Poels, Henricus, mgr. dr. (priester)

Venray, 14-2-1868 - Heerlen, 7-9-1948

Henricus Poels werd op 14 februari 1868 in Venray geboren als de zoon van Martinus Poels, schapenfokker, koopman en gros en Maria Catharina Joosten. Zijn vader zette samen met een paar andere boeren uit Venray in de jeugdjaren van Poels een schapenhandel op in Zuid-Amerika. Uiteraard was het bedoeling van vader Poels dat de jonge Henricus deze handel zou overnemen, maar Henricus voelde zich geroepen tot de geestelijkheid.

In 1880 vertrok hij naar het seminarie te Rolduc bij Kerkrade. Op 9 september 1891 werd hij op 23 jarige leeftijd tot priester gewijd in Maastricht. In de periode van 1897 tot 1899 schreef hij enkele artikelen die de nodige oproer veroorzaakten. Na zijn wijding vertrok hij naar Leuven voor een studie sociale wetenschappen. Toch was dit niet de studie waar hij later in promoveerde. Hij had zich namelijk door een studie exegese laten bezielen en promoveerde in 1897 met een schitterend proefschrift. Met zijn proefschrift kreeg hij echter niet veel waardering in Roermond waardoor een vervolgopleiding hem aan het seminarie aldaar niet werd gegund. Daarop nam hij het besluit om twee jaar onderwijs te gaan volgen aan het theologaat van de missionarissen van het Heilig Hart te Antwerpen. Hier werd hij in 1899 tot hoogleraar in de exegesie benoemd. Nog in hetzelfde jaar werd Poels aangesteld als kapelaan in Venlo. Poels was inmiddels de 30 gepasseerd en daarmee de jongste kapelaan van Venlo.

Een kerkelijke gezagdrager buiten Poels’ eigen bisdom had de ideeën van Poels voorgestaan en naar Rome gezonden en daarmee om een uitspraak van het hoogste kerkelijk gezag verzocht. Zijn naam was door deze en andere activiteiten al bekend in heel katholiek Nederland. Zijn redevoering Tijdig op de katholiekendag te Weert en zijn tactvol optreden in Venlo tijdens de spoorwegstaking van 1903 bracht hem nog meer bekendheid. Voor zijn actie gedurende deze staking werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Een kamerzetel werd hem aangeboden, maar hij verkoos de Hoogleraarzetel in het andere halfrond boven de zetel op het Haagse binnenhof. In 1904 zou hij namelijk exegese gaan doceren aan de universiteit te Washington en ondertussen was hij tevens lid van de pauselijke bijbelcommissie. Poels kon echter binnen de Amerikaanse sfeer niet genoeg tot ontwikkeling komen, waarop hij in 1910 zijn ontslag nam als hoogleraar. Hij verhuisde terug naar Nederland, waar hij nog werk te doen had.

Hij kwam in 1910 terug als rector en aalmoezenier van de arbeid in het dorp Welten. Dr. Poels verdiepte zich in de sociaal-economische problemen van Zuid-Limburg. Door de nogal onpraktische ligging van de Mijnstreek wilde Poels dat het openbaar vervoer voor de arbeiders beter geregeld zou worden. Om te voorkomen dat de steden zich niet veel zouden uitbreidden, zou de planning van het vervoer verbeterd moeten worden en er zouden meer woningen moeten komen. Dit zou dan ook een oplossing zijn voor het grote tekort aan arbeiders. Het gevolg hiervan was de, in 1911 opgerichte, stichting 'Ons Limburg'. Daarnaast was Dr. Poels tevens zeer actief bij oprichting van diverse andere organisaties; maatschappij Tijdig (1913), stichting Thuis Best (1914), de bouw van het gezellenhuis te Heerlen gevolgd door meerdere in de mijnstreek (1915), en de stichting van Het Goede Kosthuis (1915).

In 1915 werd hij tot hoofdaalmoezenier van de Arbeid in het mijndistrict benoemd. Toen Pieter Jelles Troelstra in 1918 uitspraken deed die bijna tot een nationale revolutie leidden, was Poels een van de eersten die zich tegen hem keerden. In de jaren die volgden werd Poels vele malen onderscheiden door zowel staat als kerk. In 1931 werd Poels tot huisprelaat van Pius XI benoemd en in 1935 tot protonotarius apostolicus. In 1933 protesteerde Poels hard tegen de manier waarop Hitler de joden vervolgde. Samen met vele bekende katholieke kopstukken zoals A. van Duinkerken en T. Brandsma zat hij bij het Comité van Waakzaamheid. Hij liet zijn mening aan alle mensen weten. Vooral binnen de organisatie 'Ons Limburg' liet hij blijken fel tegen het nazi-bewind te zijn.

Bij het uitbreken van de oorlog op 10 mei 1940 verbleef Poels te Antwerpen, waar hij genezing zocht van een ernstige ziekte. Terugkeer naar Limburg bleek onmogelijk, niet alleen vanwege zijn houding tegen Hitler’s manier van regeren, maar ook doordat hij zich schuldig maakte aan medewerking aan het illegale blad Der Deutsche Weg. Via Frankrijk (Cannes) belandde hij begin 1941 in Lugano, vervolgens in Schwyz (Zwitserland) waar hij tot juli 1945 zou blijven. Hier begon hij aan zijn boek. In juli 1945 kwam hij terug naar Nederland. Hier ontving hij in 1947 een eredoctoraat van de Katholieke Economische Hogeschool. Een jaar later kreeg Dr. Poels een herseninfarct in het klooster van de Medische Missiezusters te Imstenrade in Heerlen. Van 1945 tot aan zijn dood verbleef hij meestal in dit klooster. Het herseninfarct overleefde hij niet. Hij overleed op 7 september 1948 en werd op 11 september 1948 begraven in zijn geboorteplaats Venray.

Nadere bronnen en literatuur:

 Met dank aan leerlingen van het Sintermeertencollege: Relinde Paters, Lindy Amkreutz, Nils Rompen en Joost Brouns.