Omers, dr. R.J.J. (vrouwenarts)

Vrouwenarts, 25 april 1920 - 1 december 1984

Roger Jules Jacques Omers werd op 25 april 1920 in Den Haag ge­boren als enig kind van een ingenieur. Een jaar na zijn geboorte verhuisde hij met zijn ouders naar Heerlen. Zijn middelbare school­opleiding kreeg hij aan het St. Ber­nardinuscollege te Heerlen, waar hij het diploma h.b.s.-B behaalde. Hij studeerde vervolgens genees­kunde aan de Rijks­universiteit Utrecht. Deze stu­die moest hij door de oorlog afbre­ken en voort­zetten aan de Katho­lie­ke Universi­teit Leuven. In 1950 legde hij het arts­examen af aan de Rijksuni­versiteit Leiden. Vervolgens spe­cialiseerde hij zich als vrouwen­arts bij dr. Th.J. van Sante aan het St. Jozefziekenhuis te Heerlen en aan de Rijksuniversiteit Groningen bij prof. dr. B.S. ten Berge.Van 1954 tot 1956 was Omers chef de clinique bij zijn leer­meester Van Sante. Op 17 juni 1956 werd hij door de R.K. Ver­e­niging Moederschapszorg benoemd tot geneesheer­directeur van de St. Elisabethskliniek te Heerlen, beter bekend als de Vroedvrouwenschool. In 1960 promoveerde hij tot doc­tor in de geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen op het proef­schrift "Over de behandeling van zwangeren met een gestoorde bloedsuikercurve en de resultaten ten aanzien van de foetal loss".

Omers bracht de kliniek en de Vroedvrouwenschool tot grote bloei. In Zuid-Limburg werd de Vroedvrouwenschool een begrip. Jaarlijks werd er bij ongeveer vijftienhonderd be­val­lin­gen geholpen. Veel moeders gingen voor bevallingen naar deze uitstekende verloskundekliniek. Zij bezat ook een aparte af­de­ling voor ongehuwde moeders. Verloskundigen uit heel Ne­der­land zijn hier opgeleid. Veel gynaecologen hebben bij dr. Omers een deel van hun opleiding genoten. Zijn operatieve en verloskundige vaardigheid maakten enorme indruk. Gedurende vieren­twintig jaar voerde hij een eenmanspraktijk en hij had dan ook weinig tijd om congressen en vergaderingen op zijn vakge­bied bij te wonen. Toch was hij heel goed op de hoogte van de laat­ste ontwikkeling­en in de gynaecologie, want hij hield de vak­lite­ratuur goed bij. Zijn laatste jaren als geneesheer-directeur werden door de drei­gende sluiting en de opheffing van de zelfstandigheid van de Vroed­vrouwenschool en St. Elisabethskliniek beheerst. Zijn op­vol­ger zou er uiteindelijk niet in slagen de zelfstandigheid te be­waren. De kundigheid van dr. Omers was alom bekend en ge­waar­­deerd. In 1959 werd hij door de minister van Sociale Za­ken en Volksgezondheid benoemd tot lid van een commissie, die een onderzoek moest instellen naar de bewijzen van be­voegd­heid van in Indonesië opgeleide vroedvrouwen van Ne­der­landse natio­naliteit.

Bij zijn vijfentwintigjarig jubileum als geneesheer-directeur op 4 september 1981 kreeg Omers door burgemeester Reij­nen de ere­penning in zilver van de gemeente Heerlen over­han­digd. In die vijfentwintig jaar werden meer dan dertig­dui­zend bevallingen begeleid. Dr. Omers nam van dit aantal zelf acht­duizend voor zijn rekening. Tijdens zijn directeurschap wer­den vierhonderd vroed­vrouwen opgeleid.

Bij de opening van de gemoderniseerde St. Elisabethskliniek in september 1982 werd dr. Omers benoemd tot officier in de orde van Oranje Nassau. Op 9 februari 1983 werd hij be­noemd tot officier in de Kroonorde van België, wegens zijn bijdrage aan de opleiding van Belgische artsen en gynaecolo­gen. In 1984 nam hij om gezondheidsredenen afscheid. Hij heeft niet lang van zijn welverdiende rust kunnen genieten. Op 1 december van hetzelf­de jaar is hij op 64-jarige leeftijd overleden. 

Nadere bronnen en literatuur: