Het mijnverleden zichtbaar maken

Tegenwoordig zijn niet veel mijnobjecten meer over. Uiteraard bestaan nog enkele mijnobjecten zoals schacht Nulland te Kerkrade en het Oranje-Nassau I gebouw te Heerlen. Grote aantallen zichtbare mijnobjecten ontbreken echter. Tijdens het Jaar van de Mijnen (M2015) werd het mijnverleden voor jong en oud dichterbij gehaald. Het verleden (re)activeren en inzetten voor de toekomst, dat was de kern van M2015. De educatieve waarde van Het Jaar van de Mijnen was groot: kinderen en jongeren maakten kennis met regionale geschiedenis. Die educatieve waarde zien we vooral terug bij de vele tijdelijke pop-up musea die in voormalige mijnkoloniën te bezichtigen waren. Verschillende mijnzetels werden met behulp van informatieborden beschreven. In vitrines waren Carboonfossielen en mijnobjecten te bewonderen. Mijnwerkers brachten zelf mijnobjecten mee.

Rijckheyt nam deel aan M2015. Stadshistoricus Roelof Braad zorgde voor de voorbereiding en inhoud van tijdelijke pop-up musea in mijnkoloniën. Samen met vrijwilligers werkte hij hard om alles op tijd af te krijgen. Veel bezoekers bezochten de tijdelijke tentoonstellingen. Oud-mijnwerkers herkenden veel verhalen en mijnobjecten. Tijdens een bezoek aan een van de mijnkoloniën viel auteur op dat veel aanwezigen, in het bijzonder oud-mijnwerkers, vol lof over 'hun' mijnverleden vertelden: geen of weinig verhalen over mijnongelukken of slachtoffers waren te horen. Soms leek het alsof een vertekend beeld werd geschetst. Afgezien van verhalen gaven de informatieborden een objectiever beeld van het mijnverleden. Op die borden was ook te lezen over mijnslachtoffers en ongelukken. De verschillende mijnzetels met hun (jaar)productie werden tevens beschreven. Het mijnverleden 'actueel' of 'beleefbaar' maken is geen makkelijke opgave. Mijns inziens slaagden de tijdelijke pop-up musea daarin. Initiatieven als deze zijn essentieël om kennis inzake het regionale verleden voor jong en oud, maar vooral voor jongeren, aan te bieden.

Pop-up museum te Beersdal. .

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nadere bronnen en literatuur:

Terugblik mijn popup-museum

Onze archieven en collecties