Sattonius Iucundus, Marcus (decurio)

Bij opgravingen op het terrein van de Romeinse thermen van Heerlen werd in 1957 een wijsteen gevonden met het volgende opschrift:

FORTVNE (reduci) M.(arcus) SATTONIVS. IV(cvn) DVS. DEC.(urio).
C.V.T. BA­­­­­LI(nevm) RESSTITVT(o). V(otum). S(olvit). L(ibens). M.(erito)

 "Aan de terugbrengende Fortuna heeft M(arcus) Sattonius Iu-cundus, dec(urio) (=lid van de gemeenteraad) van C(olonia) U(lpia) T(raiana) (=Xanten), door het badgebouw te restaureren zijn gelofte ingelost, gaarne en met reden"

De terugbrengende Fortuna was de godheid die de Romeinse keizers moest beschermen tijdens hun vele reizen en veld­toch­ten door het uitgestrekte Rijk en om hen behouden terug te brengen naar Rome. Ook officieren deden een beroep op For­tuna redux om een behouden terugkomst te verkrijgen. We tref­fen deze godin aan op inscripties bij diverse Romeinse badgebou­wen.

M. SATTONIVS IVCVNDUS is ook om een andere reden van belang. We kennen namelijk uit de stad Lambaesis in de Romein­se provincie Numidia (het huidige Algerije) ene Sattonius Iucun­dus, die als primipilus (opperhonderdman) van het derde legioen met de bijnaam Augusta, als vervulling van een gelofte een stand­beeld aan de god Mars heeft geschonken ter ere van zijn legioen. We kunnen natuurlijk nooit bewijzen dat beide Sattonii een en de­zel­fde persoon zijn, maar de naam Sattonius, afgeleid van Satto, is van Germaanse oorsprong. Daarnaast was het in de Romeinse tijd gebruikelijk, dat soldaten ver van hun land van her­komst hun dienst­tijd vervulden. Het is dus goed mogelijk, dat M. Sat­tonius Iucundus tussen 253 na Chr. (het jaar, waarin het stand­­beeld werd opgericht) en ± 259 zijn diensttijd in Lambaesis vervulde en nadien naar zijn geboortestreek in de omgeving van Coriovallum (het huidige Heerlen) is teruggekeerd.

Elke Ro­meinse soldaat ontving na afloop van zijn dienst­tijd als een soort pensioen een stuk grond in eigendom, mees­tal in zijn geboortestreek. Tevens kreeg hij het Romeins burger­recht. Deze oud-soldaten, veterani genaamd, vervulden vaak nog een rol bij de verdediging van hun streek tegen indringers. Zeker als zij langs de grens van het Romeinse Rijk woonden. M. Sattonius Iucundus had als hoge officier blijkbaar een groot landgoed gekregen. Hij had veel geld verdiend en was een rijk man geworden.

Coriovallum en omgeving hoorde in de 2e eeuw na Chr. tot de civitas Traianensis, een bestuursgebied met Colonia Ulpia Tra­iana (het huidige Xanten) als hoofdstad. Elke civitas had een raad (ordo), die het beleid bepaalde. De 100 leden van deze raad, de zogenaamde decuriones, behoorden tot de klasse van grootgrond­­bezitters. M. Sattonius Iucundus en zijn collega’s Titus Ter­ti­nius en Marcus Vitalinius, die beiden een landgoed bij Valken­burg bezaten, waren decurio van de civitas.

Om de bevolking van zijn streek voor zich te winnen liet M. Sattonius Iucundus ± 260 na Chr. van zijn eigen geld de thermen van Coriovallum opknappen. Dit was een niet geringe uitgave. Het badgebouw was bij invallen van Germanen verwoest en lag er al jaren vervallen bij. Zijn goede daad had succes. Op de wijsteen bedankt de hersteller van het badgebouw Fortuna, de godin van het geluk en het fortuin, voor het feit dat het hem zo goed ging en voor zijn succes bij de raadsverkiezingen van de civitas Traianensis.

Nadere bronnen en literatuur:

Tags

Plaatsen

Thema's

Beroepen