Kerk St. Pancratius (Heerlen centrum)

In een schenkingsakte uit het jaar 1065, bestemd voor de kerk van Toul in Noord-Frankrijk, worden in onze regio drie kerkjes genoemd: de St. Pancratius in Heerlen, de St. Martinuskerk of kapel in Welten en de St. Laurentius in Voerendaal.

Bij de start van de bouw van de huidige St. Pancratiuskerk waren de graven van Ahre-Hochstaden, heer over de heerlijkheid Heerlen. Deze grafelijke familie stamde uit het Rijnland, waar St. Pancratius door de adel als ridderheilige werd vereerd. De nieuwe kerk, die in opdracht van de heer van Heerlen werd gebouwd, werd daarom aan deze heilige gewijd. Hieruit onstond het eigenkerkrecht (de heer had bij de benoeming van de pastoor grote invloed). Hij droeg een kandidaat voor aan de bisschop, die de benoeming bekrachtigde. Na de bouw van het koor, schip en de zijbeuken, in de eerste helft van de 12e eeuw, werd in de tweede helft van deze eeuw de kerk voltooid met de bouw van de westelijke beëindiging.

Het was een eenvoudige kerk bestaande uit een middenschip en twee zijbeuken. De huidige toren behoort niet tot de oorspronkelijke kerk. Op de plaats van de toren stond een westbouw, die uit de tweede helft van de 12e eeuw dateerde. De huidige toren dateert uit 1394 en is erg zwaar voor de toendertijd kleinere kerk. Hij is gebouwd als verdedigingstoren. De kerk maakte deel uit van het Landsfort, was omringd met een zware walmuur en daaromheen een brede watergracht.

In 1606 waaide tijdens een westerstorm de top van de toren af. Het middenschip en de zijbeuken werden zwaar beschadigd. In de jaren 1608 en 1609 werden grote herstelwerkzaamheden aan de kerk uitgevoerd.

In de periode 1648-1795 maakte Heerlen deel uit van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Voor de St. Pancratiuskerk betekende dit, dat het zogenaamde Simultaneum werd ingevoerd (het gezamenlijk gebruik van de kerk door protestanten en katholieken). Dit klinkt tegenwoordig heel oecumenisch, maar de stuatie in die tijd was heel anders. Er deden zich over en weer vele pesterijen voor. Met name de protestanten,die in het overwegend katholieke gebied maar een kleine minderheid vormden, hadden het bij deze pesterijen zwaar te verduren. Zij waren daarom ook erg blij, toen er in 1830 een einde kwam aan het Simultaneum. In 1838 kregen de protestanten een eigen kerk aan de Klompstraat.

In de loop der eeuwen behield de St. Pancratiuskerk de functie van streekkerk voor de omliggende buurten en gemeenten. Aan vier of vijf altaren waren rectores verbonden met eigen inkomsten. Het kerkvermogen werd wegens deze inkomsten bij de belastingen hoog aangeslagen. De functie van pastoor was erg gewild en werd door hoge geestelijken in naam uitgeoefend. Het eigenlijke werk lieten zij dan verrichten door een plaatsvervanger tegen een klein salaris.

De bewoners van kasteel Schaesberg behoorden tot de St. Pancratiusparochie in Heerlen. De leden van dit geslacht liggen in de kerk begraven. Pas in 1700 werd in Schaesberg een zelfstandige parochie gesticht, waartoe ook Nieuwenhagen ging behoren. 

In 1750 werden er herstelwerkzaamheden aan de toren uitgevoerd. In de Franse tijd werden drie van de vier kerkklokken in beslag genomen om er kanonnen van te maken.

Tussen 1839 en 1863 vonden een groot aantal verbouwingen en veranderingen aan de kerk plaats. De grafstenen werden uit de kerk verwijderd en de kerkvloer werd 70 cm opgehoog. Tevens werd een nieuw bakstenen neogotisch koor gebouwd, dat vijf zijden van een achthoek als grondplan had. Aan de grote toren werd een traptorentje toegevoegd.

De grootste verbouwing werd van 1901 tot 1903 uitgevoerd onder leiding van architect Jos Cuypers. Hierbij werd de overwelving van het middenschip in de vorm van graatgewelven bijna volledig vernieuwd. Het neogotische koor werd afgebroken en de kerk werd flink uitgebreid door de aanbouw van een transept (dwarspand van de kerk) en een koor met crypte in neoromaanse stijl. De kerk werd hierdoor met een derde vergroot. Dit laatste kwam goed uit, want in de twintig jaren die op de verbouwing volgden, verdrievoudigde het aantal inwoners van Heerlen.

In 1943 werden de klokken uit de toren gehaald door de Duitsers. In de nieuwjaarsnacht 1944-45 werd de noordelijke zijbeuk door een brisantbom zwaar beschadigd. De vernieuwingen van de noordbeuk en de gewelven werden onder leiding van architect ir. F.P. J. Peutz tot stand gebracht. De gewelven in de noordbeuk werden naar de oorspronkelijke vorm gereconstrueerd en het middenschip kreeg koepel-gewelven.

In 1961-62 werd aan de kant van het Emmaplein (het huidige Pancratiusplein) een sacristie en een doopkapel gebouwd en tevens werd de crypte verfraaid. In 1969 en nog enkele jaren geleden werd het interieur gerestaureerd.

Nadere bronnen en literatuur