Passart (gemeente Heerlen)

Bron: NCIV, Heerlen. Ligging van de wijk Passart.

De wijk Passart ligt in het tegenwoordige “Heerlen-Noord“. De wijk werd, voor 1950, begrensd aan de noordkant door de terreinen van de Staatsmijn Emma, aan de oostkant door de terreinen van de Carisborg (bruinkoolbriketfabriek), aan de zuidzijde door de landerijen van het vroegere kasteel Ter Weijer en aan de westzijde door de Akerstraat. De Akerstraat is een gedeelte van de, reeds zeer oude, verbinding tussen Heerlen en Sittard . Op de genoemde landerijen (zuidzijde) ontstonden na 1950 de wijken Passart-Zuid (380 woningen) en De Wieër (Heerlerheide).

Ontstaan van de Passart.

Begin 1900 groeide de mijnbouw, in Zuid-Limburg, in een overrompelend tempo uit tot een grootindustrie en de ene mijnzetel na de andere werd ontsloten. De Staatsmijn Emma kwam in 1914 in exploitatie. De benodigde werkkrachten voor de mijnen moesten onderdak worden gebracht. Er was behoefte aan vele duizenden woningen in de Mijnstreek. Mijnondernemingen en particulier initiatief, onder andere oprichting van woningcoöperaties, stonden voor een grote opgave. Een oplossing werd gevonden in de structurele massabouw van woningen, met als resultaat de mijnwerkerskolonieën.

De Passart is een resultaat van die ontwikkeling. Er wordt in 1919 een complex van 166 woningen, in opdracht van Woningvereeniging “De Volkswoning“, gebouwd. Het complex kost ruim 1,2 miljoen gulden, omgerekend ruim 7200 gulden per woning. Het ontwerp van de woningen komt niet van de eerste de beste. De bekende Roermondse bouwmeester en architect Joseph Cuypers tekent ervoor.

Voorbeelden van andere mijnwerkerskolonieën in de naaste omgeving zijn bijvoorbeeld: Treebeek, Haansberg, Mariarade, De Slak, De Metten, Versiliënbosch, Heksenberg, Rennemig en Beersdal.

Oorsprong van de benaming Passart.

Het lijkt waarschijnlijk dat deze naam afgeleid is van de naam van vroegere bezitters van een kasteel met hoeve (in de jaren vijftig bekend onder Boerderij Brands en Huis Carisborg)  in de directe omgeving van de nieuwe woonwijk. Afgeleid van meerdere adelijke familienamen van bezitters ontstond de benaming Passart-Nieuwenhagen voor genoemd kasteel met hoeve. Overigens was, in de vijftiger jaren, Passart-Nieuwenhagen als postadres voor de wijk Passart nog steeds in gebruik.

Straten en verdeling van woningen.

Passartweg               2  t/m  52                   ( even )                     26 woningen

Terweijerweg             1  t/m  22                   ( doorl. )                   22       ,,

Accaciastraat               2  t/m  14               ( even )                     7  woningen

Accaciastraat               1  t/m  23               ( oneven )                12       ,,

Plataanplein                 2  t/m  30               ( even )                    15       ,,

Plataanplein                 1  t/m  19               ( oneven )                10       ,,

Plataanstraat                1  t/m  15                ( oneven )                  8       ,,

Plataanstraat                2  t/m  44                ( even )                    22       ,,

Beukstraat                   4  t/m  18                ( even )                      8       ,,

Beukstraat                   3  t/m  29                ( oneven )                 14      ,,

Wilgenstraat                1  t/m  11                ( oneven )                   6      ,,

Wilgenstraat                2  t/m  32                 ( even )                    16      ,,

Totaal 166 woningen.

Winkelpanden : Plantaanplein 30 ( Slagerij  Bongers ) en Accaciastraat  2  ( Coöperatie ODB ).

Naast de 166 woningen van De Volkswoning stonden langs de Akerstraat (aan de Passartzijde) en langs de Passartweg (aan de Emma-zijde) Staatsmijnwoningen voor toezichthouders van Staatsmijn Emma (totaal ongeveer 35 woningen).

Tot de wijk behoorden verder nog een tweetal gebouwen met een wijkfunctie, namelijk het verenigings- en ontspanningsgebouw “Het Volkshuis“  in de Dennenstraat en een school met speelplaats, zijnde de “Bewaarschool“ (één à twee jaar voorafgaand aan de eerste klas van de Lagere School). Dit gebouw lag aan de zuidzijde, aan de rand van de wijk, tussen de Beukstraat en de Terweijerweg.

Bewoners in de jaren vijftig.

Zoals reeds eerder aangeduid was er sprake van een woonwijk voor mijnwerkers. De situatie in de jaren vijftig verschilt niet echt van die in de twintiger jaren, want nog steeds werkten vrijwel alle mannen bij de mijnen, enkelen werkten bij de “Carisborg“ .

De bewoners waren wat herkomst en geloofsovertuiging betreft nogal gemengd . Er woonden gezinnen afkomstig uit een groot aantal provincies van Nederland, met name Friesland , Drente, Overijsel, Gelderland, Noord-Brabant en uiteraard Limburg, maar ook waren enkele mijnwerkers afkomstig uit Duitsland, Polen, Italië en Tsjechoslowakije.

De wijk was zeer kinderrijk en over het algemeen speelden allen met elkaar. Op straat was dan ook vrijwel altijd een levendig beeld te zien van spelende kinderen. Er was vrijwel geen autoverkeer in de wijk en daarmee was spelen op straat heel normaal en niet gevaarlijk.

Om een indruk te behouden van familienamen volgt onderstaand een opsomming van situatie ±  1955.

Passartweg: Maas, Dierx, Cörvers, Smolders, Van Loon, Gerardts, Donners, Dibbets, Maris, Nortier, Van Oostrum, Riedel, Jansen, Ritzen, Boon, Otten, Hassing, Bogers, Snijders, Willems, Grijmans, De Bock, Roolant, Houben, Pieters, Willems, Creusen, Geerts, Rutten, Maenen en Notten.

Terweijerweg: Roelands, Jongen, Peeters, Huibers, Op de Buijs, Van Pol, Willems, Mikkers, Niessen, Van Doorn, Bruggink, Smeets, Huijs, Gielen, Gromotka, Van Venrooy, Durand, Broerse, Arends, Krieken en Janssen.

Accaciastraat : Van de Loo, Driekoningen, Hurkens, Braakman, Wijckmans, Wenkop, Ortmans, Peters, De Bruijn, Weerts, Gooyen, Zanders, Offermans, Alfrink, Jansen, Van Dormalen, Van Bakel.

Plataanplein: Bongers, Van Venrooy, De Bruin, Vierwind, Koppers, Walraven, Weerts, Evers, Van Rens, Kroes, Evers, Hermkens, Schmitt, Smits, Lewandowski, Drodczok, Quadackers, Willems, Piras, Jungbauer, Kwinten en Richter.

Plataanstraat : Wetzelaer, Nortier, Roelands, Van Kammen, Neumann, Van Kerkhof, Adams, Koenders, Adriolo, Van der Veeke, Peters, Moonen,  Somers, Van der Meer, Malherbe, Extra, Jamin, Wetterhahn, Van Bergen, Plönis, Lewandowski, Hermes en Verhijen.

Wilgenstraat: Van Erp, Geilen, Hoekstra, Van Breda, Van der Heijden, Peters, Gorissen, Basten, Backus, Schraa, Stevelmans, Hoen, Hanssen, Degenkamp, Janssen, Wesdorp en Rozema.

Beukstraat: Geurtis, Van Schendel, Nijkamp, Kascak, Jansen, Janssen, Van de Brand, De Jong, Hopmans, Schreiber, Eren, Lucassen, Ariesen, Janco, Dirks, Dierx, Evers, Salden, Giebels, Gerardts, Pranger en De Greef.

Overheid en maatschappelijk leven:

De wijk Passart behoort vanaf 1919 tot heden tot de Gemeente Heerlen. Het centrum van Heerlen, met het gemeentehuis, lag voor de Passart-bewoners op grote afstand.

Een voorbeeld van andere verhoudingen is bijvoorbeeld:

De gemeentepolitie zag je in de Passart zelden of nooit. Mede ook omdat kleinigheden (uit de hand gelopen kwajongensstreken) veelal afgehandeld werden met inschakeling van mijnpolitiemedewerkers die zelf op de Passartweg woonden.

De Akerstraat vormde indertijd de grens tussen de gemeenten Heerlen en Hoenbroek en was dé winkelstraat voor de inwoners van de Passart, met name voor datgene wat niet tot de dagelijkse levensbehoeften hoorde!

De Lagere school lag aan de “andere kant“ van de Akerstraat en daarmee in gemeente Hoensbroek.

De bewoners van de Passart waren, in meerderheid, katholiek en kerkten in de St.Jozefkerk van de parochie Hoensbroek-Passart. Deze lag ook aan de “andere kant“ van de Akerstraat.

Het bloeiende verenigingsleven, sprekend over de vijftiger jaren, vond zijn oorsprong in de genoemde parochie en de leden waren afkomstig uit zowel de Passart als uit het aangrenzende deel van Hoensbroek.

Nadere bronnen en literatuur:

Met dank aan de heer Th. Dibbets uit Munstergeleen.