Iunius Macrinus, Lucius (Romeins oogarts)

Oogarts Lucius Iunius Macrinus, 3e eeuw

Bron: If Then Is Now, http://ifthenisnow.nl/nl/algemene-gebruiksvoorwaarden Lucius Iunius Macrinus was een vrijgelatene, een slaaf die van zijn mees­ter de vrijheid verkreeg. Volgens het Romeinse gebruik kreeg een vrijgelaten slaaf de voornaam en de fami­lie­naam van zijn meester, in dit geval Lucius Iunius. Als derde naam (bijnaam) koos hij zijn slavennaam Macrinus. In zijn jonge jaren was hij vermoedelijk nogal tenger en mager geweest. Macrinus komt van het Latijnse macer, dat mager of frêle betekent.

Lucius Iunius Macrinus koos als beroep dat van huisarts en vestigde zich in de 3e eeuw in Coriovallum, waar hij langs de handelsweg van Keu­len naar Bou­log­ne-sur-Mer zijn praktijk uitoefende. Vermoedelijk deed hij ook werk voor de ther­men, want bij een badgebouw was meestal ook een arts in dienst. Zijn bekendheid kreeg Macrinus echter als oogarts. Bij opgravingen in Heerlen is een oogarts­stempel ge­von­den, waar­op in spiegelschrift zijn naam staat. Op de stempel treffen we verder aan de namen van vier oogzalven met de in­gre­diënten en de geneeskrachtige werking van de zal­ven. De­zelf­de zalven treft men ook aan op oogartsstempels die elders in Nederland gevonden zijn. Het zijn dus zalven die op veel plaat­sen werden toegepast. Het stempelsteentje werd ook ge­­­bruikt voor het aanmaken van de oogzalven. In de uitholling aan de boven­kant van het steentje werden de bestanddelen met een spa­tel fijngewreven en waarschijnlijk met vet ge­­­­­mengd. Van de zalf werd een rechthoekig staafje gemaakt van 5 bij 1 cm, waar­­in het desbetreffende stempel werd gedrukt. Macrinus kon de zalf zelf aanbrengen met een sonde of een sponsje. Hij kon ook het staafje aan de patiënt meegeven. Oog­kwalen kwamen in onze streken vermoedelijk voor door het gebrek aan vitamine A (groene groenten) en vitamine C (fruit) in bepaalde seizoe­nen. Tevens was de hygiëne in die tijd niet zo goed als tegen­woor­dig, ondanks de aanwezigheid van bad­huizen, riolering en open­bare toiletten.

In ons land zijn op vier plaatsen oogartsstempels opgegra­ven: in het Ravensbosch bij Valkenburg het stempel van Caius Lucius Alex­an­­der, in Nijmegen twee stempels van Marcus Ul­pius Hera­cles en in Maastricht een van Probinus en Victorinus. Alexander paste dezelfde zalven toe als zijn collega Macrinus. Hij woonde ook langs de grote handelsweg. Heracles uit Nij­me­gen was een echte oogspecialist. Van hem zijn zeven zal­ven bekend, die zijn collega’s in het huidige Zuid-Limburg niet gebruikten.

Nadere bronnen en literatuur:

Tags

Plaatsen

Thema's

Beroepen