Landsfort, het

In 1975 vierde Heerlen feest, 750 jaar Landsfort.

In het leven van Sint Gerlach, dat uit 1225 dateert, wordt een vrouw genoemd, afkomstig uit het Castrum de Herle. In dat jaar moet er dus in Heerlen een versterking zijn geweest. In 1239 was de hertog van Brabant in oorlog met de aartsbisschop van Keulen, Koenraad van Hochstaden. De neef van deze laatste, Dirk van Ahre-Hochstaden, koos in deze strijd de kant van de aartsbisschop en tegen zijn heer, de hertog van Brabant. De hertog nam uit wraak de vesting Herle in en verwoestte deze. Op 24 februari 1244 werd in Roermond vrede gesloten. Dirk van Hochstaden kreeg van de hertog toestemming om de versterking weer te herbouwen. Na de dood van Dirk in 1246 komen zijn bezittingen in handen van zijn oom Frederik. Deze schonk de hele erfenis, het graafschap Hochstaden met de burchten Are, Hart en Hochstaden en dus ook de bezittingen in Heerlen, aan het aartsbisdom Keulen. De aartsbisschop verwierf in Heerlen en omgeving grote bezittingen, die voortaan beheerd werden door een administratiekantoor, de Keur-Keulse Mankamer. Deze was gevestigd in het Manhuis aan de Emmastraat (de huidige Pancratiusstraat).

In 1318 brak er weer een oorlog uit tussen de hertog en de heer van Valkenburg. Sittard werd ingenomen en het garnizoen dat in de vesting Heerlen gelegerd was, gaf zich zonder slag of stoot over. In 1354 gaf  de Roomse koning Karel IV Valkenburg en de “vestene Hirle” in leen aan Reinoud, heer van Schoonvorst. We maken nu een grote stap in de geschiedenis.

In 1648 kwam door de Vrede van Munster een einde aan de Tachtigjarige oorlog. In onze streken bleef de oorlogstoestand gehandhaafd. Pas in 1661 werd in het Partagetractaat een verdeling gemaakt tussen de koning van Spanje en de Republiek der Verenigde Nederlanden. In onze regio betekende dit, dat Heerlen Staats (in bezit van de Republiek), Schaesberg Spaans en Nieuwenhagen weer Staats werd. Het gevolg hiervan was, dat toen in 1670 drie poorten in verval geraakt waren, de Republiek de kosten van het herstel moest betalen.Het Heerlense fort had al lange tijd gediend voor de verdediging van het omliggende land en daarom moest de overheid in Den Haag voor de kosten opdraaien. De vesting, of zoals men in die tijd sprak de Vrijheid, had het refugierecht (de inwoners hadden het recht zich in tijden van gevaar binnen de muren in veiligheid te brengen).

Uit een verzoek aan de Voogd van Valkenburg uit het jaar 1776 blijkt dat de inwoners van de Vrijheid bepaalde belastingen niet hoefden te betalen. Alle rechten waren vermeld in het Vrijheidscharter en gingen vooral over het dagelijks bestuur van de schepenbank. Het recht om dit dagelijks bestuur te vormen en maatregelen te treffen die voor het algemeen welzijn nodig waren, het recht om de eigen ambtenaren te benoemen, het medebestemmingsrecht over haar grondgebied (de landsheer,de Republiek, kon niet zonder meer grond of leen in pacht geven). De schepenbank deed dienst als rechtbank. Die kon rechtspraak onder voorzitterschap van de schout en doodvonnissen uitspreken en laten voltrekken en tevens was zij als hoofdschepenbank hof van beroep voor de onderbanken Amstenrade, Bingelrade, Brunssum, Oirsbeek en Schinveld. Tot slot waren de inwoners van de Vrijheid vrijgesteld van corveediensten (de mensen, die buiten de Vrijheid woonden moesten onder andere zorgen voor het schoonhouden van de grachten en het onderhoud van de wegen).

Tegenwoordig zijn er nog de resten van het oude landsfort bewaard. De St. Pancratiuskerk met de Schelmentoren zijn bewaard gebleven en resten van de walmuren liggen nog onder de bebouwing rondom de kerk. Het stratenplan in het centrum geeft ook nog duidelijk het verloop van de vesting weer. De huizen aan de Pancratiusstraat zijn gebouwd op de vroegere gracht. Om de vesting bevond zich een hoge walmuur met drie poorten, waarvan er twee met naam bekend zijn: de Veemarktspoort bij de Veemarkt, het huidige Wilhelminaplein en de Kerkhofspoort tegenover de Geleenstraat. Tussen de Veemarktspoort en de poort, die bij de Gasthuisstraat lag, bevindt zich nog de Schelmentoren

Nadere bronnen en literatuur:

Tags

Plaatsen

Tijdsperiodes

Beroepen