Wittem (gemeente Gulpen-Wittem)

Geschiedenisschets

Wittem is van oudsher een vrije rijksheerlijkheid, een stuk land waarvan de heer alleen rechtstreeks aan de Duitse keizer verantwoording verschuldigd was. De heer van Wittem had dus niemand anders boven zich, enkel de Duitse keizer. Omdat dat Roomse Rijk van die keizer zo groot was en de rijksheerlijkheid Wittem zo klein konden de heren van Wittem eigenlijk doen wat ze wilden. Uiteraard moesten ze wel voldoen aan hun plichten en dan vooral de betalingen.

Limburg kent naast Wittem nog enkele andere rijksheerlijkheden; Cartils, Gronsveld, Stein, Slenaken, Breust, Elsloo en Wijlre.

Waarschijnlijk kwam tegen het einde van de 12e eeuw het allodium Wittem in het bezit van een riddergeslacht. Wittem wordt voor het eerst vermeld in de akte van 31 maart 1125, waarbij keizer Hendrik, die de schenking bekrachtigt, die de vrome Guda, weduwe van Thiebald van 's-Gravenvoeren, enige jaren tevoren gedaan had aan de St.Jacobsdij in Luik. Onder deze schenkingen bevond zich ook onder andere het vrije erfgoed Wittem.

In feite is Wittem eigenlijk een buurtschap en omvatte de voormalige gemeente Wittem een aantal dorpen en buurtschappen waarvan het grondgebied dus teruggaat op de oude rijksheerlijkheid Wittem. Die Rijksheerlijkheid werd in 1732 verheven tot graafschap.

Wittem ligt ten westen van de oude keizerstad Aken aan de weg naar Maastricht met wegnummer N278.

Herkomst naam

Bron: Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort, objectnummer 339.751A; http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/rechten De naam Witham (Wit-ham), in oude oorkonde ook witheim en withem, betekent volgens sommigen ook boshuis, afgeleid van het oudhoogduitse widu; woud, en ham of heim: "huis".

Een andere betekenis is “de witte ham". Ham staat voor een landtong of stuk hoger land dat uitspringt in een overstromingsgebied.

Nadere bronnen en literatuur:

Tags

Tijdsperiodes

Thema's