Pletsmolen (Nuth)

De Pletsmolen, gelegen aan de Platsmolenweg 11 (tot 1982 Molenweg), was oorspronkelijk een door water aangedreven bovenslagmolen aan de Platsbeek. 

De oudste vermelding van de Pletsmolen dateert uit 1697 waarin de verkoop door de gebroeders Slangen van gronden grenzend aan de Pletsmolen en de bijbehorende moestuin wordt beschreven.

In de 17e eeuw behoorde de molen tot de Heerlijkheid Nuth en de heren van Kasteel Reijmersbeek. De laatste heer van Reijmersbeek, Karel Theodoor, baron van Eijnatten, verkocht de watermolen in 1809 aan Paul Lambert Lekens (oud-schepen te Maastricht). In 1876 werd de watermolen door de kleindochter Marie Louise Pauline Josephine Auguste Lekens, gehuwd met jhr. Alphons Hilaire Joseph Hubert Michiels van Kessenich, verkocht aan de molenaar Peter Joseph Maas die al pachter van de molen was. Peter Joseph Maas verkocht de molen op zijn beurt in 1883 aan de molenaar Johann Gerhard Krings die in 1908 ook eigenaar werd van de in Nuth gelegen windmolen in Hunnecum. In de jaren 1884-1888 werd de molen vergroot. Aan de rechterzijde kwam een woonhuis en aan de achterzijde werden stallen bijgebouwd. In 1926 werden de water- en de windmolen van de erven Krings openbaar verkocht en kwam de watermolen in handen van de Jan Joseph Hubertus Grooten. Na zijn overlijden in 1942 werd de molen overgenomen door zijn zonen Jan Pieter, Jan Pieter Hubertus en Hubertus Leonardus. In de jaren 1955 en 1961 vond een verdere uitbreiding plaats met magazijnen voor de handel in dier- en tuinbenodigdheden. 

Na een verloren geschil met de gemeente Nuth over de aanleg van een stamriool ten behoeve van de waterhuishouding van de beek werd het stuwrecht in 1965 verkocht en werd het molenbedrijf nog enkele jaren met een elektrische aandrijving voortgezet. Eind jaren '60 werd het molenbedrijf buiten werking gesteld. Het bedrijf werd voortgezet als winkel in dier- en tuinbenodigdheden (Boerenbond).

Het bedrijf werd verkocht op 19 april 2017 en vervolgens werden de gebouwen verbouwd tot brasserie en bed & breakfast De Pletsmolen. 

De watermolen werd aangedreven door een houten bovenslagrad. Bij een opname in 1854 bedroeg de diameter van het rad 3,30 meter en de breedte 0,70 meter. Later werd de diameter vergroot tot 3,53 meter en de breedte tot 1,00 meter. In 1906 werd het houten rad vervangen door een ijzeren waterrad met een diameter van 4,90 meter en een breedte van 1,50 meter.

Op de gevel van het molengebouw vinden we de naam ‘Pletsmolen’. Onder deze naam was de molen dan ook vooral bekend. Ook in oudere documenten vinden we deze schrijfwijze terug. In de 20e eeuw wordt er ook gesproken van ‘Platsmolen’, waarschijnlijk het gevolg van een vertaling naar het Nederlands van het Limburgse woord ‘Pletsj’. Eenzelfde lot onderging de Pletsbeek. 

Nadere bronnen en literatuur: