Peters, Piet (conservator en archivaris)

Conservator en Archivaris, 15 oktober 1865 - 7 januari 1940

Pieter Jozef Martin Peters werd op 15 oktober 1865 te Heer­len geboren. Hij volgde de opleiding tot onderwijzer in Rolduc en behaalde zijn akte in 1884. In hetzelfde jaar werd hij be­noemd tot onderwijzer aan de Openbare Lagere School te Heer­len. Tot 1 september 1921 bleef hij aan deze school ver­bon­den. Toen werd hij overgeplaatst naar de Openbare La­ge­re School II in Heerlen. Hij heeft in deze school maar kort ge­werkt, want na 37 jaar in het onderwijs werkzaam te zijn ge­weest, trad hij op 1 januari 1922 in dienst van de gemeente Heerlen als beheerder van de gemeentelijke oudheidkundige ver­zamelingen. Deze nieuwe functie was tot stand gebracht door een gemeentelijke commissie, waarvan Peters secretaris was. Deze commissie had tot taak na te gaan of er in Heerlen verzamelingen bijeengebracht konden worden. Zij was van me­ning dat de verzameling uit drie gedeelten moest bestaan: Geologie, Romeinse tijd en de Plaatse­lijke Historische Afdeling (vanaf de Middeleeuwen). De nieuwe functionaris zou archivaris, conservator, bibliothecaris en direc­teur moeten zijn. De func­tie van archivaris verkreeg hij echter eerst in 1924.

Piet Peters had voor die tijd al naam gemaakt als amateur-historicus en archeoloog. Ging er in Heerlen ergens de schop de grond in, dan was hij er bij en zo niet, dan wist men hem al­tijd te vinden. Hij leidde ook zelf opgravingen. Vondsten uit zijn opgra­vingen verdwenen voor zijn aanstelling vaak uit Heerlen. Ze zijn nu onder andere te vinden in het Bonnefantenmuseum te Maastricht en het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden.

In de loop van de tijd had Peters ook zelf een grote verza­meling oudheden opgebouwd, die hij tevens had beschreven. Al tijdens zijn onderwijzersloopbaan maakte hij op alles, waarop geschreven kon worden, aantekenin­gen. Deze bracht hij later thematisch bijeen in kleine cahiers.

Vanaf 1919 publiceerde hij regel­ma­tig over zijn vondsten. We noemen een aantal publicaties: 'Wandelingen in en om Heerlen' uit 1919; de serie 'Uit Heerlens verleden' in de Maasgouw 1923 - 1928; 'De bestuurders van Heer­len', in 40 jaren spoor en mijnen in Zuid-Limburg; 'Kastelen en leengoede­ren in Heerlen', in Heerlen als mijn- en industriestad (1933). Door zijn ar­ti­kelen raakte hij ook bekend in de rest van Nederland. Om zijn ge­schied­kundige kennis werd hij in de wetenschappelijke wereld zeer gewaardeerd. Hij onderhield regelmatig contact met vakgeno­ten, zoals prof. Holwerda, directeur van het Rijks­museum van Oudheden te Leiden, dr. Goossens, rijksarchivaris in Lim­burg, de Limburgse amateur-archeoloog dr. Beckers, pastoor Spierts uit Terwinselen en met bestuursleden van de Aachener Geschichts­verein. Hij was ook corresponderend lid van het Lim­burgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap en het Geschiedkun­dig Genootschap te Leiden.

Hij had een goed voorziene bibliotheek op het gebied van ge­schiedenis en archeologie opgebouwd. Toen na de benoe­ming van burgemeester Van Grunsven de gemeentefinanciën moes­ten worden gesaneerd, kreeg Peters op 14 januari 1927 te horen, dat het college van Burgemeester en Wethouders we­gens bezuinigingen van plan was zijn functie op te heffen. Hij werd eervol ontslagen en op wachtgeld gesteld. Piet Peters was meteen bereid tot een offer. Hij deed een voorstel om tegen een lager salaris, ongeveer op gelijke hoogte met het wachtgeld, te blijven werken, als de gemeente tot aankoop van zijn verza­melingen overging. Dat bleek voor haar een gunstige han­del te zijn, niet alleen vanwege het aanblijven van Peters. De privé-verzameling oudheden en Peters’ eigen bibliotheek waren in zijn werkkamer ondergebracht. Om verspreiding van deze waarde­volle zaken te voorkomen, onderhandelde wet­houder Stappers met de archivaris. Het resultaat van dit over­leg was dat de oudheden en de bibliotheek door de gemeente werden gekocht en Piet Peters tot zijn overlijden van de koop­som kon blijven werken. De kamer van de archivaris, gelegen in het 'administratiege­­bouw' aan het eind van een lange gang, leek meer op een monnikencel dan op een bureauruimte. In dit onderkomen ontving hij bezoekers, werkte hij aan zijn publicaties en beheerde hij de in hetzelfde gebouw opgeslagen collecties. Piet Peters was "een apart figuur, zeer erudiet, maar anderzijds een populaire markante figuur in het Heerlense uit­gaansleven der twintiger jaren. Legendarische figuren van een slag dat is uitgestorven, coryfeeën die de stam- en kaarttafels der bruine cafés bevolkten", aldus ir. Raedts. Hij bleef een vrien­delijke, charmante, maar vooral bescheiden man, die op­ge­wekt en met humor zijn bezoe­kers ontving als persoonlijke vrienden, die hij alles van de collec­ties liet zien. Op 19 oktober 1937 namen Burgemeester en Wethouders het besluit een ambtenaar te benoemen "belast met het beheer en de inven­tarisatie van het oudere deel van het archief van deze gemeen­te". Deze ambtenaar werd drs. L. van Hommerich. Na de dood van Piet Peters werd hij tevens con­servator van het Gemeentelijk Oudheidkun­dig Museum in vas­te dienst van de gemeente Heerlen. Piet Peters is op 7 januari 1940 op 74-jarige leeftijd overleden.

Nadere bronnen en literatuur: