Puth, huis (Voerendaal)

Ten noorden van Voerendaal ligt het huis Puth. Het complex is nog steeds volledig omsloten door een gracht of beter gezegd, visvijver.

Het originele huis werd gebouwd in de 14e eeuw door Jan of Johan van Puth. Achtereenvolgens komen het huis en bijbehorende leengoederen in bezit van de familie van den Bongard, Leeck, Tzevel, Dobbelsteyn (vanaf 1534) en Burette of Rulant (vanaf 1630). Het huidige herenhuis, dat bestaat uit twee bouwlagen, stamt uit het midden van de 16e eeuw. De gevels zijn van mergelsteen.

Rond 1630 is het gehele goed zo zwaar belast met allerlei schulden dat het wordt opgedeeld. Het kasteel, de molen en de goederen komen los van elkaar te staan, waardoor het moelijk is aan te geven wie daadwerkelijke heer van Puth is. In 1728 werd het goed (huis en molen) door de weduwe Ignace de Rougemont en haar drie kinderen verkocht aan de gebroeders de Hayme, Jean Martin en Laurens Joseph de Hayme, beide kanunnik van St. Servaas te Maastricht. Het kasteel kende vanaf deze periode dan ook een eigen draagbaar altaar waar in de 18e eeuw de H. Mis werd gelezen. In deze periode moet het kasteel een agrarische functie hebben gehad. Het originele dak wordt namelijk vervangen door een zogenaamd mansardedak. Hierdoor kon er meer graan op de zolder worden opgeslagen. Op het dak wordt een vierkant torentje geplaatst. Dit is bij de laatste restauratie echter weer verwijderd.

Rond 1731 wordt ook de huidige voorburcht gebouwd, een hoeve met drie vleugels in U-vorm. Aanvankelijk waren de drie vleugels zo gebouwd dat ze elkaar enkel met de hoekpunt van het huis aanraakten. De twee hierdoor ontstane lege hoeken zijn later met een stallingsruimte dichtgebouwd.

Via vererfing komen het herenhuis en voorburcht in bezit van de grafelijke familie De Marchant et d’Ansembourg. Oscar de Marchant et D’ansembourg, die burgemeester van Gulpen was, had daarmee zowel de kastelen Amstenrade, Neubourg en Puth in bezit.

Nadere bronnen en literatuur:

Tags