Retraitehuis

Dit kenmerkende gebouw, dat oorspronkelijk monseigneur Schrijnenhuis werd genoemd, is van de hand van architect Frits PeutzHet gebouw werd oorspronkelijk gebouwd als een retraitehuis voor vrouwen en meisjes. Het bood onderdak aan ongeveer 65 vrouwen die zich tijdelijk aan geloof en gebed wilden wijden. De sacrale functie ervan is nog te zien doordat er aan beide uiteinden twee kapellen zijn opgenomen.Het gebouw heeft duidelijke ontwerpkenmerken die zo karakteristiek zijn voor het werk van Peutz. Denk dan aan het gebruik van glas en beton, overgangen tussen binnen en buiten, de bijzondere rol van trappartijen en een technisch-constructief aspect.

De bouw werd bemoeilijkt omdat er volgens deskundigen van de Oranje Nassaumijnen storingen in de bodem zaten waardoor traditionele bouw moeilijk zou gaan worden. Daarnaast had Peutz geen ruim budget én moest het gebouw binnen een jaar gebouwd zijn. Door deze moeilijkheden koos Peutz voor een bijzondere, uit de Verenigde Staten afkomstige, bouwmethodiek waarbij ijzer, beton en asfaltpapier gebruikt werden in plaats van de gewapende betonconstructie. Op een fundering van beton wordt met een bijzonder stevig vlechtwerk van ijzeren balken het geraamte van het gebouw opgebouwd. Het beton wordt met behulp van het asfaltpapier als het ware om dit stalen frame gedrapeerd waardoor de tijdrovende en dure bekisting achterwege kon blijven. De hele bovenbouw staat dus als het ware los op de fundering, zodat bij eventuele verzakkingen tengevolge van de eerde genoemde grondstoringen, het gebouw niet mee zou verzakken. De betonnen trappen in het gebouw staan los van zowel fundament als kooiconstructie waardoor de trappen kunnen scharnieren.

Het gebouw is van belang als cultureel erfgoed, omdat het een goed voorbeeld is van een ontwerp in de stijl van het Nieuwe Bouwen. De bijzondere situering op de Molenberg draagt bij aan het ruimtelijke aspect en tot slot is het gebouw van belang wegens de hoge mate van architectonische gaafheid van het exterieur en interieur en de architectuurhistorische, typologische en functionele zeldzaamheid.

In 1961 kreeg het gebouw een nieuw functie. Het werd in gebruik genomen als Filosoficum en vijf jaar later als Hogeschool voor Theologie en Pastoraat, later Universiteit voor Theologie en Pastoraat. Vanaf 1999 is het gebouw in gebruik door AGS architecten en planners. 

Nadere bronnen en literatuur:

Tags