Simpelveld (gemeente Simpelveld)

Geschiedenisschets

Oudstrijders uit het Romeinse leger, afkomstig uit Gallië, Italië of andere streken, vestigden zich omstreeks het jaar 100 in herenboerderijen, gebouwd in de helling van het Hulsveld en de helling bij Vlengendaal. Het huidige dorp is waarschijnlijk ontstaan in de vroege middeleeuwen als voortzetting van deze Romeinse bewoning. Archeologische vondsten uit de Merovingische en Karolingische periode (midden 5e tot en met begin 10e eeuw) duiden hierop.

Vanaf de 13e eeuw was Simpelveld een schepenbank met lage en middelbare rechtspraak en behoorde tot het land van Hertogenrade. Tot deze schepenbank behoorde de dorpen Simpelveld en Bocholtz. Vanaf 1626 wordt het grondgebied losgemaakt uit het land van Hertogenrade en samen met Bocholtz verheven tot één heerlijkheid met een eigen schepenbank waarbij ook de hoge rechtspraak werd verkregen. De heerlijkheid was in handen van de familie Van de Bongard die woonachtig waren op kasteel de Bongard. Simpelveld heeft gedurende de 80-jarige oorlog zwaar te lijden onder oorlogshandelingen. De Remigiuskerk vervalt in deze periode tot een ruïne. In 1773 kwamen de heerlijkheid en het kasteel in handen van de adellijke familie de Rochau. In 1795 had Simpelveld 1673 inwoners. Door de aanleg van de spoorlijn en de vestigingen van kloostercomplex Loreta en Klooster Damianeum krijgt het dorp een flinke stimulans.

Herkomst naam

Voor de betekenis van de naam Simpelveld moeten we teruggrijpen op de oudste bekende schrijfwijze (1140 tot de 14e eeuw): Simplevei, Semplovei, Sempelvey of Senplovoir/Sainplovoir. Het Simplevei en Semplevoi is de oud-nederlandse voortzetting van de oorspronkelijke naam, terwijl Senplovoir en Sainplovoir de Luikse, Romaanse vorm is van die periode. Beide vormen kunnen herleid worden naar de oorspronkelijke naam: Simploviacum (‘huis van Simplovius’), gegeven in de Romeinse tijd door de Gallo-Romeinse bewoners van het dorp. Een andere verklaring is dat de oudste naam heeft geluid: Sempervivetum ("begroeid met altijd groene wilde struiken, bijvoorbeeld hulst"). Het werd zo genoemd naar het uitzicht van het gebied door de kolonisten uit Wallonië na de Romeinse tijd, misschien in de 6e - 8e eeuw, tijdens het Merovingische Koninkrijk.

Nadere bronnen en literatuur: