Manhuis (Mannes)

Het Manhuis, in de volksmond Mannes genoemd, was een van de oudste huizen van Heerlen. Zijn naam ontleende het aan de Keur-Keulse Mankamer. Deze had de zorg over de verheffingen van de tot deze kamer of Leenhof behorende lenen en alles wat daarmee te maken had. 

De kamer had daarnaast ook de functie van rechtbank voor geschillen die te maken hadden met de lenen. Zij vergaderde op vaste tijden in het Manhuis onder voorzitterschap van van de stadhouder of diens plaatsvervanger, bijgestaan door twee leenmannen en een griffier. Deze laatste trad vaak als plaatsvervanger van de stadhouder op. De werkzaamheden van de kamer omvatten niet alleen een zestigtal lenen, waarvan een derde deel in de omgeving van Heerlen gelegen was, de rest lag in het Land van Ter Heyden onder Horbach, maar hadden ook betrekking op de splitlenen (lenen die van oorspronkelijke lenen waren afgescheiden). Het Manhuis was zelf ook een leen.

Het was gelegen aan de Emmastraat (de huidige Pancratiusstraat), westelijk van het huis De Kroon, later Ons Volkhuis genaamd. Het erf van het Manhuis lag met de achterkant aan de Moorestraat, de huidige Plaarstraat. Aan de overkant van de straat lag in de 18e eeuw de, bij het huis behorende, tuin. In het Manhuis was niet alleen de Mankamer gehuisvest, maar de bewoner beschikte ook over een schuur en stallen. Het pand werd dus ook als boerderij gebruikt.

Het is niet bekend wanneer het Manhuis is gebouwd. Vermoedelijk is dit gebeurd bij de oprichting van de Mankamer, maar het stichtingsjaar is niet bekend. De Keur-Keulse Mankamer is waarschijnlijk ingesteld kort na de schenking door Frederik van Hochstaden van zijn bezittingen aan aartsbischop Koenraad van Hochstaden van Keulen (16 april 1246). Men had toen een adminstratiegebouw nodig, waar de pas verworven bezittingen werden beheerd. De leenverheffingen hebben de eerste anderhalve eeuw elders plaatsgevonden. Een Keur-Keulse Mankamer in Heerlen is pas bekend omstreeks 1400.

Over de bewoners van het Manhuis, in de eerste eeuwen van zijn bestaan, valt weinig te vertellen. Vanaf 1561 zijn er namen van personen bekend. Voor meer gegevens hierover verwijzen we naar het hieronder genoemde artikel. Een inboedelinventaris uit 1759 geeft een goed beeld van de inrichting van het Manhuis. Het had een voorhuis (een vooruitspringend gedeelte) waarin zich het portaal, de keuken en de grote kamer bevonden. Op de bovenverdieping waren twee slaapkamers, een provisiekamer en een magazijnkamer. De Mankamer, waar de vergaderingen plaatsvonden, bevond zich ook op de bovenverdieping. Deze kamer deed tevens dienst als slaapkamer. Het pand kende ook een zolder en een kelder. De stal, de kleine stal, het bakhuis, de schuur, de koestal en de varkenstal vormdem tesamen de boerderij. 

Het Manhuis werd in 1870 door brand verwoest en is nadien niet herbouwd. Op de vrijgekomen ruimte zijn twee huizen gebouwd.

Nadere bronnen en literatuur: