Toerisme

Toerisme is het doorbrengen van vrije tijd buiten de normale woonomgeving.

Het reizen als bron van kennis en ontspanning komt ook al in vroeger eeuwen voor, maar het echte toerisme begint in de negentiende eeuw.

Rond 1880 ontdekten welgestelde noorderlingen het ongerepte zuidelijke landschap. Maastricht was toen de trekpleister bij uitstek. Over Valkenburg aan de Geul had bijna niemand het nog. Het was lag erg ongunstig in het toenmalige verkeer. Pas in 1853, bij de opening van de spoorlijn Aachen - Maastricht, werd Valkenburg uit het isolement verlost.

Om Limburg als toeristische regio te promoten werd in 1885 de eerste vereniging voor vreemdelingenverkeer (VVV) "'t Geuldal" in Valkenburg opgericht. Door deze oprichting werd de aandacht ook gericht op het vreemdelingenverkeer als welvaartsbron. Dankzij een snelle groei ontstonden ook in andere plaatsen VVV's.

In de eerste toeristische gidsen werden hotels en pensions in de omgeving aangeprezen waar de gehele dag door diners genuttigd kunnen worden, telefoons aanwezig zjin en waarbij de tarieven, buiten de maanden juli en augustus, zeer gunstig zijn. Daarnaast worden door winkeliers diverse vakantie-artikelen aangeboden, zoals bergstokken, souvenirs, lampionnen enzovoorts. Vakantie werd langzaamaan niet meer gezien als een luxe, maar als een sociale behoefte.

Aan de Limburgse lucht werden helende krachten toegeschreven. Het gezondheidstoerisme kwam op gang! In 1910 is in de reis- en wandelgids voor Geul- en Gulpdal een aanbeveling van de Valkenburgse huisarts dr. Keyser te vinden: "Als herstellingsoord voor aan malaria lijdenden is Valkenburg in hooge maate aanbevelenswaardig. Deze ziekte, in de polders van Holland zoo algemeen verspreid, komt hier niet voor, daar door de afwezigheid van moerassen de malariamug hier niet kan aarden. Zodoende genezen de Hollanders die naar hier komen in korten tijd en krijgen zij onder invloed van het beklimmen der heuvels spoedig hun eetlust en door de goede voeding hun bloed terug. Lijders aan bloedarmoede kan het verblijf mede aanbevolen worden".

In Valkenburg verrijst een "Kurhaus" en in Heerlen wordt in 1882 de Kneippinrichting opgericht. Andere hotels adverteren met ruime kamers die schoon, maar vooral "luchtig" zijn.

Rond 1910 werden Hollandse toeristen gelokt naar een: "Dierbaren Nederlandsche bodem waar de opgeruimden Limburgse bewoner in een welluidenden tongval uwer overschoone moedertaal de toerist welkom heet". Het Limburgse dialect droeg bij aan het vakantiegevoel.

In de jaren die volgden werden diverse Limburgse spoorlijnen aangelegd en kwam er een aansluiting met het Noorden.

Ook de rustgevende werking van de schoonheid van Limburg werd al sinds het begin van het gezondheidstoerisme aangeprezen. Toeristen wandelen in aangelegde parken en bezoeken diverse bezienswaardgheden.

In 1906 werd de kasteelruïne te Valkenburg voor het publiek opgengesteld.

Gulpen en Epen werden ontdekt door mensen met belangstelling voor natuur en geologie. Onder de eerste toeristen van Epen bevond zich Eli Heijmans, onderwijzer uit Amsterdam en grondlegger van de Nederlandse natuurbescherming. In 1910 schreef hij het boekje "Uit ons Krijtland", waarin hij de Epense omgeving beschreef. De aandacht in de toeristische gidsen verschuift van het gezondheidstoerisme naar natuur, geologie en cultuurobjecten, zoals rotswoningen, kasteelhoeves en kastelen. Dit natuur- en cultuurtoerisme neemt nog steeds een prominente plaats in de regio in.

Nadere bronnen en literatuur:

Tags