Groot Gen Hei, Heerlen

De bewoners van de relatief onvruchtbare heide van Heerlen moesten hun brood vooral als kleine zelfstandige verdienen, omdat de boeren door de geringe grondopbrengsten maar weinig brood op de plank hadden. In elke Hedsjer bedrijfstak was er tot aan de twintigste eeuw, als de economie wat aantrekt door de komst van de mijnen, sprake van stille armoede. Heerlerheide is misschien wel het oudste stukje Heerlen getuige opgravingen bij de Schelsberg, Rennemig en Koningsbeemd. Vooral toen Heerlerheide in 1839 als zelfstandige parochie van Heerlen was afgescheiden won de ‘grote’ gedachte aan een vrij en zelfstandig bestuur. Onder aanvoering van pastoor Reyners wordt in 1846 de eerste poging gewaagd om van Heerlerheide een zelfstandige gemeente te maken. Later zijn er nog twee pogingen, één in 1901 en één in 1933. Het leeft nog zeer: zelfs bij de laatste gemeentelijke herindeling van 1982 was er een beweging om van Heerlen los te komen… De twintigste eeuw bracht door de komst van de mijnbouw heel wat veranderingen voor Heerlerheide. Bij Rennemig bouwde men vanaf 1912 de Oranje-Nassaumijn III, die in 1917 in bedrijf kwam. Buurten als de Keek en Rennemig werden gebouwd voor de huisvesting van de mijnwerkers. Door de enorme toename van de bevolking kwamen er steeds meer verenigingen, maar ook meer voorzieningen als winkels, een politiebureau, scholen en een patronaat in de wijk. Heerlerheide werd een groot dorp van Heerlen en was dat zeker nadat kort na de Tweede Wereldoorlog de woningen rond de Corneliuslaan verrezen en wat later ook de Wieër was volgebouwd. Het einde van de mijnbouwperiode zorgde voor een ware metamorfose en modernisering van de wijk. Rond het Corneliusplein verrees een nieuw winkelcentrum en op het voormalige mijnterrein verrees Nieuw-Rennemig. 

Gepubliceerd in Wellermagazine, Lente 2004.

Bekijk hier het artikel (pdf)