Hoenshuis (Voerendaal)

Het Hoenshuis, nabij Voerendaal, heeft zijn naam ontleend aan de bewoning van de tak van de grafelijke familie Hoen. In de 14e eeuw was het huis een kasteel waar Johan Hoen tzo Broeck woonde,  die tevens in bezit kwam van het leengoed Kasteel Haeren. Van het voormalige uit de veertiende eeuw stammende 'Hoenshuis' is slechts een stuk mergelstenen muur overgebleven. 

Op latere kaarten staat het Hoenshuis nog als kasteel vermeld (sGrooten 1573). In de loop van de 17e en 18e eeuw moet het kasteel in verval zijn geraakt, het bleef riddermatig goed tot ca. 1787. De voorpoort met twee torentjes en een deel van de grachten moet toen nog zichtbaar zijn geweest.

Het goed blijft eeuwenlang in handen van de familie Hoen (van Cartils) en de familieleden laten hun sporen na in de Voerendaalse archieven. Zo komen alle zes kinderen van het gezin Jan Renier Hoen en Johanna Maroa Baronesse van Merwijck tot Kessel voor in de doopregisters van de Laurentiusparochie. Het goed bleef in de handen van nazaten van de familie Hoen tot deze het goed in de 19de eeuw verkocht. Rond 1880 is het kasteel door de toenmalige Belgische (?) eigenaar volledig opnieuw opgebouwd tot de huidige carréboerderij. In 1935 kocht Constant Snijders de boerderij. De familie Snijders vormt de landerijen en gebouwen in de jaren 1980 om tot golfterrein met clubhuis, dat als Hoenshuis Golf BV in 1989 werd verkocht aan Teikyo Europe BV.

Het Hoenshuis valt te beschouwen als de navolger van de nabijgelegen opgegraven Romeinse villa, die tot en met de 7de eeuw bestaan heeft. De exploitatie van de omliggende gronden werd daarna, tot in de 13de eeuw, door de Franken voortgezet.

Nadere bronnen en literatuur: