Schunck, Arnold (wever)

Wever, 11 februari 1842 - 15 oktober 1905

Arnold Schunck werd op 11 februari 1842 in Kettenis bij Eupen (België) geboren als zoon van de wever Nicola Severin Schunck en Maria Katharina Kroppenberg. De familie Schunck was al lang met textiel verbonden. Reeds in 1776 woon­de in Kettenis een ‘Tuchmacher Schunck’. Vader Nicola wilde dat zijn zes zonen hem in de weverij zouden gaan helpen met hand­ge­weven stoffen te vervaardigen. Alleen zijn op een na jongste zoon Joseph bleef in de weverij van zijn vader werken. De oud­ste zoon Nicola ging in de textielfabriek van Delius in Aken wer­ken. Hij voer­de met zijn vader veel gesprekken over de voor- en nadelen van de ge­me­chaniseerde weverijen.

Arnold be­sloot te gaan uitzoeken welke van de twee bedrijfstakken de meeste toekomst had. Eerst ging hij in de leer bij J.P. Fremereij in Eupen, waar hij de oplei­ding tot 'Meisterweber' volgde. Op 17 april 1860 begon hij aan de ‘Wan­derschaft’, die nodig was om zijn ‘Mei­s­­­terprüfung’ te kunnen afleggen. Hij nam een ‘Wan­derpass’ mee, die hij in elke stad waar hij gewerkt had, door de politie moest laten afstempelen; tevens moesten het vol­gende reisdoel en de geplande reisduur in deze Pass ver­meld worden. De ‘Wanderschaft’ was dus een periode om er­va­ring op te doen en de opgedane kennis in praktijk te bren­­gen. Arnold trok van 17 april tot 5 november 1860 te voet rond en verbleef onder andere in Silezië (het centrum van de gemechaniseerde weverijen), Mannheim, München, Neuren­berg, Berlijn en Hamburg. Het resultaat was mager; hij kon maar enkele weken zijn vak uitoefenen. De meeste fabrikanten moes­ten niks hebben van de ‘Wanderburschen’. Arnold hield hier een levenslange afkeer van fabrikanten aan over. Hij bleef zijn hele verdere leven het houten weefgetouw trouw.

In 1865 stierf zijn vader Nicola, waarna diens broer Joseph de weverij over­nam. De zonen Arnold en Ludwig trokken naar Hauset, waar zij in de leegstaande Kupfermühle voor de industrie ga­rens en stoffen gingen verven en apprete­ren (reinigen, krimp­vrij, motecht, wa­ter­afstotend en kreukherstellend maken om ze als handelswaar meer waar­de te geven). De beide broers over­wogen ook naar Amerika te emigreren.

Op 25 januari 1873 trouw­de Ar­nold met Anna Maria Küp­pers. Uit de nalatenschap van hun vader kregen de beide broers geld en stoffen. De con­currentie van de textielindustrie in Eupen en Aken was groot en leidde ertoe, dat wevers in de streek van Verviers met voor­raden stoffen bleven zitten.

Op 31 oktober 1873 werd Arnolds eerste kind, het zoontje Peter, geboren. Een kennis uit Vaals verwees hen naar een priester uit Heer­len, die pas een weeshuis had gesticht waar be­roepen werden onderwezen. Er werden ook kruiden ver­kocht. De pries­ter, de bekende mgr. Savelberg, zag de over­komst van de fa­mi­­lie Schunck naar Heer­len met vertrouwen tege­moet. Zijn wees­jongens konden dan het vak van wever leren. Op 25 augustus 1874 vestigden zich Arnold, Anna en Peter Schunck in de Schram (Willemstraat) in Heerlen. De eer­ste winkel was niet meer dan een grote huiska­mer. De ene helft werd ingeno­men door de weverij met vijf weefstoelen, een twijnmachine (om meerdere draden ineen te draaien) en rekken met balen stof. De kruidenwinkel nam de andere helft van de kamer in beslag.

Bij de boeren uit de omgeving kocht men de wol, die in de Caumerbeek werd gewassen en op de omliggende weiden te drogen werd gelegd. Arnold had altijd twee weesjongens in dienst, die het vak van wever leerden. De zaken gingen zo goed, dat de weefkamer niet meer aan de vraag kon voldoen. Men was gedwongen stoffen te kopen bij de industrie in Aken en Mön­chengladbach. In 1882 verhuisde de zaak naar een nieuw pand aan het Kerkplein. Dit pand werd in 1894 afge­bro­ken en ver­vangen door een grotere winkel.

Wat was nu het succes van Schunck? Arnold en Anna vul­den elkaar goed aan: Arnold was de vakman, maar geen ver­ko­per. Anna was daarentegen een echte zakenvrouw. Hun kin­de­ren gingen na de schoolopleiding meehelpen in de zaak. De opkomst van de mijnindustrie heeft ook bijgedragen aan de bloei van Schunck. Heerlen was verder het economisch cen­trum van de streek. De boeren uit de omgeving kwamen met hun producten naar de markt in Heerlen. Na afloop van de markt werd het verdiende geld onder andere bij Schunck be­steed aan bijvoor­beeld een nieuw kostuum. Enkele jaren voor Arnolds dood werd het eenmansbedrijf omgezet in een firma. De mechanisatie schreed steeds verder voort. De kleine hand­we­verij Schunck kon niet meer concurreren met de indus­triële weverijen in Aken, Tilburg en Twente. Schunck ging zich daar­om helemaal concen­treren op confectie. De weefkamer werd de werkkamer voor enkele kleermakers, die van elders gekoch­te stoffen kleding voor mannen maakten. Op 15 okto­ber 1905 is Arnold Schunck op 63-jarige leeftijd overleden. 

Nadere bronnen en literatuur:

Tags

Plaatsen

Thema's

Beroepen