De jodenvervolging te Heerlen

De Holocaust is een centraal aspect van de Tweede Wereldoorlog. Het 'zondebokmechanisme' waarbij het Joodse volk door de nazi's aangewezen werd als schuldige voor zowel de nederlaag van 1918 (Eerste Wereldoorlog), als de ellende erna, speelde een grote rol bij het rechtvaardigen van een nieuwe oorlog door Hitler. Verschillende 'fasen' kunnen onderscheiden worden wat betreft de behandeling van Joden in Nederland en Europa. Zo was het voor Joden niet meer mogelijk om bepaalde beroepen uit te oefenen of om ergens aanwezig te zijn ('Voor Joden Verboden'). Later kregen de Joden een Jodenster om hen herkenbaar te maken voor alle andere (niet-Joodse) Nederlanders. Alle maatregelen zorgden voor uitsluiting en massamoord in concentratiekampen. In Limburg woonden ook Joden. Veel van hen overleefden de raciale haat van de nazi's niet.

De Jodenster.

In Heerlen werden Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog vervolgd. Heerlen was gedurende de Tweede Wereldoorlog een bruisende stad vol leven. In bioscopen en café vond men zekere ontspanning. In sommige Heerlense bioscopen werden antisemitische films vertoond, zoals ‘Der ewige Jude’. Ontspanning, angst en terreur leefden naast elkaar. Niet-Joodse Heerlenaren hadden daarbij uiteraard minder te vrezen voor de Duitsers dan Joodse Heerlenaren. Sommige Heerlenaren hadden familie in Duitsland wonen.

De Joden gingen volledig in de Heerlense bevolking op. Zij maakten deel uit van de Heerlense samenleving en waren vaak zelfstandig ondernemer. In Heerlen bestond er niet zo’n fel antisemitisme als in Duitsland vóór de oorlog. Echter, Joden bleven een ‘aparte bevolkingsgroep’. Anders geformuleerd: ze werden gezien als een apart volkje met eigen tradities en gebruiken.

Waarom bestond er zo’n grote haat tegen het ‘Joodsche volk’? Volgens het nationaalsocialistische gedachtegoed kan alleen het sterkste ras, dat wil zeggen het superieure blonde ‘Arische ras’ (het ‘Germaansche ras’ waaronder ‘raszuivere’ Nederlanders vielen)  overwinnen. ‘Minderwaardige’ rassen (negers, zigeuners en andere rassen) kunnen de strijd niet volhouden en sterven uit. ‘Parasitaire’ rassen, waaronder Joden, zijn zwak en moeten uitgeroeid worden. Joden heulen met het kapitaal, met de kapitalisten, met de ‘kapitalistische elite’, en dus met de kapitalistische politieke mislukking, genaamd ‘democratie’. Zij teren daarnaast op het kapitaal van anderen (bankwereld) en zitten zelf in de economische sector. Volgens Adolf Hitler waren vooral de Joden de boosdoener van Duitslands ellende (nederlaag WOI, economische crisis). De Joden hadden al het leed veroorzaakt. Daarvoor moesten zij collectief gestraft worden.

In Mein Kampf (vertaling: 'Mijn Strijd') op internet is te lezen dat Hitler de verspreiding van het marxistisch gedachtegoed veroordeelt. De Joden zijn aan de verspreiding van het Marxisme schuld. Ook legt Hitler in Mein Kampf grote nadruk op ‘raszuiverheid’. Onderstaande fragmenten zijn afkomstig (in eigen woorden) uit het boek dat digitaal op internet te vinden is.

De Joden ‘verzieken de raszuiverheid’ van het ‘Duitsche Volk’. Het ‘zuivere, Arische Duitsche Volk wordt besmet door de ziektekiemen van het internationale Jodendom’. Vooral in Wenen krijgt Hitler grote haat tegen de Joden. Hij ziet dat Joden op economisch en cultureel gebied grote invloed en macht hebben. Joden beheersen het geld, zijn in elke branche in de maatschappij aanwezig, drukken hun stempel op ‘verachtelijke kunstvoorstellingen’ (in de ogen van de Nazi’s ‘Entartete Kunst’, ‘Ontaarde Kunst’), zijn vals en leugenachtig, spreken onzin en zijn ‘kwalachtig slijm dat uit de vingers glipt’. ‘Telkens weer wanneer je met Joden in discussie gaat, ontkennen zij hun ongelijk’. ‘Telkens weer als men ze in een hoek drijft, weten ze te ontglippen en houden ze zich dom.’ ‘Ze geven nooit toe dat ze fout zijn.’ Daarnaast ‘is het Joodse volk een volk dat niet van water houdt, gezien de vreselijke stank die ze verspreiden met hun kledij’.

Joden hebben grote invloed volgens Hitler, niet alleen op economie en cultuur, maar ook op politiek gebied. ‘Veel ambtenaren en politici zijn Joden’. Hitler gaat hun namen na. Ook bioscoopposters staan vol met Joodse namen. Dat ziet hij als hij door Wenen wandelt.  Het feit dat Joden vaak succesvolle zakenlieden zijn, verafschuwt Hitler. ‘Verraders, zwarthandelaars, woekeraars en zwendelaars’, dat waren de Joden in zijn optiek. We zien dus dat Hitler Joden altijd met de ‘gevestigde orde ’c.q. de ‘elite’ in verband bracht. De elite die Duitsland de nederlaag van WOI had bezorgd.

Zelfs voor de meest ‘verachtelijke beroepen’ schuwen Joden niet. De prostitutie in Wenen wordt voor een groot deel door Joden beheert. Ook ‘handelen Joden in meisjes’. Hitler duikt in vele kranten en ziet dat het overgrote deel van schrijvers Joden zijn. Zelfs ‘de sociaaldemocratie’ is een creatie van Joden, waarin Joden het voor het grote deel voor het zeggen hebben’. Joden zijn verantwoordelijk voor die politieke mislukking. Hitler haalt de rijkdom, maar ook de armoede van de stad Wenen aan. Onbeschrijflijk wordt er geleden. Gezinnen die elke dag niet weten of ze de volgende dag halen. Een enorm grote kloof tussen arm en rijk bestaat daar.                                                                                                  

De Joodse Heerlenaren werden net als elders in Nederland, alleen dan op ‘microschaal’, afgezonderd van de maatschappij. Overal kwamen bordjes met de tekst ‘Verboden voor Joden’. In Heerlen doken veel Joden onder. Dramatische gebeurtenissen vonden plaats. Primair bronmateriaal ondersteunt deze bewering. De Joden in Heerlen kwamen vaak van over de grens, uit Duitsland of uit andere gebieden. Daar hadden zij de Naziterreur van dichtbij meegemaakt. Velen van hen dachten in Limburg een veilig onderkomen te vinden. Zij leefden in de waan dat dictator Hitler geen stap naar ‘links’ durfde te maken.           

Voor vele Joodse slachtoffers zijn in Heerlen in de 21ste eeuw ‘Stolpersteine’ gelegd. Zogenaamde ‘struikelstenen’ die herinneren aan de opgepakte Joden in Heerlen. Niet alleen Joden, maar ook ‘politieke tegenstanders’, zoals communisten werden in Heerlen opgepakt. Zo werd in Welten een man opgepakt omdat hij het bordje ‘Verboden voor Joden’ omgedraaid had. Het feit dat iemand in Heerlen communist was, was al voldoende reden hem of haar op te pakken. Communisten waren aartsvijanden van nationaalsocialisten. In Heerlen zijn zelfs gevechten ontstaan tussen NSB-colporteurs en communisten.

Veel Joodse Heerlenaren zijn in de Tweede Wereldoorlog vermoord door de Duitse bezetter. Soms werden Joden door andere Heerlenaren verraden, soms voor ‘kopgeld’. Een bekende Heerlense Jodenjager was Mathias Raeven, NSB’er. Raeven werd in de oorlog door een verzetsman met een Duits Walther P38 pistool geliquideerd. Dat pistool is tegenwoordig in museum 'Eyewitness' (Beek) te zien.

Onlangs schreef Marcel Krutzen (1959) een interessant boekje over Henriëtte Neter (1930–1944).  Een Joods meisje dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in Benzenrade was ondergedoken. Zij werd later opgepakt en in Auschwitz om het leven gebracht. 

 

Nadere bronnen en literatuur:

Cammaert, F. (1994). Het verborgen front. Geschiedenis van de georganiseerde illegaliteit in de provincie Limburg tijdens de Tweede Wereldoorlog. Eisma.  

De Wolf, H. (2015). Leven rondom een synagoge. Historische reeks Parkstad Limburg.

Hitler, A. (1924). Mein Kampf

Hoogeveen, J. (1984). Eveneens voor de goede orde: Heerlen in oorlogstijd, 1940-1944. Heerlen: Winants.

Krutzen, M. (2017). Henriëtte Neter, Joods onderduikmeisje in Welten-Benzenrade. Heemkundevereniging Welten-Benzenrade. 

 

 

Onze archieven en collecties