Raedts, Cornelis (mijndirecteur)

Mijndirecteur, 8 mei 1898 - 9 april 1983

C.E.P.M. Raedts werd op 8 mei 1898 in Venray geboren als zoon van een schapenhandelaar. Hij behaalde zijn hbs-B-diplo­ma te Rol­duc. Tijdens zijn middelbare schooltijd raakte hij geïn­teresseerd in de mijnbouwgeschiedenis. Het was dan ook niet verwonderlijk dat hij na het behalen van zijn eindexamen­diplo­ma mijnbouwkunde ging studeren aan de Technische Hoge­school te Delft. Hij had tevens aanleg voor geologie en volgde in dit vak colleges bij prof. Molen­graaff. In 1921 kwam hij als pas afge­studeerd mijnbouwkundig inge­nieur in dienst van de Oran­je-Nassaumijnen. Hij was de eerste in Nederland opgeleide mijnbouwkundig ingenieur. Al zijn collega’s waren in die tijd Duitsers, opgeleid in Aken of Luik.

Raedts begon bij de ON-mij­nen als adjunct-ingenieur bij de ON III in Heer­lerheide en viel me­teen op door zijn kennis en aan­pak. Reeds twee jaar later werd hij be­vorderd tot mijning­enieur. In mei 1923 werd hij bedrijfs­inge­nieur bij de ON IV op de Heksen­berg. Deze mijn was aan­van­kelijk al­leen in gebruik als luchtschacht. Na de Eer­ste Wereldoorlog werd besloten er een productieschacht van te maken. Raedts werd be­last met de exploitatie van deze mijn. In 1928 ging zij in pro­ductie.

In 1929 werd hij benoemd tot bedrijfsingenieur van de groot­ste van de vier O.N.-mijnen, de O.N. III. In 1945 werd hij be­vor­derd tot hoofdbedrijfsingenieur met als taak de leiding te nemen over het algehele boven- en ondergrondse mijn­be­drijf van alle O.N.-mijnen. In 1950 ging de directeur van de O.N.-mijnen, ir. Bianchi, met pensioen. Raedts werd zijn op­vol­ger. De laatste dertien jaar van zijn loopbaan had hij als voorzitter van de directie de algehele leiding over de O.N.-mij­nen.

Zijn grote kennis op mijnbouwkundig gebied bezorgde hem vele bestuursfuncties, bijvoorbeeld bij het Geologisch Genoot­schap van de Mijnstreek, het dagelijks bestuur van de Mijn indus­­trieraad (M.I.R.) en het algemeen bestuur van het Ver­bond van Werkgevers. Ook werd hij o.a. voorzitter van de onder­nemings­raad van de ON-mijnen en lid van de raad van advies van de Werk­geversfederatie voor Internationale Arbeidszaken. Raedts manifesteerde zich ook internationaal. In 1955 werd hij door de Franse regering benoemd tot lid van een internationale commissie die de economische exploitatie van een aantal mijnen in het Saargebied moest onderzoeken en de Hoge Autoriteit in Luxem­­burg benoemde hem tot voorzitter van de commissie die advies moest uitbrengen aangaande de marginaliteit van enkele Belgische mijnen. Dezelfde instantie benaderde hem voor drie andere commissies: de Permanente com­missie van veiligheid in de steenkoolmijnen, een com­missie over arbeidshygiëne en arbeids­geneeskunde en een commissie voor mijntechniek.

Op politiek gebied was Raedts eveneens actief. Van 1927 tot 1966 was hij, met een korte onderbreking tijdens de oor­logs­jaren, lid van de Heerlense gemeenteraad. In de jaren 1932 - 1941 was hij wethouder van Publieke Werken. Tevens was hij lid van de Provinciale Staten van Limburg, de Eerste Kamer, het Europees Parlement en de Beneluxraad.

Op sociaal terrein was hij bestuurslid van tal van organisa­ties. Zo was hij o.a. lid van de raad van bestuur van het Economisch Tech­nologisch Instituut Limburg, hoofdingeland van het Water­schap Geleen- en Molenbeek, voorzitter van de Vereniging voor Nijver­heidsonderwijs in Heerlen, voorzitter van het be­stuur van het So­ciaal Historisch Centrum te Maastricht, voor­zitter van de Stichting Stads­­­­schouwburg Heerlen, voorzitter van het Rode Kruis afdeling Heerlen, voorzitter van de Stichting Be­jaardencentrum Douvenra­de. Verder maakte hij zich ver­dienstelijk op wetenschappelijk gebied. In de tijdschriften Oran­je-Nassaupost en De Ingenieur publiceerde hij regelmatig arti­kelen over alle facetten van de mijnbouw. Hij was lid van de werkgroep Het Land van Herle en in het gelijknamige tijdschrift van deze groep verscheen een aantal artikelen van zijn hand. Zijn boek 'De opkomst, de ontwikkeling en de neergang van de steenkolenmijnbouw in Limburg' oogstte algemeen bijval en werd opgenomen in de reeks Maaslandse Monografieën.

Op 1 september 1961 vierde ir. Raedts zijn veertigjarig jubi­leum bij de O.N.-mijnen met een groot feest en een drukbezoch­te receptie. Bij deze gelegenheid werd hij be­­­­noemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en ridder in de orde van de H. Gregorius. Hij was bij een eer­dere gelegenheid al officier in de orde van Oranje-Nassau ge­worden. In hetzelfde jaar werd hij ereburger van de gemeente Schaesberg. Drie jaar later, op 1 september 1964, nam Raedts afscheid als directeur van de O.N.-mijnen. In november van dat jaar werd hij ereburger van Heerlen. Er zouden in de volgende jaren nog vele onderscheidingen volgen. Na zijn pen­sionering bleef hij nog in vele bestuursfuncties actief.

De man met de grote flaphoed (flambard) en de wandel­stok werd in Heerlen een bekende figuur. In zijn laatste jaren kwam hij nog in het nieuws door de verkoop van zijn biblio­theek. Op 9 april 1983 is hij op 84-jarige leeftijd overleden.

Nadere bronnen en literatuur: