Gulpen (Gemeente Gulpen-Wittem)

Geschiedenisschets

Gulpen is in de vroege middeleeuwen ontstaan als een nederzetting op de plek waar de Gulp in de Geul uitmondt. Rond 600 is, iets ten noorden van de huidige dorpskern, een karolingische palissadenburcht gebouwd, later de Burggraaf genoemd.

Eind 13e eeuw werd Gulpen een zelfstandige heerlijkheid die tot het land van 's-Hertogenrade behoorde. In 1226 bevestigde keizer Frederik II dat keizer Hendrik II rond 1020 delen van Gulpen aan het Mariastift te Aken heeft geschonken. Bij dat Gulpen behoorde toen ook het dorp Margraten, dat ook wel 'Gulpen op de Berg' werd genoemd. Gulpen hoorde vanaf 1288 tot het Land van 's-Hertogenrade.

In 1661 werd het bij de verdeling van de Landen van Overmaas, waartoe het Land van 's-Hertogenrade deel uitmaakte, aan de Staten-Generaal van de Republiek der Verenigde Nederlanden toegewezen (het werd Staats). Vanaf dat moment werd Gulpen bestuurd vanuit Den Haag als onderdeel van het generaliteitsland. Gulpen kreeg in dat bestel een regionale functie. Het werd hoofdplaats voor de staatse omgeving waartoe Kerkrade, Vaals, Vijlen, Holset en Lemiers behoorden. De ruime aanwezigheid van stromend water trok leerlooiers, veehandelaren en later bierbrouwers en forellenkwekers naar het dorp.

Gulpen werd na de Franse tijd (1795-1815) een zelfstandige gemeente. bij de gemeentelijke herindeling van Zuid-Limburg per 1 januari 1982 werden de gemeenten Gulpen en Wijlre samengevoegd tot de nieuwe gemeente Gulpen. In 1999 is er een fusie met Wittem gerealiseerd. De nieuwe gemeente heet Gulpen-Wittem.

Herkomst naam

De naam Gulpen werd in de middeleeuwen wel geschreven als Golepe (1161) Golopia of Golpene (1172), Galopia (1235, latijn). Het betekent "nederzetting aan de Gulp". De gulp is een bijrivier van de Geul. De naam Gulp is afkomstig van het germaanse Gulja-apa dat ‘geul-rivier’ betekent. Een andere betekenis wordt ook wel gevonden in het eppe, appe of effe dat water betekent.

Nadere bronnen en literatuur:

Tags