Hoensbroek, kasteel

Foto: Jos Siemers De familie Hoen (Hune) wordt al in de 12e eeuw genoemd. Zij heeft bezittingen in de schepenbank Heerlen, waarvan Hoensbroek toen nog deel uitmaakte. Nicolaes Hoen kreeg in 1357 van de hertog van Brabant als tegenprestatie voor een flinke som geld het ambt  van schout van Maastricht. Samen met zijn zoon Herman nam hij aan de zijde van de hertog deel aan de slag bij Baesweiler (1371). Nicolaas sneuvelde en zijn zoon moest worden vrijgekocht. Herman Hoen werd geboren in de “stercke huijsinghe”, het eerste begin van het kasteel Hoensbroek.

Al vóór 1388 was het gebouw een slot, vesting, het “Gebrookhoes” genoemd. In 1388 werd het dorp “In ghen Broeck” afgescheiden van Heerlen en door de hertog tot aparte heerlijkheid verheven. Er onstonden weldra twee familietakken: Hoen van (den) Broek en Hoen van Voerendaal. Hoen van (den) Broek of Hoen tzo Broek is later verbasterd tot Hoensbroek. Tot 1612 bleef deze verdeling bestaan.

In 1618 erfde Adriaan van Hoensbroek van zijn oom van moederszijde, Arnold van Boedberg, Schloss Haag bij Geldern in Duitsland. Door het Partagetractaat van 1661 kwam de heerlijkheid Hoensbroek in het Spaanse gebied te liggen. Arnold Adriaan werd door de Spaanse koning in 1675 tot markies (markgraaf) verheven. Hij was eigenaar van 14 heerlijkheden rondom Geldern, behoorde tot de ridderschap van het Overkwartier van Gelre en vervulde een aantal politieke functies.

Midden 18e eeuw had het geslacht Van Hoensbroek door erfenis haar bezittingen uitgebreid met de kastelen Hillenraad en Bleyenbeek en via de vrouwelijke lijn had zij de graventitel verworven. Graaf Lothar Frans stierf in 1796 op kasteel Hoensbroek. Nadien stond het kasteel vaak leeg en werd door een rentmeester beheerd. De graaf woonde op Schloss Haag.

In de eerste helft van de 19e eeuw werden nog herstelwerkzaamheden uitgevoerd. Daarna niet meer. Begin 20e eeuw was het kasteel zo in verval geraakt, dat de graaf besloot het te verkopen op voorwaarde, dat het gerestaureerd zou worden. Pastoor Röselaars van Hoensbroek heeft in de twintiger jaren de Vereeniging Avé Rex Christe opgericht. Deze vereniging heeft het kasteel in 1927 gekocht en is nog steeds eigenaar.

Kasteel Hoensbroek bestaat tegenwoordig uit een door grachten omgeven kasteel met twee zeer grote U-vormige voorburchten. De omgrachte hoofdburcht bestaat uit vier vleugels om een rechthoekige binnenplaats. Het hele complex heeft vier torens: een vierkante en een ronde hoektoren en de poortvleugels hebben nog twee vierkante hoektorens. De oorsprong van het kasteel lag op de plaats waar nu de derde binnenplaats ligt.

De “stercke huijsinghe”, gebouwd vóór 1300, had het uiterlijk van een vesting met een zware toren en schietsleuven vanuit de keuken. De ronde toren (donjon) met de fundamenten van de noord-westelijke vleugel vormen de overblijfselen van de vesting uit de 14e eeuw: drie meter dikke muren, een smalle spiraaltrap, kleine vensters, schietgaten en zitbanken in de muur en een gevangenis. De noord-westelijke vleugel heeft van 1370 tot 1717 bestaan. Uit de periode 1450 en 1600 dateert onder andere de rechterfronttoren naast de ophaalbrug. Hierin bevonden zich de wapenkamer en de slaapvertrekken van de graaf en zijn kamerdienaar. Het buitenaanzicht dateert uit de 17e eeuw. In deze eeuw werden het grootste gedeelte van het herenhuis, de slothoeven, de economiegebouwen, de poorthuizen en de bruggen gebouwd naar het ontwerp van architect Matthieu Dousin uit Visé. Het onderste, schuin terugwijkende, muurwerk is van mergel met een lijst van Kunradersteen. Hierboven zien we uitsluitend baksteen. De omlijstingen van de vensters, de schiet-en kijkgaten zijn van Kunrader-en Naamse steen. De bijgebouwen bestaan uit twee tegenover elkaar liggende boerderijen, die met hun vleugels telkens een binnenplaats omheinen. Uit de schietgaten in de buitenmuren blijkt, dat beide hoeven verdedigd konden worden. Beide hoeven dateren uit 1640. Vanaf 1720 werd het jongste gedeelte van het kasteel aangelegd en opgetrokken uit baksteen met vensteromlijstingen van Naamse steen. De rechtervleugel en de rechterfronttoren zijn in 18e-eeuwse stijl gebouwd: hoge en brede ramen, ruime, luchtige vertrekken en lage schoorstenen.

De Vereeniging Avé Rex Christe is de eigenaar van het complex. Het beheer is in handen van de gemeente Heerlen. In de U -vormige voorburchten zijn conferentiezalen en horecagelegenheden. In het eigenlijke kasteel zijn de zalen en kamers ingericht naar de stijl van de periode waarin zij zijn gebouwd. Dit gedeelte is als museum te bezichtigen. Kasteel Hoensbroek is het grootste en best bewaarde kasteel in de regio Maas-Rijn.

Nadere bronnen en literatuur