Slanghen, Egidius (burgemeester Hoensbroek)

Burgemeester, 23 augustus 1820 - 12 oktober 1882

Egidius Slanghen werd op 23 augustus 1820 in Hoensbroek geboren als zoon van landbouwer Balthazar Slanghen en Maria Ida Cremers. Egidius volgde de lagere school in Hoensbroek en ging vervolgens naar een internaat in Glons (Glaaien) ten zuid-oosten van Tongeren (België). Door zelfstudie leerde hij Latijn. In 1838 kreeg hij zijn eerste baan als klerk op het bureel der directe belas­tingen en van de con­servator van het kadaster en der hypotheken te Has­selt (België). Na de scheiding van de beide Limbur­gen deed hij hetzelfde werk in Maas­tricht. Op 1 mei 1843 werd hij door bemiddeling van graaf Jean Baptiste d’Ansembourg van Am­sten­rade benoemd tot rentmeester van de freules De Keverberg op Kas­teel Aldenghoor in Haelen. In deze landelijke omgeving kreeg hij liefde voor geschiedenis. Hij bouwde een unieke verzameling Limburgse mun­ten en penningen op en ver­richtte opgravingen bij de plek waar de Romeinse gebouwen van Melenburg (tus­sen Horn en Buggenum) waren ontdekt. In 1853 stierven de beide freules en keerde Slanghen naar Hoens­broek terug.

De volgende twee jaar woonde hij zonder beroep in bij zijn broer Karel. Op 11 maart 1855 werd hij benoemd tot burge­mees­ter van Hoensbroek. Op 10 april van hetzelfde jaar werd hij tevens ambtenaar van de burgerlijke stand. In de periode 1861 - 1867 was hij ook nog burgemeester van Voerendaal wegens de twisten aldaar. In 1863 richtte hij samen met ande­ren het Provinci­aal Genootschap voor Geschiedenis en Oud­heidkunde in Limburg op. In 1871 werd hij lid van de Maatschappij der Nederlandse Let­ter­kunde te Leiden.

Slanghen was meer dan een kwart eeuw burgemeester van Hoensbroek. De wegen in de gemeente waren zo slecht dat men ze noch te voet noch met een rijtuig kon gebruiken. Sinds de Franse Revolutie waren ze niet meer onderhouden­­­­­­­­­­­­­­­. Burge­meester Slanghen was de eerste bestuurder in Limburg die de wegen in zijn gemeente duurzaam liet verbe­teren. De belastin­gen werden naar draagkracht over de inwo­ners verdeeld. De in­wo­ners vonden hem een knap en waardig burgemeester met een helder hoofd en een degelijk karakter. Hij was zeer gezien in Hoens­­­broek. Jos Habets, de eerste rijksarchivaris van Lim­burg, schreef over Egidius Slanghen (een neef van zijn moeder) het volgende: "Sedert die eerste ont­moeting heb ik eene war­me gene­gen­heid voor dien langen, mageren neef, met dat kaal voor­hoofd en dien zwarten knevel gekoesterd, die weinig sprak en bijna nooit lachte, al liep het gesprek ook over een humo­ristisch onderwerp".

In zijn vrije tijd hield Slanghen zich bezig met de regionale en plaatselijke geschiedenis. Bij voorkeur maakte hij gebruik van on­uit­gegeven stukken. Hij putte maar weinig uit gedrukte bron­nen. Het doel dat hij voor ogen had, was niet een geschiede­nis van Lim­burg te schrijven, maar losse bouwstoffen te leve­ren. De ge­gevens haalde hij uit de archieven van kasteel Hoens­broek en kasteel Aldenghoor. Tevens had hij inzage in het slot­archief van graaf Oscar d’Ansembourg in Neu­bourg bij Gulpen. Zijn bekendste historische werken zijn: 'Het Markgraafschap Hoensbroek' gevolgd door 'geschiedkundige aanteekeningen over het voormalige land van Valkenburg' (1859) en 'Bijdragen tot de geschiedenis van het tegenwoordi­ge hertogdom Lim­burg', 2 delen (1865). Ook schreef hij een aantal artikelen in de Publications de la Société His­torique et Archéologique dans le Limbourg en in De Maasgouw.

Zijn belangstelling ging verder uit naar oudheidkundige voor­­werpen uit Limburg, ouderwetse meubels en kasten, glas­werk en aardewerk, maar vooral beeldhouw- en snijwerk. Hij beoe­fende zelf de hout- en ivoorsnijkunst. Zo heeft hij voor Hoens­broek een gemeentewapen gemaakt. Dit werd bij Koninklijke beschikking van 14 ju­ni 1858 vastgesteld.

In zijn testament legde hij vast dat er een Studiebeurs Egi­dius Slanghen moest komen ter ondersteuning en opleiding van le­den van zijn familie en jonge lieden uit Hoensbroek, die zich aan de studie van een wetenschappelijk vak wilden wijden. Hij stel­de hier­voor een bedrag van ƒ 10.000,- ter beschikking. Egi­dius Slanghen is op 12 oktober 1882 op 62-jarige leeftijd over­leden.

Nadere bronnen en literatuur: