Kerk H. Remigius (Simpelveld)

In het centrum van Simpelveld, op een plek met ten westen een pleintje en ten noorden en zuiden een dorpsstraat, ligt de Remigiuskerk.

De Heilige Remigius werd vanaf de 11e eeuw in toenemede mate vereerd met als centrum van verspreiding het klooster te Reims. Opvallend veel kerken in Noord-Frankrijk zijn zogenaamde Remigiuskerken. In het zuiden van Limburg staan vier Remigiuskerken tegenover een totaal van tien in heel Nederland. De andere parochies met de kerkpatroon Remigius in Limburg zijn Klimmen, Schimmert en Slenaken.

Over de vroegste geschiedenis is, zoals zo vaak, niet veel bekend. De kerk van Simpelveld wordt voor het eerst in 1147 vermeld en vanaf 1203 wordt de zielzorg uitgevoerd door Norbertijnen uit het Norbertijnerklooster dat aanvankelijk te Mont Cornillon (Luik) lag en later te Beaurepart (ook Luik).

Pas aan het eind van de 16e eeuw zijn er daadwerkelijk archiefbescheiden bewaard gebleven waar ons details over de geschiedenis van deze parochie duidelijker worden. Vanaf 1571 houdt pastoor Arnold Dydden nauwkeuring een register bij waarin de goederen en inkomsten van de kerk beschreven staan en werden bijgehouden. Uit dit register zijn diverse gebeurtenissen in de parochie te herleiden zoals rondtrekkende en plunderende Spaanse soldaten in 1576, brand in het kerkgebouw in 1584, een gijzeling van de pastoor in 1597 en een kerkroof een jaar later. Door deze tumulteuze jaren gedurende de 80-jarige oorlog is de pastorie onbewoonbaar en de kerk vervallen tot een ruïne. Het zou echter nog tot het eind van de 17e eeuw duren voordat de kerk en pastorie werden herbouwd. In de 18e eeuw breidde de pastoors van Simpelveld langzaam de kerkinventaris uit met spullen die in de voorgaande eeuwen waren geroofd en ontvreemd. 

Na de Franse revolutie werd de band met het Norbertijnerklooster verbroken en kwam er voor het eerst in zes eeuwen een pastoor naar Simpelveld die geen Norbertijn was.

Bron: www.kerkgebouwen-in-limburg.nl De bevolking van Simpelveld nam vanaf 1900 snel toe waardoor de kerk al snel te klein werd. Aanvankelijk werd in 1921 een groot deel van de oude kerk herbouwd naar een ontwerp van architect Caspar Fransen. Er kwam een nieuw koor, sacristie en dwarsbeuken. Maar ondanks deze uitbreiding bleef de kerk klein en moesten vaak mensen voor het portaal blijven staan. Tevens was het aanzicht van de kerk aangetast. Het was nu een oude karakteristieke stokoude toren met bijbehorend schip een een priesterkoor dat onevenredig groot was. Besloten werd om de oude toren af te breken en op de vrijgekomen plaats het schip te verlengen. Tegen het verlengde schip werd een nieuwe toren opgebouwd. 

De bouwstijl van de kerk is neo-romaans, de plattegrond kruisvormig met drie schepen. De kerk is opgetrokken uit Kunradersteen die geheel regelmatig en gelijkvormig gekapt is. In het schip zijn rondboogvensters aangebracht met mergelstenen omlijsting.

Nadere bronnen en literatuur: