Wittem, kasteel (Wittem)

Het kasteel Wittem en de bijbehorende plaats is vermoedelijk voortgekomen uit een hof bij een kromming in de weg Maastricht - Aken.

Het wordt voor de eerste keer vermeld in 1125 wanneer “Witham” als bezit wordt genoemd van Guda, echtgenote van Thibald van Voeren. Het komt later in handen van de familie Julemont, heren van Wittem, van Cosselaer (die zich ook heer van Wittem gingen noemen) en de familie van Pallandt.

Van het huidige kasteel, dat bestaat uit twee haaks op elkaar staande vleugels met een toren, wordt de westvleugel als dertiende eeuws beschouwd. In 1520 logeerde Karel V op het kasteel. Hij verheft Wittem tot een vrije heerlijkheid. In die dagen moet in het midden van de burcht een donjon of grote toren gestaan hebben die in 1532 wegens bouwvalligheid 8 meter werd ingekort. Oorspronkelijk moet de voorburcht door twee poorten en een dubbel grachtenstelsel beveiligd zijn geweest. In 1537 werd de voorste poort afgebroken en opnieuw opgebouwd. Dit poortgebouw is nog deels aanwezig. In 1564 ging Floris van Pallandt echter over op het protestantisme waardoor al zijn bezittingen werden afgenomen en het kasteel kreeg een militaire bestemming. Er werd aan het begin van de tachtigjarige oorlog herhaaldelijk gevochten om het kasteel en uiteindelijk werd het in 1569 door de Spanjaarden opgeblazen. Floris II van Pallandt kreeg in 1604 het totaal verruineerde kasteel in bezit en herstelde het. In 1619 staat het weer te boek als bewoonbaar. Ook daarna werd het kasteel nog meerdere malen belegerd. In 1638 door de Hessische troepen, in 1642 werd het ingenomen door de Fransen, in 1668 door de hertog van Luxemburg en in de periode 1672 –1678 werd het door de Fransen als hoofdkwartier gebruikt. Zij bliezen het kasteel,  toen ze het noodgedwongen verlieten, op.

In de zeventiende eeuw kwam het kasteel in handen van het grafelijke geslacht Waldeck Pyrmont, die het kasteel weer deels herstelde. In de achttiende eeuw kwam het in handen van Adolf van Plettenberg, die tevens de heerlijkheden Eys en Slenaken in bezit kreeg. Hij laat een deel van het, in zeer slechte staat verkerende, kasteel afbreken en herbouwen.

Bron: Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort, objectnummer 358.897; http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/rechten De huidige verschijningsvorm is te danken aan de ingrijpende verbouwing in 1728 uitgevoerd door bouwmeester J.C. van Schlaun. In 1729 werd dit werk weer gestopt omdat de graaf van plannen was veranderd. Nu liet hij ten noordoosten van het kasteel een nieuwe residentie met slotkapel en kapucijnenklooster bouwen. In 1732 werd Wittem tot rijksgraafschap verheven, maar ondanks dat en de verbouwing bleef het kasteel bouwvallig. In 1770 waren er muurdelen ingestort en in 1794 stond het kasteel te boek als bouwvallig en onbewoonbaar. Het geheel werd verkocht aan de voormalige pachter Merkelbach die het kasteel tot in de twintigste eeuw in neogotische stijl zou herstellen.

Sinds 1968 is de familie Ritzen eigenaar.

Nadere bronnen en literatuur: