegennet. Dat maakte transport en aan- en afvoer van militair materiaal gecompliceerd. Ook Sovjet partizanen droegen aan die problemen bij omdat soms stukken treinrails werden vernietigd.

Wat betreft andere logistieke problemen waren de afstanden tussen Hitler-Duitsland, Polen en de Sovjet-Unie enorm: het ging om honderden kilometers. De afstand van Berlijn tot Moskou bedraagt 1608.76 kilometer en van Warschau tot Moskou 1150.65 kilometer (vogelvlucht). Het transport van voedingsmiddelen en kledij was problematisch gezien die grote afstanden. Omdat het Duitse leger steeds verder in de Sovjet-Unie moest oprukken werden die aanvoerlijnen steeds langer. Die lange aanvoerlijnen, bestaande uit trucks, pantservoertuigen of treinen, vormden uitstekende schietschijven voor Sovjet-vliegtuigen. Aanvallen op flanken konden ook niet worden uitgesloten. Daarnaast bestond het landschap uit vlaktes met moerassen, bossen en rivieren die een snelle opmars konden vertragen. Tevens speelde mee dat de wegen in de Sovjet-Unie vaak onverhard waren (stoffige zandwegen). Er was vaak geen sprake van uitgestrekte en verharde wegennetwerken zoals dat het geval was in West-Europa. West-Europa stond bekend om de redelijk goede infrastructuur. Die infrastructuur maakte Blitzkrieg mogelijk. Soms waren in de Sovjet-Unie helemaal geen wegen. De regenval in de Sovjet-Unie (rasputitsa) kon de beschikbare wegen in modderige, onbegaanbare paden veranderen. Voertuigen kwamen vast te zitten in de modder.

Een ander probleem was het feit dat de Duitse luchtmacht (Luftwaffe) het Sovjet railnetwerk beschadigde (naast de genoemde partizanenaanvallen). Daarnaast konden (vaak) alleen Sovjet locomotieven op Sovjetrails rijden. Dat had te maken met het type rails dat de Duitsers en Sovjets gebruikten (er was sprake van een afwijkende spoorbreedte). Zorgen dat Duitse treinen (op tijd) reden was een grote uitdaging. Afgezien van genoemde problemen had de Wehrmacht geen of veel te weinig winterkleding. Alleen Waffen-SS en Luftwaffe eenheden waren met winterkledij uitgerust. Dat had te maken met de idee dat Barbarossa slechts een zomercampagne zou worden. Winterkleding was dus niet nodig. Sovjettroepen waren vaak veel beter uitgerust om oorlog in winteromstandigheden te voeren. Lessen hadden ze getrokken uit de Winteroorlog (1939-1940) tegen Finland. Alle logistieke factoren droegen bij aan het falen van Operatie Barbarossa. Vooral de lange aanvoer- en transportlijnen, de barre weersomstandigheden in de Sovjet-Unie (regen en sneeuwval), het gebrek aan voldoende winterkleding en het ontbreken van genoeg brandstof en voedingsmiddelen waren belangrijke oorzaken. Ook problemen met staal en rubberproductie speelden mee. In februari 1941 werd de Wehrmacht al gewaarschuwd dat de vliegtuigbrandstof voldoende was tot de herfst van 1941. Brandstof voor voertuigen was slechts beschikbaar voor twee oorlogsmaanden. Hitler negeerde die problemen.

Andere, niet-logistiek gerelateerde problemen voor het falen van Barbarossa

Samen met Wehrmacht eenheden kwamen speciale SS-troepen naar de Sovjet-Unie om gebieden te zuiveren van partizanen, Joden en communisten. De ‘Einsatzgruppen’ creëerden een haatklimaat door hun systematische moordpartijen. Mogelijke sympathie voor de Duitse troepen ebde steeds verder weg bij de Sovjetburgerbevolking. Niet alleen genoemde troepen maakten zich schuldig aan die misdaden, ook Wehrmacht-soldaten. De mogelijke steun die het Duitse leger had kunnen krijgen van Sovjetburgers door hen vriendelijk en sympathiek te behandelen werd teniet gedaan door de racistische nazi-ideologie. De Duitse inval, de agressieve en racistische nazi-ideologie en individuele acties van soldaten droegen bij aan de haat van de Sovjets tegen de Duitsers.

Conclusie

Logistiek speelde tijdens Operatie Barbarossa een erg grote rol. Achteraf is het makkelijk oordelen, maar duidelijk is geworden dat Hitler en staf een grote militaire en logistieke inschattingsfout maakten. Lessen van Napoleon in Rusland waren blijkbaar niet voldoende bestudeerd. Dat de Duitsers zo’n fatale blunder begingen is achteraf een opluchting, maar had voor een groot deel te maken met hun overwinningscampagne in West-Europa (Blitzkrieg) en hun (militaire) superioriteitsgevoel. Er was in feite sprake van wishful thinking. Onderschatting van de Sovjet-Unie wat betreft mankracht en ideologie speelden mee. Duidelijk werd dat een slecht wegennetwerk gecombineerd met slechte weersomstandigheden fatale consequenties kan hebben.

 

Nadere bronnen en literatuur:

Cursus Logistiek Management

Notten, T. (2003). Operatie Barbarossa, de Duitse invasie van de Sovjet-Unie. Go2War2.nl

Operation Barbarossa

Operation 'Barbarossa' And Germany's Failure In The Soviet Union

Was ‘Operation Barbarossa’ a reasonable undertaking for 1941 Germany?

Onze archieven en collecties