Introductie historisch onderzoek

Het onderzoeken van het verleden van je huis, de vereniging in je buurt of de activiteiten van je voorouders. Het is allemaal mogelijk in vele vormen. Variërend van het vinden van het bouwjaar van een huis tot een wetenschappelijk artikel toe. Historisch onderzoek vindt altijd plaats aan de hand van bronnen. Bronnen kunnen vele vormen hebben. Het kunnen maaksels uit het verleden zijn, zoals munten, ruïnes of scheepswrakken. Die vorm van geschiedwetenschap, die zich vooral daarmee bezig houdt, noemen we archeologie. Meestal echter bestaan de bronnen waaruit onderzoekers putten uit geschreven materiaal. Veel mensen die niet direct opgeleid zijn in het uitvoeren van historisch onderzoek, worden echter met een aantal onderzoeksproblemen geconfronteerd. Er zijn talloze gidsen beschikbaar die uitstekend uitleg geven over de verschillende soorten historisch onderzoek, zoals een onderzoekgids naar de geschiedenis van de joden in Nederland of de methodiek van het archiefonderzoek. Maar ook op deze website willen we in het kort schetsen wat een historisch onderzoek in archieven en collecties omvat en daarmee de onderzoeker in spé een handreiking doen. Een onderzoeker die voor het eerst onderzoek in archieven doet wordt geconfronteerd met een aantal problemen.

  • De onderzoeksvraag
  • Collectiemateriaal of archiefbronnen?
  • Hoe vind ik de gegevens in de bronnen?
  • Hoe interpreteer ik de gegevens correct?

De onderzoeksvraag
Dit klinkt een beetje raar, maar veel onderzoekers beginnen met hun onderzoek zonder eigenlijk te weten wat het doel is van het onderzoek. Vaak beginnen ze met een vage omschrijving in de trant van “iets” over de geschiedenis van de buurt waar zij wonen of “gewoon informatie” over het kasteel Terworm. Wanneer je wilt beginnen probeer dan ook zo exact mogelijk te omschrijven wat je wilt weten. Pas daarna kun je gericht gaan zoeken in de verschillende bronnen. 

Collectiemateriaal of archiefbronnen?
Deze bronnen kunnen geschreven zijn in de tijd waarin de gebeurtenissen zich hebben afgespeeld. Deze bronnen noemen we primair. Bronnen die geschreven zijn ná de feitelijke gebeurtenis noemen we secundair.

Tot de primaire bronnen rekenen we de archieven van diverse instellingen en personen. Te onderscheiden bronnen hierin zijn onder andere notulen, akten, charters, brieven, dagboeken en rekeningen. Brochures worden meestal tot de primaire bronnen gerekend. Kranten, literatuur, tijdschriften, documentatie, foto’s en prentbriefkaarten rekenen we tot de secundaire bronnen.

Bij een historisch onderzoek hebben primaire bronnen de voorkeur boven de secundaire bronnen, omdat de primaire bron betrouwbaarder wordt geacht dan de secundaire bron. In de praktijk worden secundaire bronnen eerder en sneller gebruikt dan primaire bronnen. Op zich is dat wel begrijpelijk. Deze zijn makkelijker toegankelijk en veelal geschreven in je eigen taal. Daarnaast presenteren deze bronnen de gegevens meestal keurig geordend in de vorm van een artikel of boek. Echter nog lang niet alle gegevens uit primaire bronnen zijn onderzocht waardoor er vaak onwaarheden of onvolledigheden in de secundaire bronnen vermeld staan. Onderzoek in primaire bronnen is dus betrouwbaarder, vollediger maar ook tijdrovender en meer ingewikkeld.  

Hoe vind ik de gegevens in de bronnen?
Een van de “moeilijke” aspecten aan onderzoek in archieven is dat veel beginnende onderzoekers niet weten waar ze moeten beginnen in die enorme brij aan gegevens of hoe ze de voor hen relevante gegevens boven water moeten krijgen.

De eerste stap die gezet moet worden om de gegevens uit de archiefbronnen te vinden, is de onderzoeksvraag te “vertalen” naar bruikbare bronnen. Dit kan door het stellen van de vraag: “Wie of welke instelling heeft zich in het verleden (beroepsmatig) beziggehouden met het onderwerp van mijn onderzoek”. Indien je bijvoorbeeld wilt weten wat de bouwhistorie van een bepaald pand is, kun je de betrokken partijen erbij bedenken (architect, gemeente, aannemer, bewoners, eigenaar). Overigens zul je in veel gevallen er niet aan ontkomen dat enige achtergrond, over de periode waarnaar je onderzoek doet, onmisbaar is.

Na het stellen van die vraag kan gezocht worden of er van die personen en instellingen archief bewaard gebleven is en waar deze archieven zich bevinden. Daarna moet de archiefinventaris (een toegang op het archief) ter hand genomen worden om de eventuele archiefstukken te vinden. Vrijwel alle archieven bij Rijckheyt zijn te raadplegen via inventarissen. Op de pagina over onze inventarissen kun je nalezen hoe een inventaris te gebruiken is. Daarnaast kun je op de studiezaal altijd navraag doen over het gebruik van inventarissen of het uitvoeren van historisch onderzoek. Om je nog meer van dienst te zijn hebben we een aantal veelvuldig voorkomende onderzoeken (stamboomonderzoek, huizenonderzoek) en veelvuldig gebruikte archieven (Notarieel, Schepenbank, en Parochiearchieven) op deze website van een nadere uitleg voorzien.

Hoe interpreteer ik de gegevens correct?
Archiefstukken zijn soms enkele tientallen jaren, soms zelfs eeuwen oud. Stukken van vóór 1900 zijn bijvoorbeeld voor het merendeel met de hand geschreven en hoe verder je terug de tijd ingaat, hoe “moeilijker” het wordt om dat handschrift te lezen. In veel gevallen zijn de stukken ook in een andere taal geschreven zoals Frans, Duits of Latijn. Daarnaast worden in veel stukken ambtelijke, juridische of andere vaktaal gebruikt. Om deze problemen op te lossen maakt de onderzoeker gebruik van een aantal hulpwetenschappen die hem in staat stellen de teksten te kunnen lezen en te begrijpen. Onder de pagina's paleografie (oudschrift) en chronologie (tijdrekenkunde) kun je meer lezen over deze hulpwetenschappen.

Nadere bronnen en literatuur:

Onze archieven en collecties