Kessels, Mathieu (muziekinstrumentenfabrikant)

Muziekinstrumentenfabrikant, 1 maart 1858 - 21 december 1932

Mathijs Jozef Hubertus Kessels werd op 1 maart 1858 in Heer­len geboren als zoon van een kleermaker. Al op jeugdige leeftijd bleek hij aanleg voor muziek te hebben. Met zijn oudere broer speelde hij 'harmonietje'. Op achtjarige leeftijd kreeg hij zijn eer­ste muzieklessen. Toen hij elf jaar oud was, ging hij hiervoor naar Aken. Hij volgde tevens lessen bij de bekende violist Frederik Hen­nen. Toen hij vijftien jaar oud was, werd hij benoemd tot directeur en later tot eredirecteur van de Har­mo­nie St. Caecilia in Heerlen. Hij dirigeerde ook andere mu­ziek­korpsen in Zuid-Limburg. Om in zijn levensonderhoud te voor­zien gaf hij verder muzieklessen. In Heerlen begon hij ook een zaak in muziekuitga­ven en muziekinstrumenten.

In 1886 verhuisde hij naar Tilburg, waar hij de eerste fabriek van muziekinstrumenten in Nederland, de latere Koninklijke Nederlandsche Fabriek van Muziekinstrumenten, oprichtte. Hij begon met twee Saksische werklieden. In later tijd had hij 218 mensen in dienst. Het grootste deel van deze werknemers be­stond uit pianobouwers. Jaarlijks werden achthonderd piano’s geproduceerd, die grotendeels voor de Engelse markt waren bestemd. Daarnaast maakte hij strijkinstrumenten, trommen, pau­ken, harmonica’s, zelfspelende piano’s, gitaren, citers, man­do­­lines, vleugels en zelfs korte tijd harmoniums. De nadruk kwam echter spoedig op koperen en houten blaasinstrumen­ten te liggen. Deze instrumenten werden over de hele wereld ver­kocht. Aan de fabricage werd alle aandacht besteed. Kessels nam deel aan vele wereldtentoonstellingen, zoals die in Am­ster­dam, Antwerpen, Brussel, Luik, Parijs, Londen en Gent. Hij sleepte er heel wat prijzen in de wacht. De fabriek leverde instrumenten aan militaire muziekkorpsen en ook aan vele ama­teurgezelschap­pen. Vanaf 1900 mocht hij zich hofleve­ran­cier noemen. Kessels was betrokken bij de oprichting van tallo­ze harmonieën en fan­fares.

Naast de instrumentenfabriek had hij ook een aanzienlijke muziekdrukkerij. De oprichting van muziekkorpsen werd be­moei­lijkt door het ontbreken van muziekstukken voor begin­ners. Kessels begon daarom met het uitgeven van gemakkelijke mu­ziekstukjes en tevens ontwierp hij een leermethode, wat het leren bespelen van instrumenten eenvoudiger maakte.

In 1888 werd in Nijmegen het eerste Nederlandse con­cours voor muziekkorpsen gehouden. De heer Kessels was de initia­tiefnemer hiervan. Het aantal con­coursen breidde zich snel uit, maar het karakter van wed­strij­den ging spoedig verloren. Het werden examens. Kessels was ook de op­rich­ter van de Nederlandse Federatie van Har­monie- en Fan­fa­re­gezel­schap­pen.

Tweemaal mocht hij het hul­de­betoon bij koninklijk bezoek or­ga­niseren. Bij het bezoek van Ko­nin­­­­gin-Regentes Emma en Konin­gin Wilhelmina aan Tilburg in 1895 na­men 78 Noord-Bra­bant­se muziekkorpsen aan de hul­di­ging deel. Bij het huwelijk van Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik in 1901 waren 1800 muzikanten bij de aubade be­trok­ken. Er werden bij deze laatste gelegenheid vijf muziekstukken ten gehore gebracht. Deze waren gedirigeerd, gecomponeerd, geïn­strumenteerd en gedrukt door Kessels.

Hij behoorde verder tot een van de oprichters van de Til­burg­se Muziekschool. Het aantal composities, dat de heer Kes­sels op zijn naam heeft staan, is ontelbaar. Hij componeerde kleinere en grotere werken voor harmonie en fanfare, zoals marsen, ouvertures, fantasies en potpourri ‘s. Zijn 'Slag bij Wa­ter­loo' wordt door elk korps minstens één keer per jaar uit­ge­voerd. Daarnaast schreef hij ook vier operettes: 'De Meikonin­gin van Geleen', 'De Bokkerijders', 'De Kozakken te Oos­ter­hout' en 'Walram van Valkenburg'. Vooral de eerste twee wer­den talloze keren opgevoerd.

Ook als schrijver heeft de heer Kessels zich beziggehouden. In zijn 'Kermis, eene Limburgsche schets' verhaalt hij over een kermismaaltijd, die veel weg heeft van een copieuze Bourgon­dische maaltijd uit de goede oude tijd. Bekender is Kessels ge­worden door het in het Heerlens dialect geschreven 'Der Koeph va Hehle, ee Hehlisj Vertelsel'. Hij voert hierin een snoe­vende held ten tonele, 'Der Koeph', een echte Winkbuul, een van de markantste strijders in het triomferende leger van Napo­leon. Vermakelijk is de manier waarop de held als een mak­ker met keizer Napoleon omgaat. Der Koeph sprak na­tuur­lijk Frans, want Napoleon sprak het Heerlens tamelijk slecht. Der Napoleong zeet: "Koeph, kins de ooch get van de kaat?" "Neet veul, mon ampereur," zaan ich, "alling maar sjwat­te piettere en het pandoeh­re." "Dat is jaomer", zeet heh, "angesj hej ich dich kaptein of kernel konne make."

Kessels heeft vele onderscheidingen ontvangen. Hij werd be­noemd tot Advocaat van St. Pieter, tot Ridder in de Orde van Villa Viçosa van Portugal en tot Officier van de Académie Fran­çaise. Op 21 december 1932 is Mathieu Kessels op 74-jarige leeftijd in Tilburg overleden.

Nadere bronnen en literatuur:

Met dank aan leerlingen van het Sintermeertencollege; Relinde Paters en Lindy Amkreutz.