Kerk Vincentius à Paulo (Rumpen)

Bron: Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort, objectnummer 350.132; http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/rechtenRumpen werd bij de explosieve toename van de bevolking al snel een eigen rectoraat dat bediend werd door de paters Lazaristen. Aanvankelijk kende het rectoraat twee noodkerkjes. De eerste was het, zogenaamde, Belgische Kerkje dat gelegen was langs de mijnspoorweg van de staatsmijn Emma naar de staatsmijn Hendrik. Het tweede noodkerkje lag aan de Venweg, direct ten zuiden van het terrein van de Hendrik.

In de twintiger jaren werd de opdracht gegeven tot de bouw van een kerk. Het ontwerp was van de hand van architect Frits Peutz. In 1924 werd begonnen met de bouw van een kerkgebouw op een afhellend perceel langs de Prins Hendriklaan tussen de mijnkoloniën Treebeek-Haansberg en Schuttersveld. Het gebied werd gekozen omdat naar verwachting eventuele mijnschade hier minimaal zou zijn. Bij de kerk zou een klooster worden gebouwd dat onderkomen zou bieden aan de Lazaristen.

Bron: www.kerkgebouwen-in-limburg.nlDe kerk heeft een driebeukig schip met aan de zuidwestzijde een massieve toren waarin twee ingangsportalen met rechthoekige eikenhouten deuren zijn gerealiseerd. Aanvankelijk was er slechts een kruisarm aan de zuidoostzijde, waarin de Vincentiuskapel was gerealiseerd. Het klooster werd aan de oostzijde van de kerk gebouwd en telt twee bouwlagen. De constructie van de kerk is berekend op bewegingen van de grond ten gevolge van de mijnactiviteiten daaronder. In feite bestaat het gebouw uit verschillende compartimenten met eigen funderingen die min of meer van elkaar bewegen. De toren, de absis en het schip staan in feite los van elkaar. Maar het schip zelf is zodanig geconstrueerd dat een bepaalde mate van beweging mogelijk moet zijn.

Het hoofdaltaar dat gebouwd is in rood-bruin marmer is eveneens naar een ontwerp van Frits Peutz. De kunstenaar Piet Killaars heeft onder andere het reliëf van de H. Jozef in terra-cotta, de kruiswegstaties en de acht beelden in Franse kalksteen gemaakt. In de kerk zijn muurschilderingen van Charles Eyck aanwezig. De gebrandschilderde ramen zijn van onder andere Eugène Laudy. Alles bij elkaar genomen herbergt de kerk een omvangrijk oeuvre van verschillende belangrijke Limburgse kunstenaars.

In 1953 werd een uitbreiding gerealiseerd. Een kruisarm werd aan de noordzijde gebouwd, waarin een kinderkapel met souterrainverdieping kwam. Hierdoor kreeg de kerk zijn uiteindelijke kruisvormige plattegrond.

Tags

Plaatsen