Kaardenbeek, hoeve (Klimmen)

Bron: Bokkenrijdersgenootschap (www.bokkenrijders.com). Volgens een oude overlevering zou hoeve Kaardenbeek een direct bezit zijn geweest van Karel de Grote. Schriftelijke of archeologische bewijzen hiervan zijn (uiteraard) overigens nooit gevonden. Een eerste schriftelijke vermelding vinden we in 1269.

De naam Kaardenbeek wordt door de eeuwen heen op veel verschillende manieren geschreven: Cardenbeke, Cardenbeeck, Cardenbeck, Caertenbeck en Cardenbech. In het plaatselijke dialect wordt de hoeve “Kaardemich” genoemd. Er is geen afdoende verklaring voor de naam te geven.

De hof is in de feodale tijd eeuwenlang in bezit gebleven van het klooster te Sint Gerlach. De hoeve werd verpacht aan verschillende families waarvan er één een dusdanige lange periode heeft gezeten, dat zij de naam van de hoeve is gaan dragen, de famile Cardenbeek.

In 1827 werd de hoeve door brand verwoest. De brand bleek aangestoken te zijn door iemand die de eigenaar, dhr Laeven, gemeentesecretaris van Klimmen, als medeminnaar van zijn vrouw beschouwde. De hoeve werd vrijwel meteen herbouwd en is sindsdien niet wezenlijk meer veranderd.

De hoeve is grotendeels uit baksteen opgetrokken en in sommige oude gedeelten is nog mergelwerk aan te treffen. Dit stamt waarschijnlijk van voor de brand van 1827. De hoeve is om een gesloten binnenplaats gebouwd met vooraan links de grote schuur en vooraan rechts het woonhuis.

Nadere bronnen en literatuur: