Summeren O.F.M., Burchard van (directeur Bernardinuscollege)

Pater, 27 april 1911 - 16 december 1990

Burchard van Summeren werd op 27 april 1911 in Nijmegen ge­bo­ren. In 1930 trad hij in bij de Franciscanen te Hoogcruts (L.). Op 7 maart 1937 werd hij door mgr. Lemmens, bisschop van Roermond, tot priester gewijd. Hij studeerde vervolgens aard­rijkskunde aan de rijksuniversiteit te Utrecht. In 1942 be­haal­de hij het doctoraalexamen fysische geografie. Tegelijk ver­wierf hij de onderwijsbevoegdheid voor het vak economie. In hetzelfde jaar werd hij leraar aan het college van de Fran­cis­ca­nen te Venray. In 1946 werd hij benoemd tot rector van het gym­nasium te Venray en gardiaan van het Franciscanenklooster aldaar. Hier trad zijn deskundigheid op bouwgebied naar voren. De gebouwen van het gymnasium in Venray waren in de oor­log zwaar beschadigd. Pater Van Summeren begon meteen met de herstel- en verbouwingswerkzaamheden.

In 1951 kreeg hij zijn eerste onderscheiding, een benoe­ming tot officier in de orde van Oranje-Nassau. Een jaar later werd hij door zijn orde overgeplaatst naar Heerlen, waar hij direc­teur van de h.b.s. en m.h.s. van het Bernardinus­college werd. Deze school, bestaande uit gymnasium, h.b.s.-A en -B en m.h.s., telde toentertijd 562 leerlingen. Hier werd hij ge­con­fronteerd met een school met ruimtegebrek. In de jaren vijf­tig nam het aantal leer­lingen, dat middelbaar onderwijs ging vol­gen, zeer sterk toe. Op een gegeven moment had de school twaalfhonderd leerlingen.

Van Summeren begon aan een ingrijpende verbouwing en nieuw­bouw. Er kwam een nieuwe grote studiezaal, de be­staan­de h.b.s. werd ingrijpend gemoderniseerd met een grote ingangshal en uitgebreid met een moderne aula en in 1961 werd een nieuw gebouw voor het gymnasium in gebruik ge­no­men. De oude school werd met het nieuwe gymnasium ver­bon­den door twee luchtbruggen. Boven de ingangshal van de ou­de school kwamen boven elkaar een nieuwe bibliotheek en een groot scheikunde- en biologielaboratorium. Tenslotte werd er nog een handvaar­digheids­lokaal gebouwd. Na al deze bou­­werij had pater Van Sum­me­ren de bijnaam 'de metselende Fran­ciscaan'. In de gebouwen liet hij ook heel wat kunstwerken aanbrengen, onder andere van Aad de Haas.

De geweldige groei van het Bernardinuscollege dreigde op een gegeven moment uit te lopen op een leerlingaantal van twee­­duizend. Van Summeren nam toen het besluit het on­der­wijs over oostelijk Zuid-Limburg te spreiden door het stichten van depen­dances. In 1946 was reeds in Kerkrade het Antonius-Doctorcolle­ge gesticht. Er kwamen nog drie dependances bij: Eijkhagencollege in Schaesberg (1963), Romboutscollege in Brunssum (1966) en het Sintermeertencollege in Welten (1967). Al deze dependances zijn nader­hand zelfstandige scholen ge­wor­den. Alle scholen waren samen met het Bernardinuscollege on­der­ge­bracht in de Onderwijs­stichting Bernardinus (O.S.B.). In 1969 werd door de scholenstich­ting M.O.L. 'Sanc­ta Maria' overgedragen aan de O.S.B. Deze school werd eerst om­ge­vormd van een school voor havo naar een scholengemeenschap voor atheneum en havo en ver­plaatst van Kerkrade naar Spekholzerheide.

In 1956 was op initiatief van twee le­ra­ren het Zuid-Limburgs Avondcollege opgericht. In de begin­fase heeft pater Van Summe­ren daar heel wat raadgeving en ondersteuning gegeven. Vele jaren was het Avondcollege ge­huisvest in de ge­bouwen van het Bernardinuscollege en ga­ven leraren van Bernardinus ook les op het Avondcollege. Ook binnen de school voerde pater Van Sum­meren vernieuwingen door. In 1955 werd een ouderraad opge­richt. Dit orgaan voert regelmatig overleg met de directie over alle mogelijke zaken betreffende de school. In 1954 werd het School­centrum ingesteld om de leerlingen meer kansen tot het dragen van ver­antwoordelijkheid te geven.

In de Nederlandse onderwijswereld was Van Summeren geen onbe­kende. In 1961 werd hij gekozen tot voorzitter van de Ka­tho­lieke Rectorenvereniging. De federatie van zeven rec­to­ren­verenigingen vormde hij om tot de Algemene Vereniging van Schoolleiders. Hij nam vervolgens het initiatief tot de in­voering van de term schoolleiders in plaats van rectoren en directeuren. Schertsend werd de A.V.S. 'Alles Van Summeren' genoemd. Hij beschikte dus over uitstekende contacten op het departement van onderwijs.

In de jaren zestig werden voor de invoering van de Mam­moetwet zeven scholen als experimenteerscholen aangewe­zen. Het Bernardinuscollege in Heerlen was één van die zeven scholen. De nieuwe scholen atheneum en havo gingen in september 1964 op het Bernardinuscollege van start.

Buiten het onderwijs was de pater ook actief. Jarenlang was hij geestelijk adviseur van de af­deling Heerlen van de Katholieke Reclasseringsvereniging en lid van het Zuidelijk Nakeuringsap­paraat van de Katholieke Film­centrale Heerlen. Hij was ook als definitor provincialis lid van het hoofdbestuur van de Neder­landse franciscanen. Zijn drukke werkzaamheden noopten hem in 1964 het rec­toraat over het atheneum af te staan aan pater Beckers. In 1968 nam hij af­scheid als directeur van de havo. Zijn opvolger was geen pater Franciscaan, maar een leek, de heer Keiren. Pater Van Sum­meren bleef algemeen directeur en met de naam 'Pater Regent'.

In 1972 nam hij definitief afscheid van zijn Bernardinuscol­lege. Hij bleef wel nog vele jaren secretaris van de Onderwijs­stichting Bernardinus. Zijn inzet voor de school en voor het onderwijs in het algemeen werd zeer gewaardeerd. Hij was reeds officier in de orde van Oranje-Nassau. Bij zijn afscheid kreeg hij de erepen­ning in zilver van de provincie Limburg en werd hij benoemd tot ereburger van Heerlen. Op 16 decem­ber 1990 kwam er in Nij­me­gen een einde aan het rusteloze leven van pater Van Summe­ren.

Nadere bronnen en literatuur: