Voerendaal (gemeente Voerendaal)

Geschiedenisschets

Bron: Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort, objectnummer 300.437; http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/rechten Voerendaal kende rond de 1e eeuw al bewoning. Het is zeer waarschijnlijk dat  er sindsdien permanente bewoning is geweest. Rondom de Laurentiuskerk liggen enkele kastelen die in de 13e en 14e eeuw gebouwd zijn. Van andere bebouwing rond de kerk is waarschijnlijk geen sprake geweest. Pas vanaf de 17e eeuw vormde zich rond de kerk een dorpskern. Over de periode 1627-1634 is Voerendaal als zelfstandige heerlijkheid met hoge, middelbare en lage rechtspraak voor korte tijd verpand geweest. Rechterlijk behoorde het vóór die tijd en daarna tot de schepenbank Heerlen, terwijl het administratief toch enige mate van zelfbeschikking bleef houden.

Een grote impuls kreeg het dorp door de aanleg van de mijnwerkerskolonie Laurentiusplein in 1913. Na de tweede wereldoorlog vergroeide Voerendaal met het ontginningsdorp Kunrade.

Herkomst naam

Voerendaal is afgeleid van Furenthela dat teruggaat op het oud-Frankische “forda” dat “ondiepe, doorwaadbare plaats” betekent. De vroege middeleeuwse verkeersader, die deels teruggaat op oude Romeinse wegen, liep via Ten Esschen over Voerendaal en Klimmen richting Heek/Valkenburg. Ter hoogte van Voerendaal stak men naar alle waarschijnlijkheid de voorloper van de Geleenbeek over, die waarschijnlijk van een grotere omvang geweest moet zijn.

Nadere bronnen en literatuur: