Huizenonderzoek

Als je meer wilt weten over het verleden van het huis waarin je woont of waarin je voorouders zijn geboren, kun je onderzoek doen in archieven. Vragen als hoe oud is het huis, wie waren de vroegere eigenaren of stond hier voorheen ook al een huis kunnen daarmee beantwoord worden. 

Tijdens het onderzoek naar de geschiedenis van een huis en van huizen of gebouwen die vroeger op die plaats stonden, is het belangrijk niet alleen de gegevens te noteren van het huis waar je onderzoek naar doet, maar ook van de aangrenzende huizen en percelen. Uiteindelijk kan het onderzoek naar een huis uitgebreid worden naar de bebouwingsgeschiedenis van een heel huizenblok, een straat of een hele buurt. Huizenonderzoek kan gestart worden met het zoeken naar de eigenaren die het huis achtereenvolgens in bezit hebben gehad.

De collectie kadastrale kaarten 1811-1832 en OAT's (Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel) is vanaf 2016 te vinden in de beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Zie hiervoor ook het betreffende nieuwsartikel.

Onderzoek in de periode na 1840

Kadaster

In de Franse tijd (1795-1814) werd een begin gemaakt met de invoering van het kadaster, maar dit werk werd nooit helemaal beëindigd. Tussen 1811 en 1832 werden in (Noord-)Nederland alle gronden opgemeten en de eigendomsgegevens geregistreerd. Het voornaamste doel van de oprichting van het kadaster was een rechtvaardige heffing van de grondbelasting mogelijk te maken. Het kadaster werd in 1832 ingevoerd in (Noord-)Nederland. In Limburg kon het kadaster pas in 1840 worden ingevoerd, toen Limburg een deel werd van Nederland.

Voor Zuid-Oost Limburg vindt de kadastrale registratie plaats door de Dienst van het Kadaster te Roermond. De archieven van het kadaster te Roermond worden overgedragen aan het Regionaal Historisch Centrum Limburg te Maastricht. Tot en met 1988 kun je de kadastrale archieven daar raadplegen. Latere gegevens kunnen bij KADOR (Dienst voor het Kadaster en Openbare Registers) te Roermond worden verkregen tegen betaling van de leges. 

In verband met de heffing van onroerend goedbelasting is een deel van de kadasteradaministratie ook te vinden in gemeentelijke archieven.
 

Overzicht aanwezige kadastrale archieven bij Rijckheyt 
Gemeente Kadasteradministratie
Bocholtz 1841 - 1896
Brunssum 1841 - 1981
Gulpen 1841 - 1981
Heerlen 1840 - 1985
Hoensbroek 1840 - 1970
Hulsberg 1843 - 1970
Klimmen 1840 - 1973
Nuth 1841 - 1970
Schimmert 1842 - 1985
Simpelveld 1840 - 1986
Slenaken 1841 - 1963
Voerendaal 1893 - 1973
Wijlre 1841 - 1981
Wijnandsrade 1841 - 1970
Wittem 1841 - 1981

Bij de invoering van het kadaster werd heel Nederland in kaart gebracht en verdeeld in kadastrale gemeenten, die weer werden onverdeeld in secties en genummerde percelen. Elk stuk grond kreeg daarmee een uniek nummer. Opgelet: de grenzen van de bestuurlijke gemeente en van de kadastrale gemeente komen niet altijd overeen. 

  • Verzamelkaart en minuutplans

Een verzamelkaart is een overzichtskaart van een gehele gemeente, waarop de secties en soms de verschillende bladen per sectie zijn aangegeven. Met behulp van zo'n verzamelkaart kun je de kaart of het plan vinden waarop het gezochte perceel voorkomt.

 

 

 

 

 

 

 

 

De minuutplans zijn de kaarten, waarop de resultaten van de oorspronkelijk opmetingen zijn ingetekend. Voor Limburg geven ze de situatie weer van ca. 1840. Deze minuutplans mochten niet gewijzigd worden. Wijzigingen werden bijgehouden op zogenaamde bijbladen, kaarten waarop de gewijzigde situatie werd ingetekend. Als het bijblad was versleten werd een nieuw bijblad aangelegd, waarop de laatste situatie van het voorgaande bijblad werd aangegeven.

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT's)

De OAT's bevatten per kadastrale gemeente in volgorde van sectie en perceelnummer een opgave van naam, woonplaats en beroep van de eigenaar of andere zakelijk gerechtigde, soort bebouwing, oppervlakte, klasse en belastbare opbrengst van ieder kadastraal perceel. Deze OAT's mochten niet gewijzigd worden. Voor Limburg zijn de OAT's een momentopname van de situatie omstreeks 1840.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Suppletoire Aanwijzende Tafels (SAT's)

Omdat de OAT's niet gewijzigd mochten worden, werden veranderingen aangetekend in de SAT's. In 1844 werd door het ministerie bepaald dat de eigendomsveranderingen niet meer in de SAT's bijgehouden mochten worden. Alleen veranderingen in percelen, zoals splitsing of samenvoeging, mochten nog in de SAT's genoteerd worden. Vanaf 1863 werd het bijhouden van de SAT's helemaal beëindigd. Eigendomsveranderingen werden in het vervolg alleen nog in de legger genoteerd. Voor de verwijzing van een kadastraal nummer naar een leggerartikel werd register 71 ingevoerd.

  • Kadastrale legger, alfabetisch register en algemene naamwijzer

De perceelsgewijze of kadastrale leggers bevatten voor een deel dezelfde gegevens als de OAT's, maar dan op volgorde van het artikelnummer. In een zogenaamd leggerartikel zijn alle percelen van één rechtspersoon (eigenaar) onder een hoofd opgenomen. In het hoofd van het leggerartikel zijn naam, voornaam, beroep en woonplaats van de betrokken rechtspersoon vermeld. De eerste leggers werden alfabetisch op de achternaam van de eigenaar aangelegd. Aanvankelijk werd aan het begin van ieder nieuw deel van de legger een alfabetische lijst van de eigenaren aangelegd. Later legde men afzonderlijke alfabetische registers aan, die op hun beurt vanaf 1929 werden vervangen door een kaartsysteem, de algemene naamwijzer.

  • Register 71

In 1844 werd register 71 in gebruik genomen om per kadastraal perceel een rechtstreekse verwijzing te krijgen naar het leggerartikel. Alle percelen die bij het aanleggen van register 71 bestonden, zijn op dat moment sectiegewijs in numerieke volgorde opgenomen. Bij veranderingen werd het oude leggerartikelnummer niet doorgehaald maar het nieuwe erachter ingevuld. Bij het vervallen van het perceel door splitsing of samenvoeging werd vermeld in welke nieuwe percelen de oude percelen zijn opgenomen. Bij het nieuwe perceelnummer werd genoteerd uit welke percelen het gevormd was.

Nadere bronnen en literatuur:

 

Onze archieven en collecties