Hesselle, M.J.C.K. de (apotheker en burgemeester Heerlen)

Apotheker/burgemeester, 2 januari 1855 - 30 april 1935

Maria Jozef Claudius Karel de Hesselle werd op 2 januari 1855 te Heerlen geboren als zoon van de apotheker Pieter Joseph de Hesselle en Maria Magdalena Hout­vast. Zijn middelbare school­opleiding volgde hij in Roermond en vervolgens studeerde hij far­ma­cie aan de Universiteit van Amster­dam. Op 9 juni 1884 slaagde hij voor het apothekers­­­­­examen. Hij trouw­­­de op 25 no­­­­vember 1885 met Louise Marie Henriette Bex. Het echt­­paar vestigde zich op 24 augustus 1886 in Heer­len, alwaar De Hesselle de apo­theek van zijn overleden vader kon overnemen.

Bijna tien jaar later, op 14 septem­ber 1894 werd hij benoemd tot burgemeester van Heerlen, in die tijd een groot dorp van ongeveer 5500 inwoners. Het was toen nog erg lan­delijk hier. Er reed een omnibus naar Aken en een naar Valken­burg, dat waren de enige openbare verbindingen. Rijke mensen huurden een 'voiture' en zeer gefortuneerde lieden beschikten over een paard en wagen. Drie kwart van de Heerlenaren ging te voet. De wegen waren nog niet geasfalteerd en bedekt met grind. Dit was in de in de zomer stoffig en in de winter ontstonden er modderpoelen.

Er zou spoedig verbetering komen. Op 1 mei 1896 werd de spoorlijn Sittard-Heerlen-Herzogenrath geopend. Heerlen was nu aangesloten op het Nederlandse en Duitse spoorwegnet. De kersverse burgemeester moest zorgen voor geasfalteer­de wegen naar het nieuwe station. In diezelfde tijd werd de eer­ste steen­kolenmijn in Heerlen in productie genomen. Heer­­len werd het centrum van de Nederlandse mijnindustrie.

In 1901 werd een elektrische centrale gebouwd en in 1907 kwam er een gemeentelijk waterleidingbedrijf. De oude straten werden vernieuwd, nieuwe werden aangelegd met trottoirs en riolering. De oude grachten, Kerkgraaf en Bongerdpoel, werden gedempt en daarvoor in de plaats ontstond het marktplein. Door de mijnen groeide het aantal inwoners sterk. Er werden nieuwe wijken aangelegd en gehuchten werden tot kerkdorpen uitge­bouwd. Het onderwijs ging de burgemeester na aan het hart. De openbare scholen, twee aan de Stationstraat, drie aan de Mee­zenbroekerweg en vier op de Heerlerbaan, wer­den in zijn ambts­periode gebouwd. In 1912 was De Hesselle voor­zitter van de vereniging die de bouw van de Vroedvrou­wen­school bege­leidde. Naderhand was hij jarenlang voorzitter van het bestuur. In 1904 werd het nieuwe St. Jozef­zieken­huis in gebruik geno­men. De burgemeester was enkele jaren een van de regenten van het jonge ziekenhuis. In zijn ambts­­periode werden ook het Kantongerecht en het Hoofd­bureau van de Staatsmijnen (de zogenaamde Boerderij) ge­bouwd, beide gele­gen aan de latere Saroleastraat. Op 1 april 1913 nam De Hes­sel­le om gezondheidsredenen afscheid als burgemeester van Heerlen. In de bijna negentien jaar van zijn burgemeesterschap was Heerlen gegroeid van 5523 inwoners in 1894 tot 16.318 in 1913.

De oud-burgemeester bleef nog vele jaren actief betrokken bij het leven in zijn stad Heerlen. Naast het werk in zijn apotheek vervulde hij vele functies. Hij was secretaris van het be­stuur van de Mijnschool, initiatiefnemer tot de stichting van het Algemeen Ziekenfonds van de Mijnstreek (1923) en voorzitter van het bestuur, lid van Provinciale Staten van Limburg, voorzit­ter van het Scheidsge­recht van de Mijnen, commissaris van het Limburgsch Dagblad, de Heerlener Bank en de L.T.M. en plaats­vervangend kantonrechter. Voor zijn vele verdiensten werd hij benoemd tot officier in de orde van Oran­je-Nassau. Op 9 juni 1934 vierde hij zijn vijftigjarig jubileum als apotheker. Op 2 januari 1935 werd met een groot feest zijn tachtigste ver­jaar­dag gevierd. De Hesselle is op 30 april 1935 overleden.

Nadere bronnen en literatuur: