Kerk H. Remigius (Schimmert)

Over de beginjaren van deze kerk is nogal wat onduidelijkheid. In een polypticum (memoriaal) van de abdij van Reims worden cijnsen en andere inkomsten te Schimortera genoteerd als eigendom van die abdij. Er is daarbij overigens geen vermelding van een kapel of kerk. In 968 schenkt Gerberga haar bezittingen te Meerssen aan diezelfde abdij van Reims, waarbij de bezittingen te Schimmert onder bestuur van de proosdij van Meerssen worden gesteld. Ze blijven dus indirect onder de abdij van Reims. Er is sprake van een filiaalkerk te Schimmert. De proost van de abdij te Meerssen heeft namelijk zogenaamd "ius personatus", wat wil zeggen dat hij het recht heeft een pastoor te Schimmert te benoemen. De kapel te Schimmert moet vanaf het begin af aan toegewijd zijn aan de H. Remigius. Een patroon dat nauw verweven is met bovengeschreven voorgeschiedenis. De Heilige Remigius werd vanaf de 11e eeuw in toenemende mate vereerd, met als centrum van verspreiding de abdij te Reims. Opvallend veel kerken in Noord-Frankrijk zijn zogenaamde Remigiuskerken. In het zuiden van Limburg staan vier Remigiuskerken tegenover een totaal van tien in heel Nederland. De andere parochies in Limburg met de kerkpatroon Remigius zijn Klimmen, Simpelveld en Slenaken.

De inwoners van Schimmert waren echter voor de belangrijkste sacramenten (doop, huwelijk en begrafenis) aangewezen op Meerssen, maar de mis werd dagelijks of in ieder geval wekelijks in deze kapel gelezen. Het zou tot de tweede helft van de 16e eeuw duren voordat Schimmert een zelfstandige parochie werd. Het exacte jaar is niet duidelijk. Het jaar 1570 wordt in dit verband wel eens genoemd, omdat in het hardstenen doopvont in de kerk dat jaartal staat gebeiteld. Schimmert moet in ieder geval in 1620 een parochie zijn geweest, omdat sindsdien doopregisters bewaard zijn. Over de verbouwing van de kapel tot kerk, die zeer waarschijnlijk heeft plaatsgevonden, is niets bekend.

De eerste vermelding over het kerkgebouw dateert van 1716, waaruit blijkt dat de kerk in slechte staat verkeert. De toren, het dak en de zolders waren zo slecht dat ze onmiddellijk gerestaureerd moesten worden.Vanaf 1800 wordt de toestand rond de kerk duidelijker. Zo blijkt uit de archieven dat in 1811 de oude kerktoren en de pastorie gerestaureerd werden.

In 1832 werd er een volledig nieuwe kerk gebouwd, grotendeels op kosten van de staat, de zogenaamde waterstaatskerken. Deze kerk was zo slecht dat zes jaar later de kerk verstevigd moest worden met ijzeren balken om instorting te voorkomen. 

Bron: www.kerkgebouwen-in-limburg.nl Zoals vrijwel alle parochies in Limburg groeit ook de bevolking van Schimmert sterk waardoor op het einde van de 19e eeuw de kerk te klein wordt. Er worden dan ook plannen gesmeed om een nieuwe kerk te bouwen. De eerste plannen zijn van architect Ramaekers uit Geleen en terwijl de eerste voorbereidingen worden getroffen, moet het gehele plan worden ingetrokken vanwege financiële tegenslagen. Pas in 1924 werd gestart met de bouw van de kerk. Nu naar een ontwerp van Jacques Vankan uit Schimmert en Joseph en Pierre Cuypers uit Roermond. De bouw werd in twee fasen gedaan, zodat de erediensten gedurende de bouw door zouden kunnen gaan. De 65 meter hoge kerktoren werd betaald door de gemeente. Voor het verbouwen van de kerk moest een deel van het kerkhof verplaatst worden, maar een deel van de stoffelijke resten is blijven liggen. In 1926 werd de bouw voltooid. De kerk is gebouwd in neoromaanse en neogotische stijl en is opgetrokken uit zandsteen en mergel.

In 1938 werd een nieuwe sacristie aangebouwd, wederom naar ontwerp van architect Joseph Cuijpers.

De kerk werd op 4 oktober 1942 door een aantal brisant- en brandbommen getroffen waardoor de toren, het dak en verschillende ramen beschadigd raakten. Tijdens de bevrijding in september 1944 werden de kerktoren en enkele kerkramen wederom beschadigd. De kerktoren zou pas in 1956 worden hersteld. In 1976 werd de kerk grondig gerenoveerd.

Nadere bronnen en literatuur: