Textielnijverheid

Vaals was, sinds jaar en dag, het centrum van wolfabricage. Het ligt vlakbij Aken, waar het zogenaamde Spaanse Laken of Aachener Tuch een wereldnaam bezat.

In 1764 verplaatste Johann Arnold van Clermont, een der grootste Akense lakenfabrikanten, zijn fabriek naar Vaals. De eerste steen werd al in 1761 gelegd. Na de opening van de fabriek nam de textielindustrie een hoge vlucht. In de 19e eeuw keerde het tij echter en raakte de Vaalser industrie in verval. In 1932 werd de N.V. Vaalser Textielfabriek opgericht. Er was, toen, in geheel Vaals geen wolindustrie van betekenis meer te vinden. Na het oprichten van de fabriek trok dit weer aan en de nijverheid van het weefgetouw kwam tot ontwikkeling.

In Vaals waren, naast de N.V. Vaalser Textielifabriek, nog meer fabrieken te vinden:

  • Confectie-industrie VACO;
  • N.V. Kamgarenstoffenfabriek Dechaps en Drouven;
  • N.V. Wolspinnerij Louis Feitz;
  • Katoenindustrie Holera.

De kledingindustrie in onze regio vond mede zijn oorsprong doordat er te weinig werkaanbod voor vrouwen was. Er werden daarom ateliers en confectiebedrijven opgericht.

In Heerlen werden onder andere Nedaco - vervaardigen van damesmantels -,  Textielindustrie "De Mijnstreek" en Schunk's Kledingindustrie gevestigd. De laatste was gespecialiseerd in mijnwerkerskleding. Ook was de N.V. Nederlandse Overhemdenfabriek "Lincoln" te hier vinden.

Nadere bronnen en literatuur: