Watermolen (Wijlre)

Bron: Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort, objectnummer 536.798; http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/rechten De molen waarvan zowel het woongedeelte als het molengedeelte langs de waterloop van de Geul is gebouwd, behoort tot één van de bekendste watermolens in Nederland.

Van oudsher was deze watermolen een koren- en oliemolen. Het achterste rad diende voor de oliemolen die direct naast het woonverblijf lag. Uiteraard waren de waterraderen en de loopwerken aanvankelijk geheel van hout. Rond 1776 werd het woonhuis met molens verbouwd. Er werd een boerderij en een panhuis (brouwerij) aan verbonden. Muurankers geven dit jaartal nog aan.

De molen, boerderij, woonhuis en brouwerij waren eigendom van de heer van Wijlre, dat een vrije rijksheerlijkheid was. De pachter die het huis bewoonde en de werkzaamheden uitvoerde was dus zowel molenaar, boer en brouwer. Na de abrupte beëindiging van het ancien regime eind achttiende eeuw kwamen zowel kasteel Wijlre, molen, boerderij en brouwerij in handen van Guillaume Eugene de Massen. In 1871 werd de brouwerij los verkocht van boerderij en molen aan de brouwer Frederik Edmond Brand. De Brand’s brouwerij werd een van de bekendste bierbrouwerijen in Limburg.

In de jaren dertig van de twintigste eeuw raakt de molenaarswoning zwaar beschadigd door een zwaar verhoogde Geulstand. Deze Geulstand werd veroorzaakt door een abnormaal regenrijke winter. Herbouw van dat deel zou tot 1961 op zich laten wachten.

Kasteel, molen en boerderij bleven tot 1949 in handen van nazaten van de Massen. Toen werden de molen en boerderij verkocht aan de familie Otten. Deze gingen experimenteren met het opwekken van elektriciteit door middel van waterkracht en zij slaagden erin de boerderij met kuikenbroederij geheel op waterkracht van elektriciteit te voorzien.

In 1981 werd gestart met een omvangrijke restauratie, waarna de P.L.E.M. (Provinciale Limburgse Electriciteits Maatschappij) startte met een proef om de molen als kleinschalige elektriciteitscentrale in te schakelen. De molen bleek in staat een gemiddelde van 18 Kw te leveren, waarvan een deel voor het gebruik van het complex en een deel aan het net wordt geleverd.

Momenteel zijn de stallen en schuren allemaal tot woonverblijven verbouwd.

Nadere bronnen en literatuur: