Maesen de Sombreff, Louis van der (kantonrechter)

Kantonrechter, 12 september 1854 - 23 februari 1926

Deze telg uit een vooraanstaande katholieke Maastrichtse fa­milie werd op 12 september 1854 in Maas­tricht geboren. Hij was de zoon van jhr. mr. L.E. van der Maesen de Sombreff, rechter aan de arrondissementsrechtbank te Maastricht, en van F.W.H.C. barones de Bieberstein Rogalla Zawadsky. Louis volgde lager onderwijs aan het College Saint Servais te Luik en studeerde vervolgens aan het Stedelijk Gymnasium in Maas­tricht. In 1873 ging hij rechten studeren in Leiden. In 1879 pro­mo­veerde hij aldaar tot doctor in de rechtswetenschap op het onderwerp 'Over den aanvang van het lidmaatschap der Sta­ten-Generaal'. Na enige tijd als amb­tenaar van het Openbaar Ministerie te hebben gewerkt in Schie­dam en Den Bosch, werd hij in 1886 be­noemd tot kantonrechter te Heer­len.

Inmiddels was hij in 1884 ge­trouwd met de Hulsbergse Pauline Eugénie Dumonceau. Zij woonden in het landhuis de Leeuwen­horst in Hulsberg en uit hun huwelijk wer­den drie zoons geboren. Vandaar reed hij dagelijks te paard of met de sjees naar zijn werk in Heerlen.

Louis van der Maesen werd een bij velen geliefd rechter. Hij sprak de justitiabelen toe in het dialect en trachtte de soms harde gevolgen van het strafrecht voor de vaak arme bevolking zo veel mogelijk te verzachten. Een lichte geldstraf en een ver­ma­­nende waarschuwing werden de kenmerken van zijn mild, maar vaak bevoogdend optreden. Waar mogelijk, trachtte hij geschillen in der minne te schikken en partijen tot elkaar te bren­gen. In 1923 bijvoorbeeld diende een hooglopende zaak tus­sen twee dorpelingen over een door een bijtende hond 'versjangeleerde brook'. De kantonrechter haalde de veld­wach­ter erbij als taxateur en kreeg voor elkaar dat de gedag­vaarde de schade aan de 'ver­sjange­leerde brook' terstond aan de balie vergoedde en dat de dorpelingen samen lachend het kantongerecht verlieten. Dit alles le­verde hem de bijnaam 'sju de pèke' (juge de paix, vrederechter) op. De vrederechter is een functie uit de Franse tijd en de eerste de­cennia van de 19e eeuw, de voorloper van de kantonrechter. In de tijd van de opkomende mijn­in­dustrie gebruikten de bewoners van de mijnstreek de verouderde aanduiding blijkbaar als koosnaam­pje voor 'hun' kantonrechter.

Ook op vele andere terreinen zette jhr. mr. Louis H.L.J. van der Maesen de Sombreff zich in voor de (Zuid)-Limburgse samenleving, vooral in politieke functies. In 1904 werd hij lid van Provin­ciale Staten van Limburg. Daar ging overigens geen verkiezing aan vooraf, maar als enige kandidaat volgde hij een overleden lid op. Door de benoeming van L.H.W. Regout tot minister van Waterstaat kwam er in 1909 een vacatu­re vrij in de Eerste Ka­mer. De Provinciale Staten kozen Louis van der Maesen tot Re­gouts opvolger. De kantonrechter bleef tot zijn overlijden in 1926 lid van de Senaat. Maar ook in zijn ge­boor­te­streek bleef de jonkheer zich inzetten voor de katholieke poli­tie­ke zaak. Was er een Katholiekendag of een vergadering van de Lim­burg­se Kiezersbond, hij was altijd aanwezig. Zo raakte hij be­trok­ken bij de omstreden verkiezing van Charles Ruys de Bee­ren­brouck tot Tweede-Kamerlid. Ruys de Beerenbrouck kon tijdens de verkiezingsstrijd rekenen op de steun van het ka­tho­lieke establishment. De verkiezing van Ruys de Beeren­brouck werd echter op formele gronden ongeldig verklaard. Maar een juridisch onderzoek bleef uit, zodat een en ander geen gevolgen had voor de kantonrechter.

De grote invloed van Van der Maesen in Zuid-Limburg blijkt ook uit de vele andere functies die hij vervulde. Zo was hij onder andere van 1894 tot 1921 schoolopziener in de arron­dissemen­ten Heerlen en Sittard en van 1902-1926 voorzitter van de Gezondheidscommissie te Gulpen. Ook was hij tiental­len jaren lid van het hoofdbestuur van het Limburgs Geschied- en Oud­heidkundig Genootschap (L.G.O.G.). Vanaf de oprich­ting van het Limburgsch Dagblad was hij commissaris van deze krant.

De bij vele Limburgers geliefde 'oude heer Van der Mae­sen' overleed vrij plotseling op 23 februari 1926.

Nadere bronnen en literatuur: