Procesgang hogere rechtspraak in de Staatse landen

Ieder proces verloopt volgens een bepaalde vaste procedure. Strafzaken gevoerd voor de schepenbank Heerlen werden ingevolge het toenmalige wetboek van strafrecht uitgevoerd volgens het "Reglement, Styl ende maniere van procederen in de Landen van Valckenborgh, Daelhem en 's-Hertogenrade, Over-Maze, gedecreteerd bij de Hooge Mogende Heeren Staten-Generaal der Vereenighde Nederlanden" uit 1661.  Onderstaand vind je een sterk geschematiseerd model van de gevolgde procesgang.

1. De Apprehensie (de arrestatie)

Het proces wordt in principe in gang gezet door de schout die toestemming vraagt aan de schepenen om een arrestatie uit te voeren. Dit verzoek heet het decreet tot apprehensie.

2. De Informatie Prepatoire (voorbereidende informatiefase)

Na de apprehensie overleggen de schepenen in de zogenaamde informatie prepatoir-fase met elkaar. In deze fase wordt in het algemeen pas de verklaring van de slachtoffers op schrift gesteld, het zogenaamde Corpus Delicti. In deze fase werd door de schepenen bepaald of de ordinaire (normale) of extra-ordinaire (buitengewone) rechtsgang gevolgd werd. Het verschil zat hem in het feit dat in de ordinaire rechtsgang de verdachte recht had op een advocaat en verdediging. De extra-ordinaire rechtsgang was een verkorte rechtsgang waarbij de rechten van de verdachte vrijwel nihil waren.

3. Interrogatoriën en responsie (de eerste ondervraging)

Na de informatie-prepatoir volgde de eerste ondervraging, de zogenaamde interrogatoriën. Deze moest binnen 24 uur na de apprehensie plaatsvinden. Voor het verhoor werd een lijst van vragen opgesteld die de gedetineerde moest beantwoorden. Diens antwoorden werden opgeschreven door de griffier van de schepenbank, maar het waren de schepenen die uiteindelijke bepaalden wat er wél en wat er niet op papier kwam te staan.

4. De Confrontatie

In sommige gevallen werden gedetineerden in deze fase met elkaar geconfronteerd. Ze kregen allemaal dezelfde vragen voorgelegd. Men trachtte op deze manier gedetineerden tegen elkaar uit te spelen of ze op tegenstrijdige verklaringen te betrappen.

5. Territie en scherp examen (ondervraging onder tortuur)

Om tot een veroordeling te komen, zelfs als feiten overduidelijk waren, moest een verdachte bekennen voordat hem een straf opgelegd kon worden. Hierdoor werd er eeuwenlang absolute voorrang gegeven aan de bekentenis in plaats van de zoektocht naar feiten. Om een bekentenis te forceren werd er in de procesgang van de hoge jurisdictie regelmatige foltering toegepast. Ook de mate van foltering was aan regels gebonden. Men onderscheidde diverse graden van foltering.

  • 1e graad - Duimschroeven, samenpersen van de duimgewrichten.
  • 2e graad – Spaanse stevel, kneuzen van onderbenen door middel van het aandraaien van platen. 
  • 3e graad – Wipgalg, men werd opgetrokken aan de, op de rug gebonden, handen. Er werden gewichten aan de voeten gehangen.

Bij het opstellen van de interrogatoriën ten behoeve van deze ondervraging moest ook een maximale graad van tortuur worden bepaald, Een ondervraging onder tortuur begon altijd met de territie, het tonen van de foltergereedschappen. Als er geen bekentenis volgde werd de 1e graad toegepast, daarna de 2e enzovoort. Volgde er geen bekentenis gedurende deze fase dan moest de gedetineerde wel vrijgelaten worden. Alle antwoorden, inclusief de toegepaste territie en graad van tortuur, werden schriftelijk vastgelegd. De verhoren moesten in het bijzijn van minimaal twee schepenen, een secretaris en de chirurgijn worden afgenomen. 

6. Recollectie

Binnen 24 uur nadat de foltering had plaatsgevonden moest de gedetineerde zijn afgelegde bekentenis, die werd voorgelezen, bevestigen en ondertekenen. Als hij tijdens de recollectie zijn bekentenis herriep dan werd hij wederom naar de pijnbank geleid.

7. Confiscatie van goederen

Kort nadat er een bekentenis was afgenomen, werden goederen, zowel roerend als onroerend, van de gedetineerde in beslag genomen. Van deze inbeslagname werd een inventaris opgemaakt. De goederen werden na het proces openbaar verkocht. Met het verkregen geld werden de gemaakte proceskosten betaald.

8. Clagt en Conclusie ookwel Conclusie finael

Als het onderzoek en de bijbehorende verhoringen waren afgerond, werd er door de schout of drossaard de conclusie finael opgesteld. Hierin werd alles, wat de gedetineerde al dan niet had gedaan, nog eens fijntjes opgesomd. Op basis van deze conclusie finael velde de schepenen hun vonnis.

9) Sententie

Het Vonnis werd geveld door de schepenen die dat schriftelijke opstelden. Het werd echter uitgesproken door de schout/drossaard die na het uitspreken van het vonnis symbolisch het rietje brak. Hiermee gaf hij aan dat het vonnis definitief was en dat er geen beroep meer mogelijk was.

Schema:

Zoals reeds gezegd is dit slechts een schematische weergave en werd er in bepaalde zaken op bepaalde punten nogal eens afgeweken van deze voorgeschreven procedure. Dit gebeurde ondermeer bij de vervolgingen van de Bokkenrijders.

Nadere bronnen en literatuur: