Gillissen, Jos (kapelaan Heerlen, pastoor Simpelveld)

'Voetbalkapelaan', 23 oktober 1889 - 6 december 1961

Hubert Joseph Maria Gillissen werd op 23 oktober 1889 te Rimburg geboren. Hij volgde het gymnasium van het kleinsemi­narie te Rolduc en zette zijn pries­ter­studie voort aan het groot­semina­rie te Roermond. Op 8 april 1916 werd hij door mgr. Schrij­nen, bisschop van Roer­mond, tot priester gewijd. In het­zelfde jaar werd hij benoemd tot rector van het Gezellenhuis "Ons Thuis" te Heerlen en kapelaan aan de St. Pancratiusparochie. Hij zou de vol­gende eenen­twin­tig jaar in Heerlen blijven. Hij was evenals dr. H. Poels nauw be­trok­ken bij de Katholieke Sociale Actie. Deze beweging van de Rooms-Katholieke kerk beoogde de katholieken zoveel mogelijk in katholieke organisaties en verenigingen bijeen te brengen met als doel de weerbaarheid van de mensen te vergroten en hen zo te beschermen tegen de 'gevaren' van de moderne in­dus­­triële samenleving en met name het socialisme.

Gillissen werd daarom (mede)oprichter, bestuurder en gees­telijk adviseur van vele Rooms-Katholieke bonden, organi­sa­ties en ver­enigingen, zoals de afdeling Heerlen van Het Groe­ne Kruis en de stadsfanfare St. Joseph. Zijn grote hobby was de duivensport. Er wordt verteld dat hij zich ‘s zondags door een misdienaar de komst van de duiven liet influisteren. Het gebeurde dan ook regelmatig dat de H. Mis opeens snel afge­lopen was. Al snel had hij de bijnaam 'De Duivenpastoor van Nederland'. Een andere vrijetijdsbesteding van hem was het voetballen. Al in zijn gymnasiumjaren op Rolduc had hij het voetbalspel geleerd. Er werd daar veel aan sport gedaan, voet­bal, cricket, hockey en handboogschieten. Het Rolducs jaar­boek vermeldt in een artikel uit 1921, dat er reeds in 1897 werd ge­voet­bald. Vanaf 1911 beschikte de onderwijsinstelling over een eigen voetbalveld. In 1908 richtte Gillissen in zijn ge­boortedorp Rimburg de voetbalclub Koningin Wilhelmina op. Een club bestond in die tijd uit elf man, een bal, een weide en wat hout voor de goals. Vaak viel het groepje na de grote vakan­tie weer uit elkaar.

In 1916, hij was maar net in Heerlen, richtte Gillissen de R.K. Sportvereniging "Velocitas" op. Deze vereniging beoefen­de de spor­ten gymnastiek, voetbal en korfbal. De afdeling voet­bal werd in 1923 zelfstandig onder de naam V.V.H. Velocitas en is de voor­loper van Heerlen Sport. Op de Heerlerbaan richtte de kapelaan in 1916 of 1919 de club Apollo op, de voor­loper van de R.K.H.B.S. In Simpelveld trad hij op als gees­telijk adviseur van de Simpelveldse Boys, tegenwoordig S.V. Simpelveld geheten. Voor de totstandko­ming van deze laatste fusievereniging heeft Gillissen destijds reeds geijverd.

Het meeste werk heeft hij verricht op het gebied van de voetbalorganisatie. Het succes van neutrale ( niet-katho­lieke) voet­­balclubs veroorzaakte in katholieke kring onrust. In de periode 1915-1925 ontstond onder katholieken een discus­sie om tot katholieke voetbalclubs te komen, maar vooral tot het oprichten van een Rooms-Katholieke bond van voetbalclubs. Een van de grote sti­mu­latoren op dit terrein was de Bredase kapelaan W.J.C. Binck. Zijn bedoeling was de jeugd die vrij was van leerplicht, de arbeiders- en middenstandsjongens, voor voetbal enthou­siast te maken en hen op die manier van de straat te halen. De bis­­schop van Roer­mond, mgr. Schrijnen, zelf een groot voet­bal­­­liefhebber, gaf in 1916 aan de jonge kapelaan Jos Gillissen en pater Victorius Beekman de opdracht een onderzoek in te stellen voor de oprichting van een katholieke voetbalbond. De beide heren hadden het aanvankelijk erg moeilijk. Er bestond al een Limbursche Voetbalbond (LVB), die veel succes had. Men voelde niet voor nog een bond op katholieke grond­slag. De mijndirecties hadden eigen neutrale sport- en voet­bal­vereni­gingen in het leven geroepen, die in staatsmijncom­pe­ti­ties speelden. Overleg met de L.V.B. leverde niets op. Men bleef vasthouden aan de eigen zelfstandigheid en die van de aan­gesloten verenigingen. De bisschop wees de eisen van de L.V.B. af.

Op 24 juni 1917 werd daarom in het Gezellenhuis in Heer­len de Rooms-Katholieke Limburgsche Voetbalbond (R.K.L.V.B.) op­gericht. Hierbij waren ongeveer twintig Zuid-Lim­burg­se voetbal­verenigingen aangesloten. Kapelaan Jos Gillissen werd geeste­lijk adviseur van de nieuwe bond. De R.K.L.V.B. had het de eerste jaren heel moeilijk. De neutrale clubs be­za­ten betere accommoda­ties, beschikten over mensen met be­stuur­lijke en organisatorische kwaliteiten en hun spelpeil was hoger. De sterke invloed van de kerk op de katholieke vere­ni­gin­gen door de parochiegeestelijkheid, die daarbij als geestelijk adviseur optrad, deed ook heel wat katholieke voetballlers naar de neutrale clubs overlopen. Ook room­se verenigingen sloten zich aan bij neutrale bonden. Bondsadvi­seur Jos Gillissen greep in 1925 in met de brochure 'Kunnen wij daaraan meewerken?'. De brochure werd naar de geestelijkheid van het bisdom Roermond gestuurd. Gillissen wees de parochiegeestelijkheid op haar verantwoordelijkheid. "Door gebrek aan leiding van de geestelijkheid worden de clubs vanzelf in de richting van de neu­tra­liteit gedreven", zo betoogde hij. De brochure bracht een keer­punt teweeg. Het ledenaantal van de clubs steeg snel. De jaren dertig vormden voor de R.K.L.V.B. zelfs een bloeipe­rio­de. Er onstonden in Limburg veel grote en kleine R.K. .V.’s. Gillissen zou tot de ge­dwongen opheffing van de R.K.L.V.B. in 1940 bij de bond betrok­ken blijven.

Hij was intussen sinds 1937 pastoor van Borgharen. In 1942 werd hij pastoor in Simpelveld. Tot zijn dood in 1961 zou hij hier in functie blijven. Evenals in Heerlen maakte hij zich hier zeer popu­lair door zijn sociale betrokkenheid en zijn zacht­moedig karakter. Hij hield veel van kinderen. Hij was ver­draag­zaam jegens de pro­tes­tanten in zijn parochie en stond niet afwij­zend tegenover ge­mengde huwelijken. Hij hield ook zeer van een goed glas bier of wijn en van een geurige sigaar. Op 6 december 1961 is hij op 72-jarige leeftijd in het St. Jozefziekenhuis in Heerlen overleden. Hij werd in Simpelveld begraven.

Nadere bronnen en literatuur: